Lezersbrieven

Zo eenvoudig is de afkomst van Lilianne Ploumen ook weer niet

De ingezonden lezersbrieven van zaterdag 20 februari.

Rijdende melkboer Jan & Annie Heijma in Amsterdam, 1978.
 Beeld Hollandse Hoogte / Hans van den Bogaard
Rijdende melkboer Jan & Annie Heijma in Amsterdam, 1978.Beeld Hollandse Hoogte / Hans van den Bogaard

Brief van de dag

In bijna alle berichten over PvdA-lijsttrekker Lilianne Ploumen wordt gemeld dat ze een dochter van een melkboer is. Ik krijg soms het idee dat ze koketteert met deze zogenaamde eenvoudige ­afkomst.

In de jaren vijftig van de vorige eeuw was in mijn geboortedorp Noordbarge in Drenthe de melkboer zeer gerespecteerd en een man met status. Hij werd niet gezien als een arbeider of keuterboer, maar behoorde tot de middenstand. Het maakte op mij altijd weer indruk, als er aan het eind van de maand afgerekend werd en mijn moeder het geld uittelde.

In de jaren zestig, Lilianne Ploumen werd toen geboren, verhuisde ik naar een nieuwbouwwijk in Emmen. Vlak bij ons woonde de melkboer in een mooi huis met een grote tuin en een bedrijfsruimte met koelcellen. Als jongere droomde ik er toen van om melkboer te worden, want dan was je kostje gekocht. Altijd afzet en één keer in de maand geld halen.

Veel later kwam ik in Almere terecht en daar had in de beginjaren van de stad een melkboer uit Amsterdam/Amstelveen een keten van winkels en fastfoodrestaurants met bijbehorend vastgoed opgebouwd. Zijn zoon en dochter, geboren in dezelfde tijd als Liliane Ploumen, staan nu in de Quote 500. Dat noemen ze goed geboerd.

Hans Warrink, Almere

Leefachterstand

De brief van de 17-jarige Elze van Houtum over niet een leer- maar een leefachterstand vraagt om nuancering. Ik kan me de klacht over niet kunnen leven zoals verwacht zeker goed voorstellen. Maar wat het leven ­iedereen vroeg of laat leert, is dat er voor niemand een recht bestaat op het realiseren van onze verwachtingen, hooguit hoop en streven.

Dus om dan van leefachterstand te spreken, klopt gewoon niet met de realiteit van het leven. Deze periode is tegen wil en dank een leerschool van precies dat lastige aan het leven. Dat leert ons iets voor de rest van het leven. Te hoge verwachtingen zijn lange tijd gecreëerd door de you-can-do-it-cultuur, gepredikt door politiek en nog veel (commerciële) anderen. Dat maakt het wel moeilijk, maar hopelijk niet onmogelijk.

F.M. Boon, Delft

Helderder

Met problemen rond biodiversiteit, fijnstof, stikstof, klimaat, droogte, pfas, ­microplastic, ozon, ontbossing, zoönosen, bijensterfte, bodemuitputting en overbevolking is het onderhand duidelijk dat het niet de goede kant op gaat. Maar oplossingen zijn politiek gesproken niet links of rechts: verzuipen doen we allemaal. Oplossingen zijn een kwestie van de lange adem.

Daarom zou ik, ook en met name in de politiek, voortaan het links of rechts profileren willen verbieden, en voorstellen uitsluitend nog te spreken van partijen met kortetermijndenken en partijen met langetermijndenken. Ik denk dat dan het politieke landschap een stuk helderder wordt.

Ronald Rovers, Waalre

Geen straf

In de reeks van Kaya Bouma over groep 8 van de basisschool Tamarinde in Zaandam schrijft zij over Enes (12) die thuis Turks spreekt (Ten eerste, 18/2). Bouma vertelt over de straf die Enes van zijn juf krijgt: ‘Wie in haar klas bewust een volledige zin in een andere taal dan Nederlands of Engels uitspreekt, moet in de pauze binnenblijven en een pagina uit het woordenboek Nederlands overschrijven.’

Hoewel het belangrijk voor Enes’ toekomst is dat hij Nederlands leert, heeft hij volgens het VN-Kinderrechtenverdrag het recht zijn thuistaal te gebruiken. Nederland erkent dit Verdrag, maar straft kinderen zoals Enes wel als ze geen Nederlands spreken. Uit talloze onderzoeken blijkt dat taaldiscriminatie schadelijke gevolgen heeft voor kinderen en hun ontwikkeling. Dat dit kinderen met een migratieachtergrond treft die het Nederlands (nog) niet goed beheersen, geeft aan dat hun taal en identiteit niet verwelkomd wordt.

Er zijn scholen die een inclusief taalbeleid voeren en meertaligheid als een positieve kracht inzetten. In het artikel van Bouma zegt Enes: ‘Ik heb het soort van verdiend en soort van niet.’ Maar Enes heeft deze straf niet verdiend. Hij verdient het zijn eigen taal te mogen spreken.

Mirjam Blaak, Directeur-bestuurder Defence for ­Children, Leiden

Blind bijbouwen

Een miljoen nieuwe woningen bouwen, dat is nog eens verspilling. Begin met het verbouwen van leegstaande winkelpanden in almaar legere stadscentra. Doe hetzelfde met overbodig geworden bedrijfspanden. En beloon eenpersoonshuishoudens (zoals ik) die willen downsizen. Geen overdrachtsbelasting, minder gemeentebelasting. Doe iets dat creatiever is dan blind bijbouwen.

Mark de Bruijn, Utrecht

Wonen

Met mijn wortels in de bouwwereld denk ik nog weleens met weemoed terug aan het kabinet-Den Uyl dat een grondpolitiek wilde invoeren om de overheid een sterke positie te geven ten opzichte van grondspeculatie. Vanwege een vastgoedlobby onder leiding van de CDA’er Andriessen struikelde dat kabinet over dat voornemen.

Den Uyl had een vooruitziende blik, kunnen we in het hier en nu vaststellen. Wonen is door marktdenken en vastgoedspeculatie een product geworden, in plaats van een primaire levensbehoefte en basisrecht. Dit marktdenken heeft wonen nodeloos duur gemaakt.

Als opbouwwerker heb ik de achterkant van die ontwikkeling van nabij meegemaakt. Het sociale huurwoningbestand groeit gestaag verder naar ­cumulatiegebieden van gestapelde ­individuele problemen van mensen met te hoge woonlasten, in een omgeving waar ze bovendien vastgeketend raken zonder perspectief. Heb je tegenslag in je leven, bijvoorbeeld door een echtscheiding, dan kom je vrijwel meteen wat betreft wonen en de kosten daarvan in de problemen.

Mooi, die coalitie die nu een miljoen woningen wil bouwen, maar als het beperkt blijft tot een vastgoedonderonsje zonder overheidssturing blijven ook in de toekomst nog steeds te veel mensen in de kou staan.

Marien van Schijndel, Deventer

Adoptiestop

Als pleegvader snap ik niet waarom adoptie altijd lijkt plaats te vinden tussen kinderen en ouders die ver bij elkaar vandaan wonen en die cultureel en qua welvaartsniveau veel van elkaar verschillen. Wie heeft daar belang bij? Het kind? Geeft dat nu juist niet een vergrote kans op kinderhandel?

Het grote verschil tussen adoptie en pleegzorg is dat in pleegzorg juist wel wordt gezocht naar opvang in eigen omgeving en onder zoveel mogelijk ­gelijkwaardige omstandigheden. Gedacht wordt dat dat beter is voor het kind. Potentiële adoptie-ouders zouden daarom misschien ook pleegzorg kunnen overwegen in plaats van zich te ­verzetten tegen de adoptiestop.

Kees de Jong, Utrecht

Poppetje

Hoe herkenbaar is het schrijven van Liesje Schreuders over de tijdelijke contracten van docenten. In 1999 heeft een ingezonden brief van mij hierover in de Volkskrant gestaan. In de Tweede Kamer zijn naar aanleiding van deze brief destijds vragen gesteld, maar er is nog steeds niets veranderd. Zolang er maar een poppetje voor de klas staat, is het blijkbaar goed.

Agnes Nobel, Koog aan de Zaan

Pirna

In 1941 werden 150 Amsterdamse mannen ‘als proef’ vergast in een Duits ‘sanatorium’. Maar al eerder, in juni 1940, waren de nazi’s begonnen met proeven op gehandicapten en psychiatrische patiënten. In de kelder van het hoofdgebouw van de instelling Pirna Sonnenstein (bij Dresden) werd toen begonnen met Aktion T 4.

In feite kwam dit ‘onderzoek’ neer op het zoeken naar de meest efficiënte manier om mensen massaal te doden. Uiteindelijk vonden hier in bijna een jaar tijds 13.720 gehandicapten en psychiatrische patiënten de dood. De artsen van de instelling meldden een natuurlijke dood, dan wel longontsteking. Toen het nieuws uitlekte, werd dit programma gestopt. Maar deze proeven waren de opmaat voor wat er later ­elders onder het nazi-regime gebeurde.

Pas na de DDR-tijd kwam er aandacht voor deze zwarte bladzijde in de geschiedenis van de stad Pirna. De instelling herbergt nu een indrukwekkend museum.

Henk Algra, Delft

Zelfvertrouwen

Veel is nu onzeker, dat is zeker. Meer en meer mensen in de media beweren echter met steeds meer zelfvertrouwen dingen waar ze geen verstand van hebben en ook geen enkel bewijs voor hebben. Vaak in slimme tussenzinnetjes, waardoor er geen repliek mogelijk is. Het lijkt wel een soort virus. Als ik bij mezelf zo’n hoeveelheid zelfvertrouwen zonder kennis van zaken zou ­opmerken, zou ik mij enorm gaan wantrouwen en mij afraden om nog in talkshows en dergelijke te verschijnen. Een soort egolockdown.

Marc Lezwijn, Zoetermeer

1.000 euro

Als deze regering dan toch aan het strooien is met geld, dan kan ik binnenkort de beloofde 1.000 euro van Rutte ook wel ontvangen. Zal het later dubbel en dwars moeten terugbetalen, net als deze hele coronarekening, maar het gaat om het idee.

Stefan Huizenga, Harlingen

Meer over