ESSAYAlleenstaande ouders

Zie alleenstaande ouders niet langer over het hoofd in deze loodzware lockdown

null Beeld Zeloot
Beeld Zeloot

De sluiting van school en kinderopvang is zwaar voor alle ouders, maar één groep wordt uitzonderlijk hard getroffen: de ouders die er alleen voor staan. Wanneer krijgt de politiek eindelijk oog voor ons, vraagt alleenstaande moeder Brecht De Backer zich af. 

Mijn zoon heeft zich als een koala aan mijn linkerbeen vastgehecht en probeert noest naar boven te klimmen. Terwijl ik boterhammen voor hem smeer, komt op mijn telefoon een e-mail binnen, een geluid dat inmiddels evenveel cortisol door mijn lichaam jaagt als de hongerige klaagzang van de peuter aan mijn been. Of ik voor het einde van de dag een persbericht geschreven en verstuurd kan hebben? Het is het derde verzoek in een uur tijd, allemaal zijn ze even dringend en cruciaal. Na een badje, ontbijt, wasje draaien, ochtendmeeting, fruithapje, mails beantwoorden, een poppenkastvoorstelling en kort telefonisch overleg is het amper half twaalf en sta ik nog in joggingpak aan het aanrecht. ‘Bumbabeloe, het circus komt eraan’, klinkt het in mijn hoofd, alle dingen wegdrukkend die ik eigenlijk voor werk zou moeten onthouden. ‘Bumbabelie, waar is die kleine clown?’

Vier weken zijn de kinderopvang en scholen nu gesloten. Ouders lopen op hun tandvlees, meldden media deze week, omdat thuiswerken en de zorg voor hun kinderen onmogelijk te combineren is. Sinds maart vorig jaar worden de persconferenties hier thuis, net als in de meeste huiskamers, met ingehouden adem aangehoord. Met bijzonder veel compassie sprak de minister-president de mensen toe die net wat meer lijden onder de genomen maatregelen. Ouderen, jongeren, singles en ondernemers werd een hart onder de riem gestoken – en waar mogelijk geholpen met vrijstellingen van bepaalde regels of financiële hulp. Dat is mooi, maar inmiddels moet ik ook constateren dat het kabinet een grote groep over het hoofd ziet. Een groep die buitenproportioneel wordt geraakt door de sluiting van scholen en kinderopvang, een groep die in essentie vaak al op zichzelf aangewezen is. Wanneer krijgen onze leiders oog voor alleenstaande ouders?

Alleen

Precies een jaar geleden stond mijn destijds vijf maanden oude zoon Kaspar met zijn engelengezicht op de cover van Volkskrant Magazine. Aanleiding was mijn verhaal over hoe ik naar Denemarken was gereisd om via spermadonatie zwanger van hem te worden, en over de obstakels die ik als lesbische, alleenstaande vrouw tegenkwam op de route naar het moederschap. In bredere zin ging het over het afwijken van gebaande paden en het vormgeven van je eigen queer familie. Ik had me goed voorbereid op het alleenstaand ouderschap door een grote schare vrienden als vangnet om me heen te verzamelen. En toen brak de pandemie uit.

Dat er geen rekening kan worden gehouden met elke individuele situatie als er landelijke maatregelen moeten worden getroffen om een virus te bestrijden, spreekt voor zichzelf. Maar in Nederland val je al snel buiten de norm. De genomen maatregelen gaan namelijk uit van het beeld dat een gezin bestaat uit twee ouders en hun kroost. Het gemak waarmee de scholen en kinderopvang zijn gesloten, met als argument dat ouders dan tenminste thuiswerken, laat zien dat het kabinet in de veronderstelling leeft dat er minstens één ouder is die voor de kinderen kan zorgen, terwijl de ander op zolder werkt. Ook de beperkte definitie die is gegeven aan het concept ‘gezin’ (mensen die samen in een huis wonen) en de strikte inperking van sociale contacten hebben verregaande gevolgen voor queer of eenoudergezinnen.

Een op de vijf huishoudens in Nederland is een eenoudergezin, maar Rutte refereerde in zijn toespraken geen enkele keer aan deze groep. Daarin laat het land zich, als het op ouderschap aankomt, weer van zijn conservatieve kant zien. In de Scandinavische landen, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk staat het onderwerp wel op de politieke agenda. Alleenstaande ouders worden daar in praktische of financiële zin tegemoetgekomen tijdens deze crisis. In Nederland niets van dit alles. In de Tweede Kamer ging het afgelopen jaar slechts één keer over eenoudergezinnen in coronatijd, toen GroenLinks er in een motie aandacht voor vroeg. 

null Beeld Zeloot
Beeld Zeloot

Bij meer dan een op de vijf gezinnen staat een ouder er dus alleen voor in deze lockdown, een groep die grotendeels bestaat uit vrouwen. Zij dragen niet alleen de financiële verantwoordelijkheid voor het welzijn van hun kroost, maar moeten ook een huishouden runnen en ervoor zorgen dat hun kinderen bijblijven op school. Ze moeten de angsten en het verdriet van hun kinderen wegnemen en een baken van veiligheid, liefde en troost zijn. Om hun kinderen niet te belasten met verantwoordelijkheden waarvoor ze te jong zijn, moeten ze bovenal positief voor de dag komen en hun kopzorgen en verdriet voor zichzelf houden. Een groot deel van deze moeders leeft ook nog eens op of onder de armoedegrens en werkt veelal als flexwerker met een nulurencontract. En dus heeft de sluiting van de kinderopvang en scholen grote gevolgen voor hen.

Een van die half miljoen eenoudergezinnen is dus het mijne. Ik herinner me nog levendig hoe de voorzichtige versoepelingen in mei vorig jaar voelden als een eerste hap adem na een veel te lange duik onder water. In korte tijd bleek er flink wat schade aangericht. Ik had mijn inkomen met eenderde zien slinken, maar de oppaskosten net zo hard zien stijgen. De crux was: om geld te verdienen, moest ik bijna net zo veel geld uitgeven aan een oppas om überhaupt te kunnen blijven werken. Dat ik deze zorgen en stress vanwege de lockdown niet kon delen met mijn vangnet van vrienden en familie, had bovendien mijn mentale welzijn flink aan het wankelen gebracht.

Het went niet

En nee, het went niet. Want ook in deze tweede lockdown is thuiswerken extreem moeilijk te combineren met de fulltimezorg voor mijn zoon. Met een flexcontract waarbij ik alleen gewerkte uren kan factureren, is mijn inkomen opnieuw drastisch gedaald. De talloze onlinemeetings zijn onmogelijk bij te wonen, want ik moet mezelf voortdurend muten en vroegtijdig afmelden omdat Kaspar luidkeels zit te brabbelen, door de woonkamer stuitert, honger heeft of simpelweg aandacht nodig heeft. Er is alleen maar tijd en ruimte om te werken als hij korte slaapjes doet of in de avond, als ik helemaal afgepeigerd ben. Mijn vrienden, die ik als een warme familie om me heen had verzameld, zie ik bijna uitsluitend via Facetime. De kilometers tussen ons zijn, door het gebrek aan een auto en het advies om niet met het openbaar vervoer te reizen, onoverbrugbaar.

En nu dreigt de avondklok, een maatregel die alleenstaande ouders wederom significant harder zal raken. Voor mij is het van groot belang dat ik af en toe een vriend of vriendin kan zien in de avonduren, als mijn zoon slaapt. Om een gesprek mee te voeren waarin er ook ruimte is voor mijn emoties en tekortkomingen. Een gesprek met een volwassene, in het echte leven, want het is zo lastig om met een peuter je kopzorgen over de toekomst te bespreken.

Laatst vertelde een buurman dat zijn vrouw nachtenlang wakker ligt. Ze weet niet meer hoe ze haar werk moet combineren met de zorg voor hun 2-jarige zoon, die sinds half december thuis is. Frappant was dat hij zelf niet hoorde wat er schortte aan die uitspraak. Ook bij heteroseksuele tweeoudergezinnen rust de zorg voor de kinderen tijdens de lockdown grotendeels op de schouders van de moeders. Met het gevolg dat ook niet-alleenstaande moeders in vergelijking met hun man onevenredig hard worden getroffen door het sluiten van kinderopvang en scholen – als een lockdown iets goed doet, dan is het de reeds bestaande ongelijkheden in het systeem onder een vergrootglas leggen.

Dat alleenstaande ouders in de corona-aanpak over het hoofd worden gezien, blijkt niet alleen uit de rücksichtslose sluiting van de scholen en kinderopvang, maar ook uit de quarantaineregels. Zo kreeg ik begin december te horen dat ik in quarantaine moest, nadat ik in contact was geweest met iemand die positief was getest op corona. Volgens de regels mocht Kaspar naar de opvang blijven gaan zolang ik geen klachten had of positief testte. Het probleem was alleen dat ik hem zelf niet naar de opvang mocht brengen, noch met iemand in contact mocht komen die dat zou kunnen doen. Het gevolg was dat mijn zoon met mij in quarantaine werd gedwongen. Na een dag sloeg hij al wild op het raam met zijn schattige knuistjes en besloot ik de regels toch te breken en naar een rustige plek in het park te lopen. Mijn plichtsgevoel vrat aan me, maar ik besefte ook dat het slecht was om een kind van 1 jaar dagenlang binnen te houden.

Tussen de regels door bewegen

Om het leefbaar te houden, zeker als alleenstaande, moet je soms tussen de regels door bewegen en ben je afhankelijk van anderen die dat ook doen. Zoals wanneer de lieve leidsters op de crèche van mijn zoon me oogluikend toestaan zo nu en dan toch gebruik te maken van de noodopvang. Of wanneer mijn vrienden zich aan een treinreis wagen, zodat we een dag samen kunnen doorbrengen. Of simpelweg met een fles champagne voor de deur staan, gewoon, omdat het dinsdagavond is.

Het is ook niet alleen kommer en kwel. Alle tijd die ik nu met mijn zoon kan doorbrengen is me dierbaar, zijn knuffels en grapjes zijn de hoogtepunten van mijn dag. Elke avond voor ik ga slapen verbaas ik me minstens een minuut lang over hoe hij het klaarspeelt nog leuker te zijn geworden dan de dag ervoor. Maar het zou zo veel beter kunnen, zeker in een land dat zich laat voorstaan op zijn progressieve karakter.

Nogmaals, kijk naar Duitsland, het Verenigd Koninkrijk of Denemarken. Alleenstaande ouders krijgen daar niet alleen twee keer zo veel betaald zorgverlof tijdens de lockdown, ze kunnen ook al sinds het begin van de pandemie een beroep doen op een steunpakket dat gemiste inkomsten opvangt. Daarnaast zijn er in andere landen zogenaamde childcare bubbles in het leven geroepen: alleenstaande ouders mogen een bubbel vormen met familie en vrienden die hen onbeperkt kunnen bijstaan bij de opvoeding en het thuisonderwijs. Het concept ‘gezin’ krijgt zo een multi-interpretabele invulling en wordt ontdaan van heterocentrisme. Ook zouden kinderen uit eenoudergezinnen bijvoorbeeld makkelijker toegang kunnen krijgen tot de noodopvang.

Beste Mark Rutte, de afgelopen tijd heeft u ons als alleenstaande ouders weinig gehoord, waarschijnlijk omdat we te druk waren met alle ballen in de lucht houden. Wilt u ons niet langer over het hoofd zien? Ook wij behoren namelijk tot het nieuwe normaal.

Meer over