Opinie

Zo Europees waren we in 1816

Het Nederlands-Engelse bombardement van Algiers in 1816 toont een nationaal verleden waarin ruimte was voor Europese samenwerking.

Erik de Langepromovendus geschiedenis internationale betrekkingen en Universiteit Utrecht
Het Nederlands-Engelse bombardement van Algiers in 1816 Beeld
Het Nederlands-Engelse bombardement van Algiers in 1816Beeld

Herdenken is in Nederland een lastig verhaal, maar niet alleen als het over pijnlijke episodes uit het verleden gaat. Gert Oostindie had het onlangs in een interview (Ten eerste, 15 augustus) over het verdringen van de dekolonisatieperiode. Dat beschamende zaken verdrongen worden zal psychologisch eenvoudig te verklaren zijn. Toch worden ook episoden vergeten die aanvankelijk als successen werden gevierd, wellicht omdat ze inmiddels ongemakkelijke waarheden zijn geworden.

In tijden van rijzend nationaal gevoelen en afkeer van alles wat naar Europa riekt, is het daarom niet onzinnig om terug te kijken naar de vroege 19de eeuw, toen Nederland zich samen met Engeland inzette voor het Europees belang.

Monumenten of gedenktekens om ons aan deze overwinning te herinneren zijn er niet, maar gelukkig hebben we de gedichten nog. Tweehonderd jaar geleden galoppeerden dichters als W.P. Turnbull de Mikker en J.L. Nierstrasz Jr. elkaar voorbij om 'Neêrlands zegepraalen' te bezingen en hoogdravend te rijmelen over de winst op 'De snoodaards van Afrika's stranden', wiens 'zielen staêg van moordlust branden'.

Wat was er aan de hand, destijds in 1816? Op 27 augustus van dat jaar bombardeerde een Nederlandse vloot samen met de Engelse marine de Noord-Afrikaanse havenstad Algiers. Een aanval van meer dan tien uur bracht de lokale heerser, toen gezien als een piraat en 'rovershoofd', tot overgave. De Nederlandse commandant Theodorus van Capellen en zijn Britse collega admiraal Exmouth werden vervolgens uitvoerig gelauwerd en met koninklijke ordes overladen.

Hoewel nu grotendeels vergeten, zouden we ons 1816 in 2016 nog best mogen herinneren - al was het maar om te herdenken dat 'nationale' grootsheid vaak én niet groots én niet nationaal was.

Ik pleit hier dan ook niet voor jubel of trots. Tegenwoordig dienen andere maritieme successen zoals Piet Hein en zijn zilvervloot (1628) of die slinkse Tocht naar Chatham (1667) het beste als vraagvulling voor historische tv-quizzen. Hoewel het bombardement van 1816 werd gevierd als het herstel van veilige scheepvaart voor alle Europeanen op de Middellandse Zee, kwam dit succes tegen een hoge prijs en had het verstrekkende gevolgen. De schade en het bloedvergieten waren aanzienlijk. Een Britse tolk beschreef hoe de haven gevuld was met verkoolde lijken die zachtjes op de golfslag deinden. Wat dit alles opleverde, was de vrijlating van gevangen en tewerkgestelde Nederlandse zeelui en de belofte van de Algerijnse heerser dat deze 'christenslavernij' voor altijd voorbij zou zijn.

Europese samenwerking

Hoewel de haven en kapersvloot van Algiers snel weer opgebouwd werden, zouden de verschuivende machtsverhoudingen tussen Europa en Noord-Afrika niet meer omkeren. De slag die Algiers in 1816 toegebracht kreeg, benadrukte de neergang die zou eindigen met de Franse kolonisatie bijna vijftien jaar later. De Nederlandse bijdrage aan het Europees imperialisme strekte in zekere zin dus verder dan alleen de eigen koloniën, dat zouden we ons moeten realiseren.

27 augustus 1816 is daarom niet interessant als bron van vaderlandse trots - daar hebben we na twee weken Rio toch al genoeg van te verstouwen gekregen. De samenwerking tussen Nederland en Engeland in 1816 wijst op een verleden dat aan het nationale voorbijgaat. Het is een opmerkelijk voorbeeld van Europese samenwerking lang voor de uitbouw van de Europese Unie en wijst ons bovendien op de gevolgen die deze samenwerking in de niet-Europese wereld had. 1816 toont dat Europese samenwerking een integraal deel is van de Nederlandse geschiedenis.

Dat deze nationale geschiedenis niet enkel over de eigen natie gaat zou best herinnerd mogen worden nu er in Nederland steeds lonkender wordt gekeken naar een geïdealiseerd soeverein verleden. Het bombardement van 1816 maakt zulk lonken problematisch. Precies daarom zouden we er nu aan moeten denken. En in Engeland mag men dan eigenlijk best wel even meedoen.

Erik de Lange, promovendus geschiedenis internationale betrekkingen, Universiteit Utrecht.

Meer over