007

Bond is back, met de nieuwste versie van zijn dienstpistool, de Walther P99. Al een jaar of 35, sinds Sean Connery hem voor het eerst gestalte gaf, doet 007 wat er van hem verwacht wordt....

KARIN VERAART

'RELAX! Trek een zijden niemendalletje aan, dim het licht en schenk een paar wodka-Martini's in (shaken, not stirred!). Dan pakken we er een filmpje bij en zullen we eens kijken hoe hij het doet - wedden dat we ons amuseren?', zei Raymond Benson deze week in The Guardian. Zijn Britse gesprekspartner was helemaal not amused. Zij had Benson namelijk juist verweten een spion te hebben gecreëerd die niet eens beschikt over een licence to thrill. Benson is de auteur van de roman Zero minus Ten, de basis van Tomorrow Never Dies. Geheel in Bond-traditie onderwerp van dispuut, in, dat spreekt, Bond-jargon.

In totaal dertig maal, verspreid over zeventien films, introduceert James Bond zich op dezelfde wijze; alleen in de laatste aflevering is Pierce Brosnan een variant toegestaan op de gouden regel. Gewaagd, want waar de meeste helden proberen het publiek te verrassen, streeft Bond er keer op keer naar het tegenoverstelde bereiken: al een jaar of vijfendertig, sinds Sean Connery hem voor het eerst gestalte gaf, doet 007 precies wat van hem wordt verwacht.

Kritiek als zou zijn uiterste verkoopdatum lang zijn verstreken, kan hem niet deren. Het roken van Turkse sigaretten en het drinken van veel wodka-Martini's (of Dom Perignon '55) mag ongezond zijn, gokken verderfelijk, supermacho-gedrag in deze tijden belachelijk, om van wisselende contacten nog maar te zwijgen - Bond doet het gewoon, en de 007 aficionado zou niet anders willen. 'When they are big and bold, the Bondmovies are untouchable', aldus Brosnan in een interview.

De tijd dat een bioscoopseizoen stond of viel met Bond is voorbij, zegt Max van Praag, directeur van UIP Nederland, distributeur van 007. '1997 Was het beste bioscoopjaar in tijden en er kwam geen Bondfilm aan te pas.' Niettemin noemt hij Tomorrow Never Dies een mooie afronding, die naar verwachting iets meer kijkers zal trekken dan de 1,2 miljoen van zijn voorganger GoldenEye (met Famke Janssen als de vileine Xenia Onatopp) uit '95. 'Er zitten drie topscènes in de film', zegt Van Praag, 'en verder is het opnieuw een groot spektakel'; hem iets te groot zelfs.

'Ach, je weet natuurlijk hoe het gaat lopen, Bond lost het wel weer op, maar de vraag is altijd welke stunts en welke grappen er weer in zitten.

'Mensen gaan nu eenmaal graag naar iets bekends, zoals ze liever iets eten dat ze kennen. Je kunt je ook afvragen waarom het publiek en masse kwam opdagen bij de filmversie van Mr. Bean, terwijl ze op de tv doodgegooid worden met die man. En die kleine fragmenten van een half uurtje toch eigenlijk veel leuker zijn.'

Achter Tomorrow Never Dies zit een enorme publiciteitsmachine. Heineken en BMW, om maar een paar grote te noemen, verbonden hun naam aan de film. Een van de redenen waarom ook in de VS de verwachtingen hoog gespannen zijn, waar de film komende week in première gaat. Een andere is Pierce Brosnan, de - Ierse, niet-rokende - vijfde 007, die GoldenEye tot de meest succesvolle Bondfilm ooit maakte. Hij doet het vooral bij de dames bijzonder goed, merkt Van Praag op.

Timothy Dalton daarentegen, de toch ook niet slecht ogende Shakespeariaanse acteur uit Wales, viel verkeerd. Na The Living Daylights (1986, met Jeroen Krabbé als schurk) en Licence To Kill (1988) werd Bond op sterven na dood verklaard. Dalton kon niet worden betrapt met een sigaret of op overmatig drankgebruik en bleef een hele film lang hangen aan één Bondgirl. Fout.

Bovendien, vond vooral het Amerikaanse publiek, leek het wel of deze highbrow-Bond een beetje neerkeek op zichzelf. Vreemd, zegt van Praag, want afgezien van On Her Majesty's Secret Service (1967) - waarin Bond nota bene trouwt - was er zijns inziens toch eigenlijk geen miskleun bij. Bonds huwelijksgeluk was godzijdank van even korte duur als George Lazenby's carrière als 007.

'De muziek, de locaties, de meiden, de gadgets', opperde Brosnan op de vraag waarom zijn personage overleeft in een high-tech filmwereld waarin Bond toch nauwelijks alleenrecht heeft op ongeloofwaardigheid. Brosnan: 'Uiteindelijk zal het te maken hebben met de man.'

James Bond is sinds zijn elfde jaar wees, zijn vader (van wie wordt beweerd dat hij nazi-sympathisant was) en moeder kwamen om in tijdens een klimvakantie. Op zestienjarige leeftijd verloor hij zijn maagdelijkheid in een Parijs' bordeel. Zijn libido zou hem daarna nog vaak in problemen brengen, om te beginnen op Eton waarvan hij werd weggestuurd in verband met een vage maar onverkwikkelijke affaire.

Bonds geestelijk vader Ian Fleming (1908-1964) werd geboren in een vermogende Britse familie, doorliep Eton, studeerde aan universiteiten in München en Genève, maar werd te licht bevonden voor de diplomatieke dienst. Hij kreeg een baantje als journalist en deed in '33 voor Reuters vanuit Moskou verslag van een spraakmakende rechtszaak waarin een aantal Britten werd veroordeeld op grond van spionage.

Voordat hij zich volledig zou richten op het schrijverschap, werkte hij tijdens de Tweede Wereldoorlog enige tijd bij de Inlichtingendienst van de Britse Marine. Al kwam hij maar drie keer per week op de Admiraliteit, in die periode kwam hij in nauw contact met de Secret Intelligence Service. Later bezocht hij als persoonlijk assisent van admiraal John Godfrey enkele malen het hoofdkwartier van de Britse veiligheidscoördinatie in het Rockefeller Center in New York.

Bepaalde situaties en figuren uit de boeken zijn te herleiden tot gebeurtenissen en personen uit die oorlogstijd; zo stond een zekere Sir Stewart Menzies (bekend als C) model voor M, en was Miss Moneypenny een opgepoetste versie van Menzies' secretaresse, Miss Pettigrew.

Maar naar wiens beeltenis James Bond is geschapen is niet met zekerheid te zeggen. Geopperd is wel de Joegoslavische dubbelspion Dusko Popov, een playboy met bijzondere aantrekkingskracht op vrouwen, ondanks zijn bochel. Een andere kandidaat was Flemings ski-maatje Conrad O'Brien-ffrench. In ieder geval was Bond niet het alter-ego van de auteur, 'een pennenlikker als wij allemaal destijds', volgens collega's.

Fleming schreef naar eigen zeggen voor warmbloedige heteroseksuelen in treinen, vliegtuigen en bedden.

'Het was een naakt meisje, met haar rug naar hem toe. Ze was niet helemaal naakt. Ze had een brede lederen riem om het middel met een jachtmes in een lederen schede op haar rechterheup. Die riem maakte haar naaktheid bijzonder erotisch. (. . .) Het was een pracht van een rug. De huid was overal licht café au lait met de glans van dof satijn. De zachte kromming van de ruggegraat was diep in gesneden en deed denken aan krachtiger spieren dan een vrouw meestal bezit, en haar achterste was zo stevig en rond als dat van een jongen. De benen waren recht en mooi en er was geen spoor van roze te bekennen onder de even opgeheven hiel. Het was geen kleurlinge.'

Ze heet Honey, zo leert Bond al snel, en ze duikt op in hoofdstuk 8 van Dr No. Het werk verscheen in 1965 in de Zwarte-Beertjesreeks van Bruna, in de vertaling van John Vandenbergh, die vijf jaar later de Martinus Nijhoff-prijs zou krijgen voor zijn vertaling van James Joyce's Ulysses.

De Bondbeertjes zijn niet langer verkrijgbaar. 'In de jaren zestig was Fleming big business', zegt uitgever Otto Haan bij Bruna. Maar een jaar of zes, zeven terug zijn ze ermee gestopt. Het liep niet meer. Zelfde laken een pak met Star Wars. 'Mensen gaan naar de film, kopen de game, of de video. Alles is gericht op de visuals.'

Fleming zag al direct big business in de verfilming van zijn boeken, maar begin jaren vijftig had Hollywood weinig oren naar zijn plannen. Uiteindelijk waren het Albert 'Cubby' Broccoli en Harry Saltzman die het aandurfden. De Britse dependance van hun onderneming noemden ze EON-(Everything Or Nothing)-productions. In 1962 ging Dr. No in première, starring Sean Connery en Ursula Andress als Honey.

De eerste (en voor velen enige echte) Bond omschreef zijn rol later als een 'een kruis, een privilege, een grap, een uitdaging'. Onder begeleiding van de bekende tune kwam hij tot ons via de loop van een revolver waarvan hij vervolgens zelf de trekker overhaalt, waarop het scherm langzaam rood kleurt. De Bond uit de jaren zestig is een gewetenloze Bond in een steeds gewelddadiger wereld, gedomineerd door Koude Oorlogsgevoelens en bestuurd door sardonische grootheidswaanzinnigen. Zonder zichtbare emotie ontdoet Bond zich met behulp van de laatste snufjes uit Q's koker van zijn vijanden en vriendinnen, met als enige constanten in zijn leven de Walther PKK en de wodka-Martini. Af en toe trekt hij mondhoek op, in een haast dierlijke grijns.

Grappige Roger Moore kon dat niet zo goed, en ere wie ere toekomt, na Flemings dood werd de wereld die Bond heet er een stuk softer op. Als literair personage overleefde James Bond zijn bedenker met krap een jaar; in 1965 kwam postuum The Man With The Golden Gun uit. 'Zet 'm op dieet, zorg dat 'ie die verdomde vragende wenkbrauwen kwijtraakt en hij is het helemaal', zei Broccoli over de nieuwe Bond. Dat hij niet helemaal gelijk kreeg was niet alleen Moores schuld.

De vijftien vervolgromans waren niet alle even briljant. Bond ging op zijn gezondheid letten, kon soms verdacht politiek-correct uit de hoek komen, en: kreeg meer rimpels, minder haar, totdat 'ie in A View To A Kill transformeerde in een perfecte parodie op zichzelf.

Naar eigen zeggen is Pierce Brosnans idee van humor 'keurig in het pak uitglijden op een bananenschil of in de hondenpoep trappen'. Maar voorts komt zijn beeld van Bond nog het meest overeen met dat van Kingsley Amis, die onder pseudoniem ooit een Bondboek schreef over een teleurgestelde romanticus, achter wiens koele uiterlijk een sinister geheim schuilgaat.

Auteur Benson heeft zo zijn eigen interpretatie, tot groot enthousiasme overigens van de erven-Fleming: 'Bond omvormen tot een man van de jaren negentig is als Sherlock Holmes zijn pijp afpakken. 007 Is een chauvinist en een sexist. Hij is op de hoogte van een verschijnsel als het feminisme, maar dat weerhoudt hem niet te proberen iedere vrouw die hij tegenkomt in zijn bed te krijgen', verklaarde hij in een Brits blad.

Bond is back, in de duurste versie ooit. Door Q voorzien van gadgets die het gemiddelde voorstellingsvermogen te boven gaan en uitgerust met de allerlaatste versie van zijn favoriete vuurwapen, de Walther P99 - we kunnen ons naar behoeven verheugen in 'Sint Gregorius gekleed door Brioni die het opneemt tegen de draak, gestoken in Armani'.

Tomorrow Never Dies is te zien in 112 bioscopen.

Meer over