ColumnBert Wagendorp

Zelfs een eenmansfractie van T. Baudet zou te maken krijgen met afsplitsingen

null Beeld

Als het zo doorgaat met de partij van T. Baudet, zit ons halve parlement straks vol met Groep-zussen en Groep-zo’s, Fracties-X en Fracties-Y en diverse JA’s en NEE’s van verschillende jaargangen. T. Baudets Forum is een zelfontploffende fragmentatiebom: donderdag scheidde Baudets trouwe luitenant Van Haga zich met twee ­andere matties af en begon de Groep-Van Haga. Dit ‘in goede harmonie’ en vooral vanwege de 5 Mei-poster waarmee T. ­Baudet onlangs weer eens een taboe te lijf ging.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Zoals je in het verleden wel vaker hebt zien gebeuren – met Rita Verdonk als meest tragische voorbeeld – doet een groot aantal voorkeursstemmen een ijdele persoonlijkheid geen goed. In maart stemden 241 duizend Nederlanders op de huisjesmelker Van Haga. Die had dat vooral te danken aan zijn populistische gezwatel over de coronamaatregelen. Het verschil met Baudet is dat Van Haga daarbij een indruk van redelijkheid weet te wekken. Hij hanteert de verhulde provocatie. Nu is Van Haga gaan dromen over een eigen Beweging.

Onlangs publiceerde T. Baudet een ‘essay’ – het was meer een middelbare schoolopstelletje – onder de titel Over het nut van ophef. Daarin legt hij uit dat slechts het doorbreken van taboes (op het gebied van klimaat, corona, feminisme, WO II), tot vrijheid kan leiden. De provocatie, zo liet hij tevens weten, is de kern van zijn politieke denken. ‘FvD zal ophef zijn, of zal niet zijn’, concludeert T. Baudet aan het eind van zijn epistel. Dus we zijn er nog lang niet, met zijn taboedoorbrekende acties. Hij zal wel moeten, anders is het afgelopen.

Zijn Twitteraccount is een fieldlab voor het testen van taboes, een experimenteertuin voor provocaties waaruit Baudet de succesvolle krenten pikt voor inzet op grotere schaal. Er is op zich niets tegen provocatie en taboedoorbrekend gedrag, die hebben ons in het verleden veel positiefs opgeleverd. Alleen betekent taboes doorbreken bij Baudet niet het ter discussie stellen van vastgeroeste dogma’s, maar het afzetten tegen elke opvatting die niet de zijne is. Het taboedoorbrekende ­gedrag van Baudet is een vorm van onverdraagzaamheid. Hij vindt FvD eigenlijk een ‘bevrijdingsbeweging’; de bevrijding van hem onwelgevallige opvattingen, bedoelt hij.

Intussen maakt een keur aan politieke kneuzen handig ­gebruik van de merkwaardige aantrekkingskracht die T. Baudet uitoefent op een deel van het electoraat. Ze liften daarop mee om zich de Eerste of Tweede Kamer, of de Provinciale ­Staten van hun provincie binnen te wurmen, en daar ver­volgens voor zichzelf beginnen. Makkelijk zat: even de ­hondenstront van T. Baudets zolen likken, ‘erg lekker, Thierry’ mompelen, in Baudets kielzog gekozen worden, je daarna ­afscheiden (‘toch een beetje vies, Thierry’) en triomfantelijk je eigen partijtje presenteren als het fatsoenlijke alternatief voor Forum. Zo eenvoudig werkt de Nederlandse partijdemocratie.

T. Baudet heeft nog vijf man over in de Tweede Kamer en nog drie in de Eerste. Gezien zijn voortgaande radicalisering is een status quo nog lang niet bereikt. Het Kamerlid Simone Kerseboom sloot zich donderdag aan bij de kritiek van de Eerste ­Kamerfractie van FvD, die het eens was met Van Haga’s motieven om op te stappen. Voorlopig zonder daaraan consequenties te verbinden. Maar de Groep-Kerseboom hangt in de lucht, net als de Fractie-Frentrop in de Senaat. Baudet hoeft nog maar één taboetje te doorbreken en het is zo ver.

Baudet is een narcist en een politiek-schizofreen, die zelfs als eenmansfractie te maken zou krijgen met een afsplitsing.

Zoals hij in zijn essay schrijft, na de vermaning dat FvD’ers nooit ‘sorry’ mogen zeggen: ‘Enjoy the ride.