INTERVIEWTrudy de Jong en Theo de Groot

Acteursechtpaar Trudy de Jong (72) en Theo de Groot (77): ‘Je ziet relatief weinig oude mensen op het toneel, waarom eigenlijk?’

Toneelechtpaar Trudy de Jong en Theo de Groot in hun antiekwinkel de Droomfabriek in Amsterdam.  Beeld Erik Smits
Toneelechtpaar Trudy de Jong en Theo de Groot in hun antiekwinkel de Droomfabriek in Amsterdam.Beeld Erik Smits

Het acteursechtpaar heeft een eigen theatergroep, Dorst, en staat klaar om hun nieuwe voorstelling te spelen, over de vergeten broer van de literaire Brontë-zussen. ‘Het is onze passie, anders doe je dit niet.’

‘Wij doen alles zelf: tekst schrijven, repeteren, de voorstelling maken, verkopen, de publiciteit. En spelen natuurlijk. Ja, wij toneelspelers zijn kleine zelfstandigen geworden, en eigenlijk is dat erg leuk.’

In hun woonhuis in Amsterdam-Oost, met uitzicht op de Ringvaart, vertelt het toneelechtpaar Trudy de Jong (72) en Theo de Groot (77) enthousiast over de nieuwe voorstelling die ze de afgelopen maanden hebben gemaakt: Charlotte Jane Eyre Bronte & broer Branwell, een toneelstuk over de even succesvolle als tragische familie van de gezusters Brontë en hun onbekende broer Branwell. Door de coronacrisis is de première al twee keer uitgesteld, maar zo snel als het kan zullen De Jong en De Groot het podium betreden.

Charlotte Jane Eyre Bronte & broer Branwell is een productie van Toneelgroep Dorst, het tweemanstheaterbedrijf van De Jong en De Groot. Daar zijn ze zo’n vijftien jaar geleden voorzichtig mee begonnen. Tot nu toe hebben ze vijf voorstellingen gemaakt, de laatste alweer een paar jaar geleden, een solo van Trudy de Jong over modeontwerper Coco Chanel.

De Jong: ‘Coco Chanel is sinds mijn 15de iemand die met me mee reist. Ik kocht toen voor het eerst een Marie-Claire, met al die mooie modefoto’s en ben me in haar gaan verdiepen. Chanel is niet alleen als modemerk intrigerend, maar als persoon is ze dat zelf ook. Omdat ze zo tegenstrijdig is: ze is goed en slecht, en alles daar tussenin, maar vooral geniaal. Ze heeft de vrouw niet alleen letterlijk ontdaan van het korset, maar ook mentaal. Nu is het merk Chanel helaas gemeengoed geworden, je wordt ermee doodgegooid – een massaproduct waarmee ordinair geld wordt verdiend. Dan denk ik: pleur op met je Chanel!’

De Jongs solo over haar idool werd in de theaters een groot succes. De nieuwe voorstelling over de Brontës is intussen ook goed verkocht. Ook eerder al maakte Toneelgroep Dorst een voorstelling over het schrijversgezin Brontë – Charlotte schreef Jane Eyre, Emily Wuthering Heights, maar in dit geval wordt gefocust op de bijzondere relatie tussen de ambitieuze Charlotte en de tragische broer Branwell.

De Jong: ‘Ik vind die broer juist zo interessant omdat niemand hem eigenlijk kent terwijl hij toch hét grote talent van de familie was. Ook hij is gaan schrijven en schilderen, maar hij was ook een bon vivant, die erop uit trok. Hij wilde vrienden maken, hij wilde drank en drugs, hij wilde kunstenaar zijn en ten slotte werd hij een loser die aan zijn mateloosheid ten onder is gegaan. Nu zou je hem bipolair noemen.’

De Groot schreef de tekst voor het nieuwe stuk. ‘Ik las de biografie De Brontës van Juliet Barker, waarin hij veel beter uit de verf komt dan in andere boeken. Hij schreef prachtige gedichten en brieven en met al dat materiaal ben ik heel vrijelijk omgegaan. Het was een treurige familie: uiteindelijk zijn ze allemaal jong aan tbc overleden.’

Trudy de Jong beleefde, naar eigen zeggen, haar beste jaren bij het gezelschap Art & Pro (1985-1998) van Frans Strijards, waar ze twaalf jaar speelde. Strijards was een regisseur die niet alleen de stem maar ook het lichaam van de acteur gebruikte. Bij Het Syndroom van Stendhal kreeg ze van hem de opdracht om met haar hoofd een schilderij van Picasso na te bootsen. ‘Op een bepaald moment moest mijn lijf weggaan, maar dat schilderij moest nog even blijven hangen. Ik had meteen een zweepslag in m’n been toen ik dat probeerde.’

Een toneelechtpaar van boven de 70. Je zou kunnen vermoeden dat een eigen toneelgroep intussen dé oplossing is om niet te hoeven wachten op dat ene berichtje: ‘Ja, we hebben een rol voor je!’ Om het ietwat oneerbiedig te stellen: is Toneelgroep Dorst een slimme oudedagsvoorziening?

De Jong: ‘Haha, nee hoor, we zaten echt niet wanhopig bij de telefoon. Dat is ook nooit onze motivatie geweest. Het voornaamste is dat het gewoon leuk is om alles in eigen hand te hebben, je bent enorm betrokken bij je eigen producties. Wij maken wat ons interesseert, wat ons bezighoudt. Toneelgroep Dorst is klein begonnen, en is nog steeds klein.’

De Groot: ‘En we verdienen er tegenwoordig geen cent mee. In het begin werden we goed gesubsidieerd, maar sinds de bezuinigingen van Halbe Zijlstra is dat nagenoeg verdwenen. Het is onze passie, anders doe je dit niet.’

De Jong: ‘Het oprichten van een eigen clubje is heel gewoon voor jonge theatermakers, maar waarom zouden ouderen dat niet doen? Je ziet vandaag de dag relatief weinig oude mensen op het toneel, waarom eigenlijk? Het geeft ons enorm veel energie, en zo lang je kop je niet in de steek laat, kan het ook.’

Brandend vuur

Los van hun eigen groep duiken De Jong en De Groot geregeld in theater, film of televisie op. De Groot speelde recent in De wilde eend van Ibsen, geregisseerd door de jonge, getalenteerde Liliane Brakema. De Jong was de moeder van Holleeder in het toneelstuk Judas, naar het boek van Astrid Holleeder. Los daarvan hebben ze ieder voor zich een enorme staat van dienst in het Nederlandse theater, al vanaf het moment waarop ze samen in 1972 eindexamen deden aan de Amsterdamse toneelschool.

De Jong: ‘Theo en ik zaten in dezelfde klas en kregen verkering, maar toen ging Theo flierefluiten en heb ik het uitgemaakt. In de vierde klas ging het weer aan en zijn we meteen getrouwd. Dat was overigens not done in die tijd, trouwen, erg burgerlijk, vond men.’

In die tijd was Jan Kassies directeur van de Amsterdamse toneelschool, een man die niet alleen op De Jong en De Groot maar op een hele generatie acteurs grote invloed heeft gehad.

De Jong: ‘Op alle deuren van de school hing een bordje met daarop het woord ‘Waarom?’. Waarom maak je theater? Waar gaat theater over? Wat is de noodzaak ervan? Dat soort vragen moesten we onszelf steeds stellen. In die tijd speelde ook de Maagdenhuisbezetting en Kassies wilde dat we daarop afgingen, kijken wat er op straat aan de hand was. Toneel moest niet l’art pour l’art zijn, maar reflecteren op de tijd.’

De Groot: ‘Van Kassies heb ik altijd geleerd mijzelf die ene vraag te stellen: wat voor toneel wil je maken, en vooral waarom? Daarom spelen wij bij Toneelgroep Dorst ook niet Het weggelopen krentenbolletje, maar stukken die ertoe doen, althans voor ons. Onze nieuwe Brontë-voorstelling maken we samen met regisseur Mirjam Koen, die destijds ook bij ons in de klas zat, vanuit diezelfde mentaliteit. Ook al zijn we allemaal over de 70, dat vuur brandt nog steeds.’

De Jong: ‘In die zin blijven we kinderen’.

In de loop van de afgelopen vijftig jaar hebben ze met bijna alle grote regisseurs gewerkt, onder wie Leonard Frank, Gerardjan Rijnders, Peter de Baan, Frans Strijards, Theu Boermans en Ivo van Hove. Theo de Groot heeft vooral goede herinneringen aan zijn tijd bij Zuidelijk Toneel Globe, waar destijds Gerardjan Rijnders spraakmakende producties maakte. De Jong memoreert vooral haar lange periodes bij Toneelgroep Baal en Art & Pro. Bij Baal speelde ze onder meer in de oerversie van Judith Herzbergs Leedvermaak, bij Art & Pro groeide ze uit tot de muze van regisseur Frans Strijards. Ze schitterde daar in voorstellingen als Play Strindberg en Het Syndroom van Stendhal. In 1991 won ze de Colombina voor haar rol in Toeval voorval en in 1997 de Theo d’Or voor Kaspar. Wat in het acteren van Trudy de Jong altijd opviel: ze is zo beweeglijk en expressief en soms ook schaamteloos.

De Jong: ‘Ja, heerlijk, bij Frans mocht ik mijn hele lijf gebruiken! Vanaf mijn derde jaar ben ik op ballet geweest, ik heb mijn hele leven gedanst, dansen is het mooiste wat er is. Helaas had ik niet het talent om topdanseres te worden, anders was dat mijn leven geweest.’

Toneelechtpaar Trudy de Jong & Theo de Groot. De Jong: Wij maken wat ons interesseert, wat ons bezighoudt.’ Beeld Erik Smits
Toneelechtpaar Trudy de Jong & Theo de Groot. De Jong: Wij maken wat ons interesseert, wat ons bezighoudt.’Beeld Erik Smits

Mazzel

Trudy de Jong is een rasechte Amsterdammer, Theo de Groot komt uit Meppel. Toen hij las dat de destijds beroemde acteur Henk van Ulsen uit Kampen kwam, wist hij: oké, dan kan ik uit Meppel ook naar de toneelschool. Zij: snel, bijdehand, hij: bedaarder, bedachtzaam. Soms waren er dipjes in de carrières, dan weer volop werk en aandacht. De vraag of het toneelechtpaar onderling wel eens jaloers is op elkaar, wordt weggewuifd: daar is geen sprake van.

De Groot: ‘Ik heb nooit prijzen gewonnen. Trudy wel. Maar daar ben ik nooit jaloers op geweest. Jaloezie vind ik nogal kinderachtig. Ik vond het geweldig voor haar, ook als actrice heb ik haar altijd bewonderd.’

De Jong: ‘Theo is geen jaloerse man, dat zit niet in zijn karakter. Gelukkig maar. Veel toneelechtparen gaan daaraan namelijk kapot.’

De Groot: ‘Trudy heeft nu eenmaal een groot talent. Maar talent alleen is niet genoeg.’

De Jong: ‘Klopt. Daarom heb ik ook altijd hard gewerkt, heel hard. En ik heb discipline. Je moet ook mazzel hebben in dit vak, de mazzel dat je nou net op dat ene moment wordt gezien. Nee, beroemd worden heeft mij nooit geïnteresseerd, ik ben niet aan het toneel gegaan om beroemd te worden.’

Niet zozeer uit nostalgie, maar omdat ze Instagram had ontdekt is Trudy de Jong sinds de lockdown een beetje gaan struinen in de dozen met oude foto’s. Dus zagen we haar ineens op foto’s in allerlei rollen van toen. Maar daar is ze nu wel klaar mee. Instagram gebruikt ze nu voornamelijk voor hun winkel in antiek en curiosa: De Droomfabriek. Naast hun acteursbestaan hebben ze altijd een grote liefde gehad voor antiek en design. Dat zie je ook in hun woonkamer: opvallende kroonluchters, kleurrijk glas, meubels en snuisterijen van allerlei stijlen en tijden.

Trudy de Jong in Het syndroom van Stendhal (1989). Beeld Reyn van Koolwijk
Trudy de Jong in Het syndroom van Stendhal (1989).Beeld Reyn van Koolwijk

De Jong: ‘Mijn moeder is haar hele leven op zoek geweest naar mooie spullen, vooral klein zilverwerk, glas van Copier, antiek speelgoed en poppen. Op een gegeven moment is ze daarmee een winkeltje begonnen dat ze 35 jaar lang heeft gehad. Ik ging met mijn moeder mee op reis naar allerlei antiekbeurzen, dus het is me met de paplepel ingegoten. Na haar dood zijn we ermee doorgegaan.’

De Groot: ‘Ik kom ook uit zo’n nest: mijn vader was goudsmid en handelde in antiek. Wij woonden achter de winkel en ik luisterde naar de gesprekken die hij met klanten voerde. Onze eigen winkel is goed te combineren met acteren, als we tijd hebben gaan we er gewoon in staan. We vinden het heerlijk op reis te gaan en inkopen te doen: Frankrijk, Engeland, Amerika, Italië’.

De Jong: ‘Wij kopen alleen dingen die wij zelf mooi vinden, zoals ‘vintage costume juwelry’ – dat zijn sieraden die oorspronkelijk voor theaterkostuums, maar later ook voor het grote publiek werden gemaakt. De antiekhandel is een leuke branche, je ontmoet rare, gekke mensen en als ik in de winkel sta, speel ik toch ook een soort van rol. Het leuke aan die wereld is dat het ook met dromen te maken heeft, met verlangen, dat je de dingen mooier maakt, dat je de werkelijkheid een beetje naar je hand kunt zetten. Wat je in het theater ook kunt doen, ja.’

De Jong en De Groot hebben twee kinderen, intussen allebei volwassen, die ze op latere leeftijd hebben geadopteerd, uit Colombia en Costa Rica. De zorg voor die twee heeft hen behoed voor al te veel carrièredwang.

De Jong: ‘Alleen maar toneelspelen? O nee, daar zou ik erg ongelukkig van worden. Er is meer in het leven.’

De Groot: ‘Ach, wat is een carrière? Ik heb altijd de dingen gedaan die ik graag wilde doen, en nog steeds doe.’

De Jong: ‘Als het ophoudt, houdt het op. Over ons vak zei Jan Kassies lang geleden al: ‘Lieve schat, wij zijn het koekje bij de thee, meer niet.’ Ook wel een beetje treurig, toch?’

Meer over