3D moet tv-makers uit de brand helpen

Het wordt geen vrolijke boel op de elektronicabeurs CES. Door Bard van de Weijer..

De kater is er al, terwijl het feestje nog moet beginnen. De International Consumer Electronics Show, het elektronicafestijn dat elk jaar in Las Vegas gehouden wordt, staat dit keer voornamelijk in het teken van de recessie.

Een aantal grote fabrikanten, waaronder Philips, zal dit keer niet aanwezig zijn. Het Nederlandse elektronicaconcern laat zich vertegenwoordigen door het Japanse Funai, dat eerder onder meer de Amerikaanse televisiemarkt van Philips overnam. De Nederlandse fabrikant trok zich vorig jaar terug omdat op de Noord-Amerikaanse markt nauwelijks nog iets te verdienen valt met televisies.

De concurrentie is overigens overal moordend: hoewel de opmars van high definition-apparaten in de huiskamer nog maar net begonnen is, worden hd-televisies inmiddels al tegen dumpprijzen verkocht.

Gelukkig dient de volgende tv-revolutie zich al weer aan: 3D. Het fenomeen – een film bekijken op een plat scherm en toch het gevoel krijgen alsof je erbij bent – bestaat al sinds de jaren vijftig. Maar tot voor kort moesten kijkers zich tooien met roodgroen gekleurde brilletjes om het effect in zwartwit te kunnen ervaren.

Inmiddels is er een nieuwe generatie platte schermen in aantocht die de kijker dezelfde 3D-ervaring geeft, maar dan in kleur en zonder het brilletje. De toestellen van Philips hebben speciale lenzen die de verschillende beelden die nodig zijn voor een driedimensionale ervaring de woonkamer insturen.

Vorig jaar liet Philips al een eerste versie van het toestel zien in Las Vegas, maar dit jaar ziet het concern er kennelijk geen heil in af te reizen naar de grootste gokstad ter wereld.

Dat besluit heeft mogelijk te maken met de prijs van het 3D-toestel, die nu nog boven de 15.000 euro ligt. Het toestel is daarmee dus nog niet echt een consumentenhebbedingetje.

Maar dat gaat de komende jaren veranderen, want ook andere fabrikanten komen met 3D. Het Japanse Panasonic beschouwt 3D-televisie als the next big thing. Ook Samsung en Hyundai hebben inmiddels toestellen gereed die de kijker een driedimensionaal beeld kunnen voorschotelen.

Daarmee kan de driedimensionale revolutie echter nog niet beginnen: er moet ook ‘content’ zijn – films, games, televisie-uitzendingen – die 3D ondersteunt. Games lijken de beste kans te hebben om de opmars van 3D een zetje te geven. Beeldchipproducent Nvidia komt tijdens de CES met speciale software die honderden reeds bestaande ‘platte’ videospellen omtovert in een ruimtelijke speelervaring. Overigens wel weer met een speciaal brilletje. De set gaat in de VS bijna 200 dollar (een kleine 140 euro) kosten.

Maar met een nieuw beeldscherm is de consument er nog niet. Er moet ook afspeelapparatuur komen voor 3D-films en -omroepen en uitgevers moeten bereid zijn te investeren in ruimtelijke opnamen. De British Sky Broadcasting Group heeft al een aantal sportevenementen opgenomen in 3D.

Maar dergelijke opnamen zijn relatief kostbaar, omdat altijd met twee camera’s gefilmd moet worden. Net als het menselijk oog is voor een echte 3D-ervaring een ‘dubbel’ beeld nodig, waarbij het ene beeld door het linkeroog wordt waargenomen, terwijl het andere naar het rechteroog gaat. Overigens is er ook software die een 3D-effect kan simuleren.

Meer over