ColumnSheila Sitalsing

Ze moesten de vogels vernietigen om ze te redden – of zoiets

null Beeld
Sheila Sitalsing

In het online ‘Overzicht ruimingen en vogelgriep’ administreert de Rijksoverheid nauwgezet hoeveel pluimvee de medewerkers van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit dagelijks vergassen en laten afvoeren naar de firma Rendac, alwaar de kadavers worden gesteriliseerd, gedroogd en gereduceerd tot dierlijk meel en vet. Vernietigd vanwege de vogelgriep en in naam van, tja van wat eigenlijk? Volks- en dierengezondheid, vogelwelzijn, marktbescherming, verdediging van ‘onze manier van leven’?

Uit de administratie: op dinsdag in Bentelo 120 duizend legkippen wegens een vogelgriepbesmetting, plus 69 duizend voor de zekerheid. De dag ervoor 177 duizend mogelijk aangedane vleeskuikens in Blija en nog eens 45 duizend lotgenoten die de pech hadden dat er ‘contact’ was geweest met de slachtoffers. In december zijn 66 duizend kalkoenen en 60 duizend kippen afgevoerd. In november hallucinante aantallen legkippen, vleeseenden, watervogels en vleeskuikens. Et cetera. Van Zeewolde tot Lutjegast moesten ze de vogels vernietigen om ze te redden – of zoiets.

De opvatting dat de intensieve veehouderij dier- en mensonwaardig is, en een schandvlek op de moderne civilisatie, wint aan populariteit na elke stalbrand, na elke ‘ruiming’ en na elke Kamervraag van Esther Ouwehand over het afvoeren van kalfjes als restproduct van een pak melk. Al zijn er altijd mensen te vinden die zelfs van plofkip en gehaktbal een strijdpunt in een cultuuroorlog proberen te maken. Toch kunnen ook zij niet ontkennen dat er, ook voor wie beschaving een elitair onzinargument vindt, een pragmatischere reden is om niet enthousiast te zijn over de bio-industrie: we worden er ziek van.

Dat er lijntjes lopen tussen de intensieve veehouderij, moeilijk te temmen uitbraken van dierziekten, nieuwe en nóg nieuwere virussen die hinkelen van dier naar mens, pandemieën onder mensen en mondkapjeschagrijn, zeggen virologen al langer. Van de vogelgriep worden mensen doorgaans niet ziek, maar sinds we zijn teruggeworpen op click en collect bij de Hema, is het besef ingedaald dat alles kan muteren en migreren tussen mens en dier, en weer terug. Gedenk de massamoord op nertsen in het jaar 1 Na Corona.

Halverwege datzelfde jaar gaf Marion Koopmans – ze werd toen nog niet dagelijks bedreigd door getikte vrijheidsstrijders – een mooi interview aan de Volkskrant. Daarin vertelde ze over haar onderzoek Voor Corona: ‘Ik was met anderen al bezig met een heel breed onderzoek naar de effecten van zaken als klimaatopwarming en intensieve veehouderij op het ontstaan van dit soort virusziekten, en met de vraag: zitten er niet gewoon grenzen aan de groei?’ Op de vraag wat we hierna echt anders moeten gaan doen, antwoordde ze: ‘Het begint met de grenzen-aan-de-groeidiscussie. Hoeveel moeten we willen reizen? Hoeveel vlees moet je willen blijven eten?’

Het nieuw-elankabinet dat zich maandag presenteert, wil zich werpen op ’pandemische paraatheid’. Daarbij lijkt het vooralsnog te gaan over het zekerstellen van de aanvoer van medicijnen en vaccins (mondkapjes hebben we nog) en over meer personeel voor intensieve zorg. Niks over de moedige denklijn van Koopmans: echte ‘pandemische paraatheid’ is nadenken over toerisme en reizen, over houtkap, over het bij elkaar proppen van 120 duizend legkippen, over wildconsumptie, over verdere kolonisatie van het leefgebied van dieren, over alles willen hebben, over meer, meer, meer.

Denken dat je er bent met een gewichtige taskforce ic-bedden, is zoiets als heel veel geld steken in het aanschaffen van geavanceerde dweilen – een Swiffer WetJet Startset! een TURBO mopset van Vileda! – en ondertussen vergeten een monteur te laten komen voor de kraan.

Meer over