kinderboekenpjotr van lenteren

Aan de weinige jeugdromans over Indonesië zijn er nu twee toegevoegd

null Beeld

Waarom de maan verdwijnt is een meeslepende roman over Nederlands Indië. De laatste reis van Garoeda blijft wat stijfjes.

Geen school en na elke verhuizing andere vrienden. Zo beleeft Lotti het grootste deel van de bezetting van Nederlands-Indië door de Japanners. De internering van haar vader, de gymnastiekoefeningen in de brandende zon en het verplichte vliegenmeppen – het gebeurt wel, maar blijft knap op de achtergrond in de kleurrijke, bijna monumentale uitgave Waarom de maan verdwijnt (Leopold, € 18,99, 9+) van Martine Letterie en illustrator Rick de Haas.

null Beeld Leopold
Beeld Leopold

Een welkom boek. Nederlandse kinderen kunnen eindeloos lezen over onze bevrijding van de Duitsers, maar heel weinig over een land dat tegelijkertijd bevrijd wilde worden van ons. Wat er verscheen is, ondanks ruim drie eeuwen gezamenlijke geschiedenis, op twee handen te tellen en heeft zelden meer dan één druk gehaald.

En dat is toch bijzonder. In Nederland wonen zo’n 1,2 miljoen mensen met een Indonesische achtergrond, toenmalige migranten en hun nakomelingen. Sinds het enorme succes van David Van Reybroucks Revolusi, al twintig weken in de bestsellerlijst, is het moeilijk vol te houden dat er geen markt is voor kinderboeken over dit onderwerp.

Vrijwel alle jeugdboeken over Indonesië vertellen het verhaal van de vertrekkers. Marion Bloem schreef bijvoorbeeld Matabia (De Fontein/Leopold, 1981), alleen tweedehands en als luisterboek verkrijgbaar. Daarin moet Sylvia op haar broertje en zusje passen; in het donker denkt ze aan spookverhalen uit Indonesië. Alleen beer mocht mee (Van Holkema en Warendorf, 1992) van Vivian den Hollander, dat nog wel wordt herdrukt, vertelt precies wat de titel treffend samenvat. Meeslepende klassiekers zijn het niet geworden.

Tonke Dragt (Batavia, 1930) had zo’n klassieker kunnen schrijven, maar wilde dat niet. Ze legde haar hartstochtelijke liefde voor de Indonesische wouden één keer vast, in de koortsachtige sciencefictionroman Torenhoog en mijlenbreed (Leopold, 1969). Dat ze vanuit het kille, aangeharkte Nederland terugdenkt aan een bloedhete, kleurrijke wildernis is overduidelijk, maar wordt nergens expliciet.

Letterie maakt dat een beetje goed in Waarom de maan verdwijnt. Dragt was een van de ooggetuigen die haar hielpen bij het schrijven. Het openingshoofdstuk, waarin Lotti de jongen van een tijgerdwergkat melk geeft, is een herinnering uit haar kindertijd.

Meteen daarop vertelt de baboe het beroemde verhaal van Kantjil en de tijger. Het is de consequent volgehouden afwisseling tussen de droog geregistreerde kampbelevenissen, die zonder opsmuk al schokkend genoeg zijn, en de wonderlijke, wijze, griezelige, grappige en wrede Indonesische sprookjes, die dit prettig en eigentijds vertelde en vormgegeven boek zo genietbaar maken.

Wat blijft wringen: de achtergrond van de sprookjes vertellende bedienden zelf komt nauwelijks aan de orde. Een kinderboekenschrijver met Indonesische wortels die dat perspectief wél probeert mee te nemen is Robin Raven. Sinds zijn spannende debuut De vloek van Pak (Van Goor, 2006) heeft hij al een aantal keer Indonesische avonturen gemaakt.

null Beeld Omniboek
Beeld Omniboek

In zijn vorig jaar verschenen De laatste reis van Garoeda (Omniboek, 10+) verwerkt hij de vraag waarom de Nederlanders in Indonesië de dienst uit denken te mogen maken expliciet en bewijst daarmee ook meteen hoe lastig dat is.

De 11-jarige domineesdochter Meiske gaat het ene moment, spelend in de tuin, helemaal op in kinderlijke fantasieën en is op het andere moment bij gesprekken tussen haar vier jaar oudere broer Jan en volwassenen. Door de stijve jongensboekenstijl uit de jaren vijftig – Meiske maakt in drie jaar tijd geen enkele emotionele ontwikkeling door – zakt de jeugdroman al snel door z’n hoeven.

‘Ga alsjeblieft niet de Multatuli uithangen’, wordt Jan verweten, als hij het voor de inlanders opneemt. Het werkt onbedoeld op de lachspieren. De schrijver die net als Douwes Dekker literatuur en geschiedenis tot één geloofwaardig geheel weet te smeden, maar dan voor kinderen, laat kennelijk nog altijd op zich wachten.

Meer over