tv-recensieemma curvers

Zomergast Alfred Birney gunde ons door zijn gegiechel heen een wijze kijk op zijn trauma

null Beeld

Alfred Birney (69) kreeg een klein dilemma voorgeschoteld, aan het begin van Zomergasten: presentatrice Janine Abbring had lippenstift op haar tanden. Zou hij er iets van zeggen? Nee, Birneys beleefdheid zou maar langzaam optrekken, maar wat wás hij een gulle verteller.

Hij opende met een steen: in keuzefilm Spring, Summer, Fall, Winter... and Spring (2003) bindt een zenboeddhist een jongetje een steen op de rug, omdat het jongetje voor sadistisch vermaak een vis een steen ombond. ‘Die steen op je rug, dat verwijst naar karma. Elk mens draagt volgens de oosterse filosofieën karma met zich mee.’ Birney kreeg zijn steen van zijn vader (die als lid van de mariniersbrigade in Nederlands-Indië mensen martelde en vermoordde, hij schreef er De tolk van Java over), maar hij was van plan die steen ‘aan het eind van de avond hier in het water te gooien’.

Alfred Birney bij Zomergasten. Beeld
Alfred Birney bij Zomergasten.

In een stukje Polygoonjournaal uit 1950 wilde een verslaggever van uit Nederlands-Indië terugkerende soldaten slechts weten wat ze erna gingen doen. ‘Daar wordt eigenlijk al de geschiedenis van de oorlog die Nederland voerde in Indonesië onder het tapijt geschoven’, zei Birney. Later: ‘Weet je wie zwegen? De pers, de televisie, het koningshuis. Geïnstitutionaliseerd zwijgen noem ik dat.’ Zeventig jaar had hij gewacht op de film over die oorlog: De Oost (2021). Met een fragment liet Birney zien hoe de overheid zelf zijn vijanden schiep voor haar soldaten. Zo trok Birney moeiteloos met zijn persoonlijke verhaal de wijde wereld in, naar een groot verhaal over trauma, wreedheid en wegkijkreflexen.

In dat verhaal zat weinig lucht: ook een fragment van Van Kooten en De Bie was een opzetje om migratie te bespreken. En door, naar de documentaire Overseas (2019), waarin Filipijnse vrouwen bitter glimlachend vertelden hoe ze werden uitgebuit en aangerand als werkster bij gezinnen.

Ook Birney vertelde giechelend en weifelend, op tafel trommelend, zonder enig zelfmedelijden, hoe hij het trauma van zijn agressieve vader erfde en op een internaat terechtkwam. Alsof hij gewend was met dat giechelgordijn het ongemak van de ander weg te nemen. Later zei hij: ‘Ik denk dat ik het heb meegekregen in de Aziatische genen. Dat zie je ook bij dat meisje (uit Overseas, red.): ze lacht en huilt tegelijk, terwijl ze de vreselijkste dingen vertelt.’

Tussen Abbring en Birney was er af en toe toenadering, maar meestal niet: Birney wilde in gesprek, Abbring wilde interviewen. Tegen het slot werd het gesprek intiemer. Toen ze de speelfilm Departures (2008) bespraken bijvoorbeeld, daarin gaf een man als kind een ‘steenbrief’ aan zijn later van hem vervreemde vader. Pas als hij jaren later het lichaam van zijn gestorven vader terugziet, blijkt die de steen in zijn koude hand geklemd te houden.

Toen zijn eigen ‘rare vader’ overleed, kwam Birney ‘tot het inzicht dat hoe ver je ook van elkaar woont, je toch ook heel dicht bij elkaar blijft’. Birney had nog nooit over dat verdriet gesproken. ‘En alles voert eigenlijk terug naar die vervloekte koloniale oorlog.’

Nee, er werd niet echt een steen in het water geworpen. Het bleef zwaar, maar ook zwaarte kan ontstellend mooi zijn.

Meer over