Abstracte kunst in een bierfabriek

Italianen zijn geen grote bierdrinkers. Met een consumptie van 25 liter per hoofd zijn ze, bierologisch gesproken, dwergen vergeleken bij bijvoorbeeld de Duitsers....

JAN VAN DER PUTTEN

Bejaarde Romeinen kunnen ze zich nog goed herinneren, de bierwagens van Peroni: paard-en-wagens voor het transport van bier en ijsstaven. Die legendarische karren zijn al lang uit het stadsbeeld verdwenen. Peroni zelf trouwens ook. In 1970 verliet Italië's belangrijkste bierfabriek na 69 jaar het Jugendstil-complex in de wijk Salario-Nomentano, even buiten de oude stadsmuren. Ze streek neer in een rommelige industriewijk aan de oostrand van Rome.

Een betonnen, karakterloos complex, dat nieuwe onderkomen van Peroni. Er is één vertrek waarin het verleden nog altijd leeft: de kamer van de jonge historica Daniela Brignone. Drie jaar heeft ze erover gedaan om de geschiedenis van Peroni te schrijven: 1846-1996 honderdvijftig jaar bier in het Italiaanse leven. Dat jubileumjaar 1996 bracht Peroni geen geluk: 'De bierconsumptie in Italië bereikte een dieptepunt. En uitgerekend dat jaar werd Peroni verdrongen door Heineken.'

Bij haar arbeid voor het gedenkboek dook Brignone vergeten documenten en foto's op. Ze laat er een paar van zien. Een foto uit 1910 van de Piazza Principe di Napoli, tegenwoordig de Piazza Alessandria: een complex van uitbundige gebouwen, die meer weg hebben van kastelen of chalets dan van een bierfabriek. De gevels en de daken en de bierwagens op het plein schreeuwen het uit: Birra Peroni. Foto's uit 1912. Poserende bierarbeiders met bierpaarden. Het inladen van ijsstaven. Een lange rij paard-en-wagens op een binnenplaats van de fabriek.

De bier-, ijs- en limonadefabriek Peroni bestond uit drie groepen gebouwen. Ze gelden als de meest representatieve werken van architect Gustavo Giovannoni. Nadat Peroni eruit was getrokken, leken ze geen toekomst meer te hebben. Eén van de complexen is afgebroken. Het centrale blok is een paar maanden geleden, gerestaureerd en wel, verkocht aan een bedrijf dat hoge-snelheidslijnen aanlegt.

Het derde complex tussen de Via Nizza, de Via Reggio Emilia en de Via Cagliari werd verkocht aan de gemeente Rome. Jarenlang is er, op een paar incidentele exposities na, niets mee gebeurd. Het verloederde. Maar het kon ook niet worden afgebroken, vanwege een wet die verplicht tot het behoud van oude fabrieken. In 1990 besloot het stadsbestuur er het gemeentemuseum voor moderne kunst onder te brengen, voluit de Galleria Comunale d'Arte Moderna e Contemporanea di Roma.

De historie van dit museum gaat terug tot 1883. Het is voornamelijk een geschiedenisvan verhuizingen en sluitingen voor onbepaalde tijd wegens restauratie. Intussen bouwde het museum een collectie op van ruim vierduizend werken van de beste Italiaanse schilders van de negentiende en twintigste eeuw, onder wie groten als Balla, Carrà, Trombadori, Casorati, Carena, De Chirico, Savinio, Guttuso, Afro, Sironi, Scipione, Mafai, Morandi. Maar groot of niet groot, voor niemand was er plaats.

In 1995 ging ten slotte na ruim dertig jaar sluiting de kleine expositieruimte aan de Via Francesco Crispi 24 weer open. Een jaar later begon de restauratie van het haveloze complex dat eens had gediend als ijsfabriek, paardenstallen en magazijnen van Peroni. In recordtijd, anderhalf jaar, is het eerste paviljoen aan de Via Cagliari 29 opgeleverd. Van buiten is er niets veranderd, behalve dat de gevel is schoongemaakt. Er staat weer duidelijk op te lezen Società Birra Peroni Ghiaccio (Maatschappij Bier Peroni IJs). En er hangen twee spandoeken aan die een expositie aankondigen.

'We wilden zo weinig mogelijk tijd laten verlopen tussen het begin van de restauratie en het begin van de tentoonstelling', zegt de kunsthistorica Giovanna Bonasegale, directrice van het museum. 'Daarom hebben we deze ruimte al geopend voor tijdelijke exposities. Alleen de vloer en het stucwerk zijn nieuw. U had eens moeten zien hoe het er anderhalf jaar geleden uitzag. Het is een verschrikkelijk moeizaam karwei geweest, maar het resultaat is geweldig.'

De ex-fabriekshal is een ideale tentoonstellingsruimte geworden. Bonasegale is de curator van een tiendelige serie exposities die zal lopen tot eind 1999 en een toepasselijke naam draagt: Lavori in corso, Werken in uitvoering. In totaal nemen er 127 kunstenaars aan deel. De eerste aflevering, die loopt tot eind november, bestaat uit werk van tien bekende kunstenaars uit Rome, zoals Carla Accardi, Enrico Castellani, Piero Dorazio, Pietro Fortuna en Marco Tirelli.

Sommige schilderijen zijn speciaal voor deze gelegenheid gemaakt. 'We hebben de kunstenaars gevraagd ons voor een klein bedrag een werk te verkopen voor de uitbreiding van onze collectie', zegt de directrice. Ze geeft, behalve langs de abstracte kunstwerken binnen, buiten een rondleiding langs veel grotere werken in uitvoering. Het Peroni-complex blijft geheel intact en wordt, net als vroeger, weer overkapt. Maar erin en eronder wordt hard gewerkt aan de zalen waar de permanente exposities komen, de bibliotheek, de mediatheek, conferentiezalen en laboratoria.

In juni 1998 wordt achtduizend vierkante meter in gebruik genomen, het jaar daarop is het hele complex van zestienduizend vierkante meter klaar. 'Jaren lang heeft de Romeinse overheid niets gedaan aan moderne kunst', zegt Bonasegale. 'Ons nieuwe museum slaat aan, vooral bij jongeren en bij wijkbewoners. Rome kan nu weer net als vroeger de stad worden voor kunstenaars uit de hele wereld.' Maar dit museum moet zijn eigen wortels niet vergeten. Daarom stelt de onderzoekster Daniela Brignone voor, in het museum een paar oude foto's op te hangen van de bier-, ijs- en limonadefabriek Peroni.

Dit is het tiende deel van een serie over industriële gebouwen in Europa die tegenwoordig een culturele bestemming hebben.

Meer over