EssayGet Back

Acht uur lang The Beatles in de studio: waarom maakt dat zo’n indruk?

The Beatles in de studio in januari 1969, toen de filmopnamen gemaakt werden die Peter Jackson gebruikte voor ‘Get Back’.  Beeld Linda McCartney / Apple Corps Ltd.
The Beatles in de studio in januari 1969, toen de filmopnamen gemaakt werden die Peter Jackson gebruikte voor ‘Get Back’.Beeld Linda McCartney / Apple Corps Ltd.

Geklets, gewacht en geklungel in de studio: welbeschouwd gebeurt er in The Beatles: Get Back weinig. Beatles-fan David Rijser vraagt zich af waarom de acht uur durende documentaire, nu te zien op Disney+, dan toch zó fascinerend is.

David Rijser

Midden in The Beatles: Get Back, de eind november verschenen, bejubelde documentaire-reeks over de opnamen van wat het laatst uitgebrachte album van The Beatles zou worden, merkt John Lennon tegen Paul McCartney op: ‘It’s like you and me are lovers.’ Lennon lijkt zich ineens zich wat ongemakkelijk te voelen bij de thematiek en intieme tweestemmigheid van liedjes als Two of Us, het liefdesduet dat McCartney net voor zijn nieuwe vlam Linda Eastman had geschreven, maar dat hij zingt met John.

Het is een van de opmerkelijk intieme momenten in een documentaire die acht uur duurt. Het beeld- en geluidsmateriaal ervan danken we aan camera’s die in januari 1969 op verzoek van The Beatles in de studio waren neergezet, en die vrijwel alles wat de vier zeiden of deden registreerden. Vastomlijnde plannen hadden ze er niet mee; ze werkten met het album dat het moest opleveren, Let It Be, voor het eerst sinds 1965 toe naar een optreden. Uiteindelijk zou er, na het uiteengaan van de band, een haastig in elkaar gezette bioscoopfilm van een dik uur uit worden gemonteerd. Het ruwe materiaal besloeg maar liefst zeventig uur en werd door Peter Jackson ongekend opgepoetst en gemonteerd tot de acht uur die Get Back nu is.

In het documentairedrieluik zie je John, Paul, George en Ringo musiceren, maar vooral kletsen, wachten, stangen, drammen en klungelen. The Beatles zijn, om met de songtekst van Two of Us te spreken, riding nowhere en not arriving. Alleen het verschijnen van de betoverende Billy Preston, de met The Beatles bevriende toetsenist, leidt op driekwart van de film tot een stroomstoot aan creativiteit, maar zelfs het als apotheose bedoelde concert op het dak van het Apple-kantoor aan Savile Row gaat na een krappe maar magistrale 40 minuten als een nachtkaars uit als het door twee verwaaide bobby’s wordt afgeblazen wegens burengerucht.

Op papier is Get Back dus een ellenlange documentaire zonder veel spanning of climax. En toch is hij raadselachtig fascinerend. Waarom? Voor een deel haakt juist de landerigheid ervan aan bij de aantrekkingskracht van reality-tv – bijna commentaarloos meekijken met en verkeren in de nabijheid van bekendheden. Reality met superieure beeld- en geluidskwaliteit; met je neus bovenop beroemdheden met wie je vertrouwd bent geraakt, ook als je die tijd niet hebt meegemaakt of geen fan bent.

Voor de liefhebbers uit die tijd, zoals ikzelf, komt daarbij meteen de plaats en het moment naar boven waarop je zelf met The Beatles kennismaakte. Dat is een herinnering zo krachtig en zintuiglijk dat hij een ‘historische sensatie’ kan veroorzaken, een schijnbaar directe en onmiddellijke beleving van het verleden, die je ook kunt hebben als je terugdenkt aan de eerste kus of bericht krijgt van de dood van naasten. Get Back bracht mij terug naar een moment toen ik 10 was; omdat mijn ouders vreesden dat het niet geheel normaal was dat ik alléén naar klassieke muziek luisterde, deed mijn moeder me het dwingende voorstel om naar de middagvoorstelling van de Beatles-film Help! te gaan. Ik herinner me nog levendig hoe ik me vastklampte aan de rode brandweerpaal voor ons huis. Maar mijn moeder won, en mijn leven was voorgoed veranderd.

The Beatles in de studio in 'Get Back'.  Beeld
The Beatles in de studio in 'Get Back'.

Get Back fascineert niet alleen omdat The Beatles deel zijn van het individueel of collectief geheugen. In het geconcentreerde tijdsbestek van een maand zie je historische verandering samenvallen met menselijk drama. Juist in 1969 eindigde de relatief korte periode, de krankzinnige jaren zestig, die de hedendaagse cultuur wezenlijk gevormd heeft. Tegelijkertijd merken vier vrolijke, gewone jongens plotseling dat ze ouder zijn geworden en hun eigen weg moeten gaan.

Want onder de oppervlakte van Get Back sluimert een crisis; de documentairereeks had ook ‘Scènes uit een huwelijk’ kunnen heten. De Grote Scheiding tussen Lennon en McCartney, en daarmee het einde van The Beatles een jaar later, hangt al volop in de lucht. En zoals ook in een huwelijk op zijn retour gebeurt, wordt er in Get Back veel teruggekeken, geprobeerd het grote gevoel van eendracht, vriendschap en gedeeld succes van de beginjaren van hun spectaculaire succes terug te krijgen.

The Beatles proberen terug te komen bij de levens- en spelvreugde en de creativiteit van hun gouden jaren, dwars door de ergernis heen: die van Paul over de constante aanwezigheid van Lennons geliefde Yoko Ono, onder de schijn van gespeelde tolerantie; die van John over Pauls bedilzucht. De pogingen daar overheen te stappen slagen opmerkelijk vaak en ontroeren juist omdat je je realiseert dat het einde een jaar later toch onafwendbaar zou blijken. In de documentaire zie je goed hoe moeilijk The Beatles eigenlijk verder konden, nu ze zo op elkaar aangewezen waren geraakt. De gillende fans hadden een normaal leven onmogelijk gemaakt. Noodgedwongen hadden ze zich teruggetrokken in de afgesloten ruimte van de studio, steeds verder van de echte, boze buitenwereld. En dat voor mannen die hun populariteit (en culturele autoriteit) juist te danken hadden aan het imago van heel gewone, schijnbaar benaderbare jongens.

De documentaire bevat dus alle ingrediënten van reality: beroemdheid, een gevoel van nabijheid en onderhuids drama van mensen die, in al hun alledaagse vreugdes en ergernissen zo prettig ‘gewoon’ overkomen. Maar dan opeens is er een moment van genialiteit. De magie waarmee McCartney het titelnummer Get Back uit het niets tevoorschijn lijkt te toveren, terwijl hij als een experimenterende puber slaggitaar op zijn bas zit te spelen, als Michelangelo die een beeld bevrijdt uit het blok marmer waar het al in zat. ‘Simpelweg ongelooflijk om te zien’, schreef Sander Donkers op de voorpagina van de Volkskrant naar aanleiding van dit moment.

Zo versnijdt de documentaire het gewone met het bijzondere. Juist dat maakt dat bij het kijken je intimiteit en vertrouwdheid met The Beatles worden hernieuwd, je kan haast zeggen: afgestoft. Als onderdeel van ons cultureel meubilair, is een nummer als Get Back inmiddels zo bekend dat het als het ware onzichtbaar is geworden: vertrouwd en vanzelfsprekend is het er gewoon. Maar in de film krijgt dat vertrouwde nieuwe contexten, nieuwe dimensies, en dat heeft een enorm verfrissend effect op de kijker.

Neem opnieuw het nummer Get Back. Voor mijn generatie, pubers toen The Beatles furore maakten, waren teksten van The Beatles meestal als Gods wegen: per definitie ondoorgrondelijk. Je vroeg je niet af wat het ‘betekende’. Craig Brown tekende daar in zijn hilarische nieuwe Beatles-biografie One, Two Three, Four; The Beatles in Time voorbeelden van op uit de mond van Engelse luisteraars: een regel uit Eleanor Rigby kon bijvoorbeeld veelvuldig worden verstaan als ‘darling it sucks in the night when there’s nobody there’, waar Paul toch echt, ook niet heel voorspelbaar trouwens, ‘darning his socks in the night’ zong (‘’s avonds zijn sokken stoppend’). Voor ons in Nederland waren Beatles-teksten zo mogelijk nog raadselachtiger.

Zo was het dus ook nooit bij me opgekomen dat, zoals uit de documentaire blijkt, Get Back als een ‘protestsong’ was begonnen. Al sleutelend aan het nummer, praten The Beatles over een racistische speech van de conservatieve politicus Enoch Powell, waarin hij op profetische toon waarschuwt voor een immigratiegolf in het VK, die ‘rivieren van bloed’ zou veroorzaken. Het door John en Paul laag gezongen ‘get back’ in het tussenrefrein parodieert die dreigende toon van Powell.

Gaandeweg zou het engagement wat uit de tekst van Get Back wegvloeien; en toch zijn The Beatles geheel vervlochten met de jaren zestig. Ook overdrachtelijk liepen die in 1969, het jaar van de documentaire, ten einde – het was een decennium van hoop en optimisme, met John F. Kennedy en, later, de summer of love, maar het liep uit op het cynisme van Vietnam, de moorden op Kennedy en diens broer Robert, die op Marten Luther King en de slachtpartij aangericht door Charles Manson, die nota bene beweerde zich te hebben laten inspireren door The Beatles’ White Album.

In dat decennium hadden The Beatles – vlak na de moord op de eerste Kennedy – Amerika een ongekende energiestoot van jeugd, charme en vernieuwing toegediend. Die Beatlemania dreef ze weer de studio in; en daar transformeerden ze de popmuziek, van pubervermaak en variété tot een autonoom artistiek medium voor iedereen. Paradoxaal genoeg deden ze dat in de jaren dat de sixties allengs grimmiger werden en ze zelf ‘studioalbums’ maakten, omdat het het gegil van fans ze te veel was geworden. Nu namen ze de tijd om te knutselen en te experimenteren met geluid en opnametechniek. En zo hangt over Get Back niet alleen de sfeer van een band in zijn nadagen, maar zelfs van een heel decennium dat voorbij is –een verloren jeugd, en de dingen die voorbij gaan.

Ironisch genoeg bracht juist de studio The Beatles binnen handbereik van de fans. Zoals elke speelfilm, in de woorden van de Franse regisseur Jean-Luc Godard, in feite een documentaire is over de acteurs die erin spelen, zo registreert ook een popplaat de lijfelijke aanwezigheid van het idool. In een muziekstudio registreert de microfoon veel intiemere geluiden dan op het schreeuwerige podium.

Die intimiteit van de studio kon bovendien massaal verspreid worden. Dat dat juist bij The Beatles zo’n groot effect had – de intimiteit van de studio gold immers in principe voor elke artiest – kwam misschien wel doordat ze toch al zulke ‘aardige’ jongens leken, en iedereen daarom zo graag bij ze wilde zijn. Dat leek nu te kunnen. De studio bood het oor wat een close-up in de bioscoop het oog gaf.

Londen, 30 januari 1969, The Beatles treden op op het dak van het Apple-gebouw op Savile Row. Beeld Getty Images
Londen, 30 januari 1969, The Beatles treden op op het dak van het Apple-gebouw op Savile Row.Beeld Getty Images

Neem bijvoorbeeld een hitsingle van The Beatles uit hun glorietijd, John Lennons Girl, op Rubber Soul. Op dat album gaan opnametechnieken voor het eerst een belangrijke rol spelen. In dit nummer hoor je de jongens lucht inzuigen bij hun driestemmige zucht ‘girl’. The Beatles’ zuig-zuchten zijn voor de luisteraar mysterieus: is het meewarige berusting in de aantrekkingskracht van de foute meisjes waar het liedje over lijkt te gaan? Het rondgaan van de joint bij het kringgesprek dienaangaande? Hoe het ook zij, in al hun ambiguïteit zijn The Beatles lijfelijk aanwezig op hun platen, je hoort hun vingers langs de stalen snaren gaan, je voelt de adem die het membraan van de microfoon in beweging brengt.

In Get Back ben je ineens ín de studio waar je auditief al zo intiem vertrouwd mee bent geraakt, alsof je de kleine sprong door de speaker naar de andere kant hebt gemaakt. Zo brengt de film intieme vrienden die je vijftig jaar niet hebt gezien weer in al hun eigenheid voor je neus.

Frisse covers

Get Back is een weemoedig stemmende totaalervaring. De kracht daarvan wordt misschien wel het best bewezen doordat de film voor de muziek zelf niet eens het beste vehikel is. Op een curieuze manier houden Beatles-coverbands, en de Nederlandse Analogues in het bijzonder, de muziek van Beatles verser, want minder overladen met weemoed en herinnering, dan de beelden uit Get Back. The Analogues hebben de studioalbums uit de kerntijd minutieus gereconstrueerd en voeren reconstructies van bijvoorbeeld Sgt. Pepper’s of The White Album live uit. In feite scheiden ze The Beatles zo van hun muziek: Nederlandse mannen op leeftijd spelen zo nauwkeurig ze kunnen Beatles-tracks na, en zingen hun teksten met hun Nederlandse stemmen, adequaat, maar niet identiek – dat kan immers niet. Het paradoxale effect is dat ze bij de luisteraar niet The Beatles, maar hun muziek onder de aandacht brengen. Juist doordat The Analogues The Beatles niet zijn, gaat Beatles-muziek ineens op zichzelf staan, als een soort partituur uitgevoerd op originele instrumenten. Juist dankzij musici die goed zijn, maar niet zo goed als The Beatles zelf, blijkt hoe goed de muziek van The Beatles is en blijft.

Eilandleven

In de zomer van 1967 kochten The Beatles via de tussenkomst van een malafide vertrouweling een handvol Griekse eilandjes, waar ze wilden gaan wonen en werken far from the madding crowd. De kinderen zouden worden opgevoed in de olijfgaarden, en een garantie voor diplomatieke immuniteit werd verkregen van de militaire junta. Op het vrolijke reisje om een en ander te inspecteren was John helaas zijn drugs vergeten en stuurde hun roadie (die ook in Get Back optreedt) terug om ze te halen met de woorden: ‘what good is the Parthenon without LSD?’ Terug thuis verloren ze de belangstelling. Een jaar later werd alles verkocht – voor één keer met winst.

Meer over