interview

73 boeken om je op te verheugen in 2022, nr. 11: vertaler Rokus Hofstede vindt vertalen een kunstvorm

Rokus Hofstede ontving afgelopen jaar de belangrijkste onderscheiding voor literair vertalers in Nederland. Dankzij het prijzengeld kan hij relatief rustig werken aan Schoonheid op aarde van Charles-Ferdinand Ramuz. ‘Vertalen moet wel een riskante onderneming blijven.’

Emilia Menkveld
null Beeld Silvia Celiberti
Beeld Silvia Celiberti

Ja, Rokus Hofstede is al een eind op streek met Schoonheid op aarde. Na het succes van De grote angst in de bergen is het de tweede roman van Charles-Ferdinand Ramuz die in het Nederlands verschijnt. De vertaler doet het kalmpjes aan, voor zijn doen; hij heeft nog maanden tot de deadline. ‘Dat is een van de effecten van zo’n prijs: ik ben verlost van mijn impostor syndrome. Het voortdurende gevoel dat ik door de mand dreig te vallen, dat iemand zal zeggen: je doet het helemaal verkeerd. Dat geeft rust.’

Dit jaar werd Hofstede (1959) bekroond met de Martinus Nijhoff Prijs, de belangrijkste onderscheiding voor literair vertalers in Nederland. Het prijzengeld is 35 duizend euro. De jury noemt zijn vertaaloeuvre, met werk van schrijvers als Annie Ernaux, Marcel Proust en Pierre Michon, ‘een indrukwekkende prestatie van zeer hoge klasse’. Zijn vertalingen zijn niet alleen zeer precies, maar ook ‘doorspekt met inventieve en vaak geestige oplossingen’.

Uw dankwoord begint met de zin: ‘De aanstichters van de rel rond de Nederlandse vertaling van het gedicht van Amanda Gorman verdienen onze erkentelijkheid.’ Waarom?

‘Zij hebben voor elkaar gekregen waar de vertaalwereld al decennia voor ijvert: één mediarel en iedereen heeft het over vertalen. Vertalers zijn zichtbaarder dan ooit.’

Vertaler Jan van der Haar zei vorig jaar op deze plek dat het zijn ultieme doel is om onzichtbaar te zijn.

‘Tekstuele onzichtbaarheid vind ik voor een vertaler een groot goed. Je wilt als lezer niet dat de vertaler zich op de voorgrond dringt met een soort opzichtige virtuositeit, tenzij de tekst daarom vraagt, natuurlijk. Maar je staat hoe dan ook in dienst van de tekst en de auteur die je vertaalt.

‘Het voornaamste is in mijn ogen dat een vertaling tot leven moet komen, dat je er een stem in moet kunnen horen. Als een lezer daardoor de illusie heeft dat hij de originele auteur leest, is dat perfect.

‘Maar ik ben faliekant tegen de maatschappelijke onzichtbaarheid van vertalers. Tegen het idee dat vertalers heel nederig moeten zijn en niet op hun strepen mogen staan als auteur.’

U ziet zichzelf als auteur?

‘Juridisch gezien worden vertalers al anderhalve eeuw erkend als auteurs, sinds de Berner Conventie van 1886. Alleen blijven we het moeilijk vinden om daar consequenties aan te verbinden. Tegenover uitgevers staan we nog altijd zwak. Je kunt niet zeggen: ik eis dat het vertaaltarief wordt geïndexeerd. Of: ik wil ook de volgende boeken van deze auteur vertalen. Uitgevers spelen vertalers makkelijk tegen elkaar uit. Ze geven je al snel het gevoel: jij bent quantité négligable, voor jou tien anderen. Zeker als je naam niet op het omslag komt – maar daarin verandert er nu gelukkig wel echt iets.

‘De meeste mensen zien vertalen als een ambacht, ik zie het in de eerste plaats als een kunstvorm. Volgens mij komt die dissidente houding voort uit mijn perfectionisme. Het moet een riskante onderneming blijven.’

Wat bedoelt u daarmee?

‘Als vertaler voeg je iets toe aan de Nederlandstalige literatuur, en dat hoor je met bezieling te doen. Ik leg de lat voor mezelf heel hoog en vind dat ik dat ook van anderen mag vragen. Misschien dat ik daarom het imago van een arrogante blaaskaak heb.’

In het juryrapport valt de term ‘kieskeurig’. Ik begrijp dat u op dit moment veel werk afhoudt?

‘Dertig jaar lang heb ik in een moordend tempo gewerkt. Het is natuurlijk een hele eer dat al dat geploeter nu wordt beloond. Anderzijds voel ik sterk dat ik zo niet verder wil. Voor vertaaltijdschrift Filter heb ik ooit een column geschreven waarin ik opmerk dat opvallend veel vertalers alleenstaand zijn; het werk vraagt om zo’n toewijding dat er weinig ruimte overblijft voor een gezin of een relatie. Dat stukje was schertsend bedoeld, maar bij nader inzien is wat ik beweer niet eens zo onzinnig.

‘Dus ja, ik heb de laatste tijd best wat mooie projecten afgewezen. Omdat ik te weinig tijd kreeg van de uitgever, bijvoorbeeld. Ik dacht: nee, ik ga mezelf niet weer kapot werken om 55 duizend razend lastige woorden te vertalen in een paar maanden tijd. Financieel heb ik het nu niet nodig. En Charles-Ferdinand Ramuz houdt me voorlopig wel bezig.’

Wat maakt zijn werk zo interessant om te vertalen?

‘Dat is vooral de eigenaardige manier van schrijven, die in alles afwijkt van het 19de-eeuwse realisme. Schoonheid op aarde, uit 1927, is veel experimenteler dan de meeste boeken die je tegenwoordig in de winkels vindt. Het vertelstandpunt wisselt voortdurend en de toon is spreektalig, met veel herhalingen en telkens hernomen zinnen.

‘Dit werk moet je vertalen op het scherp van de snede: niet te cryptisch, niet te vlak. Je moet laten zien hoe eigen de tekst is, zonder de lezer kwijt te raken. Het lastigste is de manier waarop Ramuz met werkwoordstijden speelt. Hij schrijft vaak: ‘hij ging’ en meteen daarna: ‘hij gaat’. Zo wordt de lezer plotseling in het hier en nu getrokken. Dat kun je niet een op een omzetten in het Nederlands. Telkens moet je kijken: wat gebeurt hier precies?’

Uw vorige vertaling van Ramuz, De grote angst in de bergen, is goed verkocht. Best bijzonder, voor zo’n onbekende auteur.

‘In Franstalig Zwitserland geldt Ramuz als nationale schrijver, maar hier was hij inderdaad zo goed als onbekend. Het was een blijde verrassing dat die roman zo’n groot publiek heeft gevonden. De thematiek sprak aan, denk ik – het is te lezen als een verhaal over onze omgang met het klimaat en met de pandemie. Ik denk dat mijn vertaling ook een zekere bezieling heeft behouden.

Schoonheid op aarde heeft opnieuw een actueel thema: het gaat over xenofobie, over de verhouding tussen machtigen en marginalen. De roman gaat uit van een klassiek gegeven: wat betekent de komst van een vreemdeling voor een kleine, gesloten gemeenschap? Een bloedmooi Cubaans meisje – de belichaming van de schoonheid uit de titel – komt terecht in een Zwitsers dorp rond 1920. Bij de inwoners wekt deze Juliette een heel scala aan emoties op, van irritatie en fascinatie tot begeerte en jaloezie. De vraag die telkens terugkeert: is er wel plaats voor schoonheid op aarde?’

En, wat is het antwoord?

‘Ramuz is een grote pessimist en ook Schoonheid op aarde is zeker niet vrolijk. Maar juist in dit boek is zijn blik op de wereld bij vlagen liefdevol, aandachtig, poëtisch. Er is een prachtige scène waarin een jongeman vanaf een klif neerkijkt op Juliette, die in een roeibootje zit, met aan de overkant van het meer een overweldigend berglandschap. Even valt alles samen, in een moment van epifanie, en hij beseft: er blijft altijd ruimte voor schoonheid in deze wereld. Een juichend, troostend beeld.’

Rokus Hofstede Beeld Sophie Kandaouroff
Rokus HofstedeBeeld Sophie Kandaouroff

Charles-Ferdinand Ramuz: Schoonheid op aarde. Uit het Frans vertaald door Rokus Hofstede. Verschijnt komend jaar bij Van Oorschot.

Fragment uit Schoonheid op aarde

‘Hij daarboven kijkt nog steeds. Hij ziet dat de bergen op dit moment van opzij werden getroffen door de zon die daalde, terwijl het zonlicht tegelijk minder wit werd; het was alsof er honing op de rotswanden zat. Lager, op de glooiende weiden, was het net goudpoeder; boven de bossen, warme as. Alles maakte zich mooi, alles maakte zich nog mooier, alsof het een wedstrijd was. Alle dingen die zich mooi maken, steeds mooier maken, het water, de bergen, de hemel, wat vloeibaar is, wat vast is, wat noch vast noch vloeibaar is, maar alles hangt samen; er was zoiets als een verstandhouding, een aanhoudende uitwisseling van het ene naar het andere ding, en tussen alle dingen die zijn. En rond háár en vanwege háár, zoals hij denkt en zichzelf daarboven voorhoudt. Er is een plaats voor schoonheid…’

Meer over