A Spy Among Friends

De nieuwste biografie van Kim Philby, de meesterspion die tijdens de Koude Oorlog hoogverraad pleegde, leest als een John le Carré

Patrick van IJzendoorn

Een bedwelmende, verleidelijke en soms dodelijke Engelse eigenschap. Reeds aan het begin van zijn Kim Philby-biografie A spy among friends ziet Ben Macintyre zich genoodzaakt een definitie te geven van 'charme'. Dit begrip is immers onlosmakelijk verbonden met de beroemdste verrader uit de Engelse geschiedenis. Decennia wist deze hoffelijke, beminnelijke en pijprokende spion zijn bevriende collega's binnen de buitenlandse veiligheidsdienst MI6, alsmede de CIA, in te palmen. Ondertussen gaf hij het ene na het andere geheim door aan zijn meesters in Moskou.

Over Harold Adrian Russell 'Kim' Philby (1912-1988), een van de 'Cambridge Spionnen', zijn al biografieën verschenen, maar Macintyre beschikt over nieuw materiaal. In het bijzonder gaat het om het transcript van de ontmoeting, begin 1963 in Beiroet, waarin Philby zijn hoogverraad bekent aan zijn boezemvriend en MI6-collega Nicholas Elliott. Macintyre noemt het 'een van de belangrijkste conversaties uit de geschiedenis van de Koude Oorlog'. De climax leest, net als de rest van het boek, als een spionageroman van John le Carré, niet toevallig de auteur van het nawoord.

Deze vriendschap is de leidraad van deze biografie. Philby en Elliott kwamen uit koloniale families, groeiden op met nannies en gingen naar kostscholen waar een verachting voor regels werd gecultiveerd. Na hun studies op Cambridge rolden ze eind jaren dertig MI6 in. Philby beleefde tussendoor spannende tijden als spion/journalist in de Spaanse burgeroorlog. Solliciteren voor de geheime dienst hoefde niet. De juiste mensen kennen was indertijd meer dan voldoende. Elliotts eerste post was in Den Haag, waar hij zoal leerde dat je een sigaar pas bij het derde glas port aansteekt.

De twee raakten bevriend tijdens de Tweede Wereldoorlog en Elliott speelde een rol bij de voorbereidingen van D-day. Waar Elliott volstrekt loyaal was aan zijn koning, club en klasse, werkte Philby sinds zijn studiejaren in het geheim voor een ander wereldrijk, dat van Jozef Stalin. Door Philby's verraad vonden honderden katholieken aan het einde van de oorlog de dood in het oosten van Duitsland. In het eerste decennium van de Koude Oorlog kwamen daar Albanese vrijheidsstrijders, de overgelopen KGB-agent Konstantin Volkov en de duiker Lionel Crabb bij.

Philby's dekmantel was vriendschap. MI6, dat officieel niet bestond, was geen organisatie maar een exclusieve broederschap waarbinnen de geestige Elliott en de licht stotterende Philby de rijzende sterren waren. Laatstgenoemde maakte ook faam als hoofd van MI6 in Washington DC en zou de baas van de dienst zijn geworden ware het niet dat de vlucht van zijn Cambridge-vrienden Donald MacLean en Guy Burgess naar Moskou tot geruchten leidde dat Philby ook behoorde tot het communistische old boys network. De baas van MI5, de binnenlandse veiligheidsdienst, besloot hem te ondervragen.

Wat volgde was een zeer Engelse 'klassenstrijd'. MI6 was het domein van de upper class, van de James Bond-achtige avonturiers, terwijl MI5 werd bevolkt door leden van de middenklasse. Dat waren de gezagsgetrouwe bureaucraten. 'Nondescript', was het dodelijke oordeel van Philby over zijn ondervrager, een zoon van een vishandelaar. Hoewel er geen hard bewijs was voor verraad werd Philby op non-actief gesteld, maar na een campagne van zijn MI6-vrienden werd zijn naam gezuiverd. Zijn nieuwe post was het spionnennest Beiroet, waar hij werd herenigd met Elliott.

Het werd zijn Waterloo. Een belastende, deels uit rancune geboren verklaring van een oude vriendin zorgde er voor dat na MI5 en de Amerikaanse inlichtingendiensten ook Elliott overtuigd raakte van het dubbelspel van de charmeur met wie hij drie decennia had gedronken, gelachen en gespioneerd. Niet een 'kleinburgerlijke' spionnenjager van MI5, maar Elliott kreeg de taak om een bekentenis uit Philby te krijgen. Het lukte, waarna hij zijn oude vriend de kans bood om te ontsnappen naar de Sovjet-heilstaat.

Daar zou hij, ver weg van herenclub White's en cricketstadion Lord's, verkommeren.

Macintyre's biografie is ontroerend, rijk aan anekdotes en zo Engels als het maar zijn kan. De vriendschap tussen Elliott en Philby kenschetst hij als 'most English', in die zin dat er zelden iets persoonlijks ter sprake kwam. Typisch Engels is ook de liefde voor misleiding, dubbelspel en geheimhouding. En dan natuurlijk die eeuwige charme. Uiteindelijk zou Elliott zijn gewezen boezemvriend met zijn eigen wapen tegemoet treden. Het kruisverhoor in Beiroet was, in de woorden van Macintyre, 'een demonstratie van brute Engelse beleefdheid: beschaafd en dodelijk'.

undefined

Meer over