de week in boekenOnno Blom

A.F.Th. van der Heijden is te oud om jong te sterven

A.F.Th. van der Heijden Beeld HH /  ANP
A.F.Th. van der HeijdenBeeld HH / ANP

Als u dit leest, heeft A.F.Th. van der Heijden de leeftijd der zeer sterken bereikt. Op 15 oktober wordt hij 70. ‘Een absurde gedachte’, zegt Van der Heijden als ik opbel om hem te feliciteren. ‘Alsof het over iemand anders gaat. Om het cliché maar te gebruiken: je bent zo oud als je je voelt. En ik voel me nog lang geen 70. Ik heb mijn lichaam opgeofferd aan de schrijverij, maar met mijn geheugen en verbeeldingskracht is niets mis.’

Elke dag beklimt hij de trappen naar zijn werkkamer, schuift achter een van zijn schrijfmachines en verdwijnt in de verbeelding. Zijn archiefkasten puilen uit van romans in aanbouw: delen van de cycli Homo duplex, over een moderne Oedipus, en MX17, over de vliegtuigramp met de MH17. En delen van De tandeloze tijd, zoals Venus van Mierlo, De IJzeren Man en Het Narrenschip.

Voor zijn verjaardag was een vuistdikke brievenbundel aangekondigd. Maar voor het selecteren van de brieven van zijn leven – hij moet er duizenden hebben verstuurd – heeft Van der Heijden meer tijd nodig. ‘Een aantal oude brieven heeft me wel aangezet tot het schrijven van een ‘requiem voor drie’: Oom Broer. Dat zou weleens mijn volgende boek kunnen zijn.’

Toch staat de jarige niet met lege handen. Jaap Schipper van de Statenhofpers komt hem het eerste exemplaar brengen van de novelle Stultifera Navis, een bibliofiele uitgave in voor verzamelaars wreed kleine oplage. Het betreft één verhaallijn uit Het Narrenschip, waarop gewone stervelingen nog wachten moeten. Albert Egberts, Van der Heijdens alter ego, stapt met zijn voormalige maîtresse Corinne aan boord van een cruise naar de Noordkaap.

Bovendien komt Jan Brands, de bibliograaf die hem al bijna veertig jaar ‘aangenaam hinderlijk volgt’, in het gezelschap van zijn uitgevers en redacteur bij Querido (‘meer feestgedruis niet nodig’) Mijlpalen en millimeterwerk brengen. Een 624 bladzijden tellend overzicht van zijn gehele oeuvre, rijkelijk voorzien van citaten, en ‘enkele losse bespiegelingen’ van de auteur zelf, die verklaart dat interviews hem zijn gaan tegenstaan: ‘In de jaren die me nog resten laat ik mijn werk maar voor zichzelf spreken, zonder al die vergeefse uitleg. Tekst, en tekst alleen.’

Mag ik de jarige dáár misschien over interviewen? Van der Heijden lacht. ‘Toen ik dat schreef, meende ik het. Maar het was een momentopname.’ Dus zijn bibliografie is bij verschijnen al achterhaald? ‘Eigenlijk zou ik voor de marketing van dat boek nu dood moeten gaan. Maar dat ben ik niet van plan. Ik ben te oud om jong te sterven. Dus nu ga ik dóór.’

Meer over