VerslaggeverscolumnAriejan Korteweg in Den Haag

Zo vond Liane den Haan zichzelf terug aan tafel met Johan Remkes

null Beeld

Liane den Haan van Fractie Den Haan was stomverbaasd toen ze werd uitgenodigd om aan te schuiven bij het finale gesprek van informateur Johan Remkes. Zij, aan tafel met de formerende partijen? ‘Dat zag ik helemaal niet aankomen.’

Ze hoorde het nieuws van een journalist – zo gaan die dingen in Den Haag. Weet je het nog niet, had die gevraagd: nou, binnen een uur krijg je een uitnodiging. Zo was het gegaan. Natuurlijk had ze ja gezegd. Dit was de manier om de belangen van haar achterban, de ouderen, te behartigen. ‘Er stond niets over ouderen in de aanzet tot een regeerakkoord. Dat kon alleen maar beter.’

Waarom zij wel en BBB niet, had Caroline van der Plas zich afgevraagd. Omdat die tegen de benoeming van Remkes had gestemd, was de redenering. En Wybren van Haga dan, die wel voor Remkes had gestemd? Die kon je niet tot ‘het constructieve midden’ rekenen.

Het was spannend om erheen te gaan, vertelt ze een paar dagen later in haar bescheiden werkkamer. De sfeer was goed geweest. Tevoren had ze netjes op papier gezet wat ze wilde zeggen. Na het gezamenlijke gesprek was er een zogeheten biechtstoelprocedure; om beurten een op een met Remkes praten. Ze had nog eens gezegd dat ze een groot voorstander is van een extraparlementair kabinet met een schil van partijen die meepraten, omdat dan de inhoud als vanzelf het belangrijkst wordt en er ruimte komt voor de oppositie, wat een gunstige invloed kan hebben op de bestuurscultuur. Al tegen de verkenners Jorritsma en Ollongren had ze haar voorkeur voor een minderheidskabinet uitgesproken. ‘Maar niet iedereen begrijpt dat heel goed of wil het ook.’

Liane den Haan: 'Van moties op andere gebieden snap ik vaak geen bal.' Beeld
Liane den Haan: 'Van moties op andere gebieden snap ik vaak geen bal.'

Wat haar bijbleef? Dat ze even met Wopke Hoekstra de tuin van het Logement inliep en dat daar foto’s van opdoken, blijkbaar vanaf het dak genomen. ‘We slaan door’, vindt ze. ‘Er moet ook afzondering zijn. Dat de inhoud van zo’n informatiegesprek meteen op straat ligt en journalisten alles weten, daar doe ik niet aan mee. Je schaamt je soms diep als je iemand vertelt dat je Kamerlid bent: dat fulmineren, elkaar afmaken. Wij gaan voor de inhoud.’

Liane den Haan kwam in opspraak toen ze binnen twee maanden na haar aantreden haar partij – 50Plus – verliet. Omdat ze het enige Kamerlid van die partij is, kon ze alle partijfinanciering meenemen en bleef – anders dan Van Haga of Pieter Omtzigt – een fractie. Van jezelf afsplitsen is onmogelijk, was de redenering.

Ze is een atypisch Kamerlid. Anders dan andere eenpitters als Van der Plas, Omtzigt en Sylvana Simons, doet ze niet aan beeldvorming, tenzij niet aan beeldvorming doen ook beeldvorming is. Ze heeft geen luide stem of nadrukkelijke manieren, houdt haar twittertijdlijn schoon – ‘daar word ik maar chagrijnig van’ – en zoekt waar mogelijk de samenwerking.

Zo is er, op haar initiatief, een soort kleinepartijenberaad gekomen, bedoeld om te woekeren met schaarse middelen en tijd. Daar wordt gesproken over bijvoorbeeld het tijdstip van commissievergaderingen en er is ook inhoudelijke afstemming. Dan doet Gijs van Dijk (PvdA) namens Fractie Den Haan het woord bij de coronasteunpakketten, of Denk in het Afghanistandebat. ‘Je kunt jezelf niet opdelen. Ik volg vier commissies: Volksgezondheid, Binnenlandse Zaken, Sociale Zaken, Justitie. Van moties op andere gebieden snap ik vaak geen snars. Dus wisselen we met andere fracties kennis uit.’ Ook overlappende moties en vragen, een plaag in een Tweede Kamer met negentien fracties, probeert ze te voorkomen. ‘Moties worden vaak ingediend als er al een toezegging van de minister ligt. Je haalt er credits mee, maar ik zit hier niet voor de bühne.’

Dat extraparlementaire kabinet is wat haar betreft nog niet afgeschoten. ‘Zo heb ik dat niet ervaren.’ Mocht het er komen, of komt er een regeerakkoord op hoofdlijnen, dan is Fractie Den Haan graag van de partij, om mee te praten over het financieel kader en de bestuurscultuur. En als er bewindspersonen kunnen worden geleverd? ‘Met ons valt te praten.’ Zij zelf misschien? ‘Ach, wie wil er nog minister worden?’ Uitsluiten doet ze het niet. ‘Het zou erg aan de post liggen.’

Meer over