Aan de hand van een groot schrijver door naoorlogs Berlijn

De herontdekking van de werken van de Duitse schrijver Hans Fallada, gestorven begin 1947, begon vier jaar geleden met zijn roman Alleen in Berlijn, waarin het eenzame verzet van een Berlijns echtpaar tegen Hitler wordt geschilderd. Nu is de vertaling verschenen van Alpdruck, wat nachtmerrie betekent, maar de Nederlandse titel luidt Een waanzinnig begin.

De roman ontstond in 1946, kort voor Fallada's dood. Hij heeft hierin de eerste vijftien maanden na de oorlog beschreven. Dit was de tijd die in Duitsland wel de Stunde null werd genoemd om aan te duiden dat de Duitsers radicaal met het naziverleden hadden gebroken. Maar Fallada maakte duidelijk dat dit niet het geval was: de Duitsers waren nog even slecht, zo niet slechter geworden. Gedompeld in armoede en ellende leefde hier en daar zelfs een verlangen naar het Derde Rijk.

Fallada heeft over deze roman gezegd dat het geen kunstwerk, maar een 'ziektegeschiedenis' is. Het is een verhaal over depressies, ziekte, moedeloosheid en verslaving; de roes als vlucht in de 'kleine dood'. De lezer ziet de schrijver Doll en zijn jonge vrouw wanhopig ronddolen tussen de puinhopen van Berlijn op zoek naar onderdak, voedsel en verdovende middelen, nadat ze eerder ziek en gedesillusioneerd een stadje in Mecklenburg hadden verlaten.

De Dolls deelden het lot van de verslagen Duitsers, maar er zijn enkele opmerkelijke verschillen. Terwijl de meeste Duitsers na de oorlog schuldgevoelens verdrongen, bekende de schrijver schuld. Hij die de nazi's had gehaat en dacht te behoren tot de fatsoenlijke Duitsers, moest inzien dat hij medeplichtig was geworden aan Duitse misdaden. Dit inzicht kwam toen hij Russische soldaten als bevrijders had willen begroeten, maar die soldaten hem hadden aangekeken alsof hij een 'klein, venijnig en verachtelijk dier' was. Toen begreep hij dat ook hij 'behoorde tot het meest gehate en meest verachte volk op de aardbol'.

Een ander verschil is dat veel verhalen over het Rode Leger gaan over Russen die plunderend en verkrachtend rondtrokken. In Fallada's roman zijn Russische soldaten behulpzaam, vol woede weliswaar over wat ze hebben gezien en beleefd, maar wraak is niet aan de orde. Dit heeft te maken met de ontstaansgeschiedenis van de roman. Net als de schrijver in het boek kreeg Fallada uiteindelijk hulp van een invloedrijke communist, Johannes R. Becher, later minister voor Cultuur in de DDR. Zijn roman verscheen in 1947 bij het communistische Aufbau Verlag, waar kritiek op de Russen uit den boze was.

Dit moet niemand ervan weerhouden dit boek te lezen. Een waanzinnig begin biedt uit de eerste hand een beeld van het eerste naoorlogse jaar in Duitsland, opgetekend door een groot schrijver.

Meer over