Academische spacefolk van bedeesd Grizzly Bear

MUZIEK Op het Lowlands-festival waren vriend en vijand het erover eens dat Grizzly Bear, een groep uit het muzikaal vruchtbare New Yorkse stadsdeel Brooklyn, niet uit de verf kwam....

Menno Pot

Dat kan gebeuren als je subtiele, relatief moeilijke alternatieve luisterpop maakt, die het van onnadrukkelijke, soms folky melodieën en mooie samenzang moet hebben. Een forse tent, vol mensen in festivalsfeer die niet speciaal voor jou gekomen zijn, kan dan een vreselijke plek zijn.

Maandag mocht Grizzly Bear zich revancheren in de Amsterdamse Melkweg. In zo’n club zou het viertal beter moeten gedijen, maar ook nu overtuigden ze niet.

Grizzly Bear maakte al drie studioplaten (en twee EP’s die ook bijna voor albums door kunnen), maar een uitverkochte grote zaal van de Melkweg was ondenkbaar tot eerder dit jaar Veckatimest verscheen, dat het beste en ook meest toegankelijke werk van de groep bevat. Misschien was de alternatieve Brooklyn-hype er debet aan (ook bejubelde bands als Yeasayer, Vampire Weekend, TV On The Radio en Dirty Projectors komen er vandaan), maar de juichkreten die het album begeleidden waren wat hard: hooguit de helft van de plaat is echt sterk.

In de Melkweg deed zich dat vooral in het middenstuk van het optreden voelen. De opening (met Southern Point) was mooi, de finale (met het prachtige While You Wait For The Others) evenzeer, maar daar tussen bleef de wat academische spacefolk te vaak op afstand en misten de composities de intense hechtheid die de stukken van de veel ‘moeilijker’ Dirty Projectors wel hadden, twee maanden geleden onder hetzelfde dak.

Waar de kwaliteit van de composities fluctueert, gaan andere dingen erger storen. Grizzly Bear musiceerde hecht en heeft in Ed Droste een frontman met een welluidende, krachtige stem, maar wat een gebrek aan uitstraling. De gereserveerde grizzlyberen stonden erbij alsof ze liever in hun grot waren blijven zitten. Matige songs hebben een duwtje richting zaal nodig, nu bleven ze bedremmeld op het podium hangen. Dat lag dus niet aan de tent, op Lowlands.

Het zijn bedeesde, zacht pratende, wat verstrooid ogende studententypes, die jongens uit Brooklyn. Misschien dat dat verklaart waarom Grizzly Bear niet de eerste Brooklyn-band was die moeite had de boodschap overtuigend een Nederlandse popzaal in te lanceren en een gevoel opriep van ‘doe mij de plaat maar’.

Meer over