ColumnJOOST ZAAT

Zat hier een parasietenwaanzinnige in mijn spreekkamer?

null Beeld

Als ‘jonge’ pensionado met een hekel aan reizen kan ik eindelijk buiten de deur kijken, want werkende dokters moeten ook op vakantie, ziek zijn of in quarantaine gaan. Van elke dag hetzelfde ommetje, een boek en drie kranten lezen word ik niet blij, dus ik val her en der in. Dat geeft ongemak: de soms onbegrijpelijke aantekeningen van de eigen dokter, andere computersystemen of niets kunnen vinden in allerhande laatjes. Toch vind ik het hartstikke leuk. In een kwartiertje – het is coronatijd – probeer ik een frisse kijk op een klacht te krijgen en moet ik niet in de valkuil van de eerste indruk trappen.

Voor me zit de broodmagere, keurige oude heer Houweling. Omstandig begint hij te vertellen dat hij al maanden gekmakende jeuk heeft. Het jeukt zo erg dat hij zijn vel kapot krabt. Voor de coronatijd was hij al aan aantal keer bij zijn eigen huisarts geweest. Die kon van de rode bultjes en vlekjes niks maken en stuurde hem naar de dermatoloog. Daar had hij een doosje met een beestje ingeleverd. Volgens hem kwam de jeuk daardoor. ‘Het was een schilfertje, zeiden ze, maar dat geloof ik niet. Het was een beestje. Ze geloven me niet.’ Tijdens de lockdown was het veel erger geworden. Zalfjes hielpen niets. ‘Ach, jee, een klassieke parasietenwaan’, dacht ik direct: breedsprakig verhaal, eindeloze jeuk, niks helpt en het klassieke bakje met schilfertjes. Kan niks anders wezen. Zo’n waanidee is notoir hardnekkig en moeilijk te behandelen, zeker niet in een kwartiertje. Net als ik de diagnose in met hoofd rond heb, zet hij een tupperwarebakje op tafel. ‘Kijk ze bewegen. Vanmorgen zaten ze in mijn hemd’. Twee minuscule beestjes kruipen langzaam rond. In één seconde kantelt het beeld in mijn hoofd. Hier zit geen ‘parasietenwaanzinnige’, hier zat een dokter die veel te snel zijn oordeel klaar had. Ik tik tegen het doosje en kijk vol verbazing. Zou het een vogelmijt zijn? Daar las ik ooit een artikel over. ‘Heeft u een duivennest in de tuin?’, vraag ik. ‘Ja, hoe weet u dat?’ Het bakje gaat naar een deskundige. Het blijken inderdaad vogelmijten te zijn. Die geven jeuk als ze mensen bijten. Probleem opgelost, hoor ik later.

Mooi verhaal, maar verontrustend. Wat als die beestjes niet hadden gelopen? Dan had ik mijn eerste indruk gehandhaafd en mijn diagnose opgeschreven, waarmee de vaste dokter van mijnheer Houweling de volgende keer misschien minder serieus naar zijn jeuk had gekeken.

Hoe snel denken dokters dat ze het al weten? Vaak hebben ze binnen een minuut al hun eerste werkhypothese klaar. Klachten die huisartsen niet kunnen verklaren komen volgens henzelf vaak voor: 4-10 procent van al hun consulten zou daar over gaan. Als je een beetje breedsprakig bent en een behoorlijk rare klacht hebt, beland je al snel in het doktersvakje ‘SOLK’ (somatisch onvoldoend verklaarde lichamelijke klachten) en dat is niet altijd terecht. We moeten echt naar ‘slow consulting’.

Meer over