ColumnArnon Grunberg

Zo vlak voor Kerstmis ontkom je er niet aan om te pas en te onpas mensen te omhelzen

null Beeld

Vanwege een project – het hele leven is een project – ben ik aan het kamperen in Amsterdam. Kamperen in de winter is weer eens wat anders dan in de zomerse hitte van Afghanistan op een militaire basis rondbanjeren op zoek naar Hegels Weltgeist.

Om de kou te ontvluchten ging ik geregeld naar het nabijgelegen restaurant Mossel & Gin, waar de gastvrijheid alles overtrof wat ik tot nu in de horeca heb meegemaakt. Als je zo’n restaurant in de buurt hebt, kun je tot je dood in een koude caravan wonen. Dan sterven in Mossel & Gin na sluitingstijd, ze hebben gezegd: ‘We blijven open zolang er gasten zijn.’ De dode is ook een gast.

Ik zat te schrijven in Mossel & Gin toen een man tegen me zei: ‘Weet je nog wie ik ben? Jan van de Volkskrant. Chef-uit.’

Meteen wist ik het weer. Ik aarzelde of ik Jan moest omhelzen. Zo vlak voor Kerstmis ontkom je er niet aan om ook kennissen te omhelzen alsof we met z’n allen een ramp hebben overleefd, maar in dit geval hield ik het toch maar op een handdruk.

‘Jou had ik hier niet verwacht’, zei Jan.

‘Ik duik overal op waar ze me niet verwachten’, zei ik.

‘Ik zit hier beneden met mijn familie’, vertelde Jan.

Daarop begroette ik de familie en toen ging ik weer aan mijn tafeltje zitten om te schrijven; een omhelzing kan geen kwaad, maar voor je het weet, dring je je op. De mensen kunnen naar mij toe komen, maar ik ga, uitzonderingen daargelaten, liever niet naar de mensen toe.

Dat is ook de les van Jezus. Je moet niet ieders verlosser willen zijn, dan eindig je aan het kruis. Mensen verlossen zoals de loodgieter wc’s ontstopt. Op individuele basis en na omschrijving van de te verrichten werkzaamheden.

Meer over