boeken

73 boeken om je op te verheugen in 2022, nr. 36 t/m 39: afzwaaiend uitgever Joost Nijsen heeft nog wel een paar tips

Aanstaande zomer bestaat uitgeverij Podium 25 jaar. Reden voor een feest en een afscheid, want oprichter Joost Nijsen vertrekt. Waarom eigenlijk?

Onno Blom
null Beeld Floor Rieder
Beeld Floor Rieder

‘Als ze vragen: ga je met pensioen?, dan moet ik een beetje giechelen. Al zou het niet eens zó raar zijn op m’n 63ste. Maar de letteren zijn nog niet van me af. Ik wil een nieuw beroep munten. Ik vroeg me af: hoe kan ik mijn expertise het best inzetten? ‘Agent’ klinkt te veel als een vent die rent voor een cent. Wat dacht je van: ‘literair consul’? Louter beschikbaar voor leuke en lucratieve auteurs die ik op enigerlei wijze van advies kan dienen.’

Waarom blijf je dat niet gewoon bij Podium doen?

‘Mijn contract na overname loopt af. Ik wil zelf meer schrijven. Druk privéfront. Maar ik merk ook dat de schaalgrootte waarin ik nu werk niet goed bij me past.’

Twee jaar geleden bracht je jouw zelfstandige uitgeverij voor een ongetwijfeld mooi bedrag onder bij uitgeefhuis Nieuw Amsterdam na bemiddeling van Derk Sauer. Dat heet sinds de verkoop aan LannooMeulenhoff ‘Park Uitgevers’.

‘Haha, dit is zo ingewikkeld dat ik het mijn auteurs ook nog maar moeilijk kan uitleggen. Een uitgever hoeft niet alleen op een zoldertje te zitten. Maar hoe groter het geheel, hoe onvermijdelijker dat je met hoofden van afdelingen over de automatisering van de verzending van recensie-exemplaren moet vergaderen. Ik was ook wel erg gewend de baas te zijn.’

Nijsen zit in een net verworven houten huisje nabij de duinen op Schouwen-Duiveland aan een boekje te werken dat bij zijn vertrek moet verschijnen. ‘Het heet Uitgeversgeluk. Dat is wat wij vakmannen een ‘ambigue titel’ noemen. Ik schreef net dat dé uitgever niet bestaat. De eerste is meer een talentscout, de ander meer een redacteur, de derde meer een koopman.’

Welk type ben jij?

‘Nummer 1. Zonder dat ik me ervoor op de borst ga kloppen is het eigenlijk best indrukwekkend wie ik heb ontdekt. Connie Palmen als uitgever van Optima, ik plaatste haar eerste verhaal. Verder Manon Uphoff, Ronald Giphart, Kluun, Joris Luyendijk, Alex Boogers, Tjitske Jansen, Huib Modderkolk, Inge Schilperoord, enzovoorts.’

Waaruit bestaat het talent om talent te vinden?

‘Dat heeft te maken met smaak, ervaring en intuïtie. Het is steeds moeilijker geworden, want op hinderlijk veel Nederlandse manuscripten die ik onder mijn neus krijg geschoven is weinig aan te merken. Schrijversvakscholen en literaire agentschappen zorgen ervoor dat het niveau van aspirant-schrijvers hoger is. Maar bij de meeste manuscripten kun je een geeuw niet onderdrukken.’

Wanneer weet je of je met een toptalent te maken hebt?

‘Lees het en je weet het. En goed lezen, dat gebeurt opmerkelijk spaarzaam in de uitgeverij. Soms weet je het pas als je iemand spreekt. Ik werd via een Belgische collega voorgesteld aan een Vlaamse journalist met een plan voor een boek over Urk. Een Vlaming over Urk? Nou, dat moest ik nog ’s zien. Maar toen ik Matthias Declercq ontmoette en hem eloquent en gedreven hoorde praten, wist ik binnen één minuut: ták, die is het.’

Je hebt veel auteurs ‘gebracht’, zoals dat heet, maar bent er evenveel onderweg weer kwijtgeraakt.

‘Het patroon is: ik ruik het talent, help ze ontwikkelen, en dan pikken anderen, de koopmannen, type 3, ze weer af.’ Nijsen grinnikt luid. ‘Het duurt meestal vier boeken. Dan vertrekken ze. Niet zelden is het mooiste werk dan al geschreven. Ik vond dat altijd verschrikkelijk – het vertrek van Manon Uphoff voelde als een verlating – maar inmiddels vind ik het wel best. Ajax snapt ook dat een tot wasdom gekomen voetballer naar Barcelona wil. Er kwamen ook wel schrijvers naar mij voor een tweede leven: Renate Dorrestein, Arjen Lubach. Buitenlandse auteurs blijven me altijd trouw, de grote Johan Harstad, maar ook een Antjie Krog, Breyten Breytenbach, Michel Faber, Uwe Timm.’

Waarom vertrokken ze?

‘Soms wordt de relatie sleets. Dat kan ook aan mij liggen. Ik ben ontroerd door talent, maar als een schrijver eenmaal op stoom ligt, leg ik misschien wat minder obsessieve aandacht en liefde aan de dag. Ik ben meer een ontwikkelaar dan iemand die op de winkel past.’

Joost Nijsen  Beeld Keke Keukelaar
Joost NijsenBeeld Keke Keukelaar

Is het geen kwestie van geld?

‘Soms. Of van een zakelijk verschil. Zo had ik een auteur – ik ga uiteraard geen namen noemen – die tot zijn/haar schrik de verkoopaantallen zag kelderen. Toen X van honderdduizenden exemplaren per roman onder de tienduizend schoot, raakte die in blinde paniek en zocht het elders, waar ze X na een gezond voorschot ook niet boven de tienduizend exemplaren uit krijgen.

‘Kluun keek eens rond in mijn oude pand aan het Vondelpark – waarvan de verhuur nu mijn oude dag zeker stelt – en riep, nadat we opgeteld wel twee miljoen boeken van hem hadden verkocht (met Brabantse tongval): ‘Zoooo, dat heb ik mooi bij elkaar verdiend voor jou!’ Waarop ik, ook een ouwe Brabo, zei: ‘Nee, het is andersom: ik heb voor jou je huis in Amsterdam Oud-Zuid, naast A.F.Th. van der Heijden, bij elkaar verdiend.’

‘We moesten allebei lachen. Je doet het natuurlijk samen. Maar uiteindelijk ging het toch wringen voor Kluun. Hij vond de resultaten gaandeweg tegenvallen, ik de kosten te hoog, want de winst op zo’n succesvolle auteur heb je nodig om andere auteurs te brengen. Hij vond dat weer niet zijn verantwoordelijkheid, en ach… dan merk je dat de lol eraf gaat. Maar we zijn goed gescheiden.’

De laatste jaren vond Nijsen vooral vrouwelijk talent, waar Podium vroeger een mannentent werd genoemd. ‘Het is gewoon wat zich voordoet, wat mij betreft. Ik kon vroeger weinig vrouwelijke romanciers vinden met bállen, en nu weinig mannelijke romanciers. Huisartsen en rechters zijn ook allemaal vrouw – wat zijn mannen gaan doen?

‘Na Inge Schilperoord – haar nieuwe boek komt er volgend jaar écht aan, ze heeft nu eenmaal een lange incubatietijd – was er Gerda Blees, met Wij zijn licht. Gerda komt nu met een geweldige bundel zwangerschapsgedichten en is zwanger van nóg twee boeken. Ik voorspel dat zij over tien jaar tot de heel groten behoort. En al snel verschijnen twee sieraden van droomdebuten: Nieuweling van Marion Bruinenberg en Waar gezongen wordt van Shula Tas. Ik stuurde dat boek naar Hanneke Groenteman, die ontstak in lyriek. Je hoort, als het moet, ben ik ook type 3. De koopman.’

Meer over