ColumnMax Pam

Wordt Baudet een politicus zonder partij of een schrijver zonder lezers?

Abraham Kuyper buiten beschouwing gelaten, loopt het over het algemeen niet goed af met columnisten die de politiek ingaan. Dat is niet moeilijk te begrijpen, want het gaat om tegengestelde bezigheden. Een columnist is een soort stotteraar, die zijn of haar wereldbeeld aaneenrijgt in kleine, losstaande stukjes. Een politicus daarentegen wordt geacht iemand te zijn van het grote overzicht: een uil die over het landschap vliegt en waarneemt waar precies de problemen liggen.

Een columnist is iemand zonder geduld, die nog dezelfde dag wil zeggen waar het op staat. Hij (of zij, enz.) kan schrijven wat hij denkt, omdat hij alleen voor zichzelf verantwoordelijkheid draagt. De columnist kan unverfroren bekritiseren en anderen uitlachen. Hij spreekt in hyperbolen: de puinhopen van Paars of de ravage van Rutte. Een politicus daarentegen moet in zijn uitspraken voorzichtig zijn, aangezien hij rekening dient te houden met de gevoeligheden van kiezers, die hopelijk op hem zullen stemmen. De politicus kan niet altijd zeggen wat hij denkt en doen wat hij heeft beloofd. Hij moet zich inhouden, compromisbereid zijn, anders bereikt hij niets.

Pim Fortuyn is op een dramatische manier aan deze tegenstelling ten offer gevallen. Hij schreef als columnist scherpe stukjes in Elsevier Weekblad. Hij bezat wel politieke ambities, maar kreeg als bestuurder nooit veel voor elkaar. Hij kon goed debatteren, was op zijn manier geestig, had in een aantal zaken volkomen gelijk, maar voorspelde zelf dat zijn premierschap nooit lang zou kunnen duren. Geen geduld voor de stroperigheid van het politieke bedrijf. Fortuyn was de eerste die wegliep uit debatten en talkshows en zou ook als minister-president van vergaderingen zijn weggelopen. De columnist is een individualist, de politicus een sociaal beest.

Ronald Plasterk was behalve bioloog ook columnist voor deze krant. In dezelfde tijd dat hij tv-columns uitsprak voor Buitenhof, schreef hij aan het programma van de PvdA. Zijn ministerschap werd geen groot succes, al hadden velen dat wel verwacht van zo’n scherpe geest. Tegenwoordig werkt hij voor een commercieel bedrijf en is hij een tegendraadse columnist bij De Telegraaf. Zijn partijgenoot Diederik Samsom deed het omgekeerde: hij werd van politicus even columnist, maar had snel in de gaten dat dit niets voor hem was en keerde terug naar een beter betaalde functie in de politiek.

En dan hebben wij nu Thierry Baudet. Een showman, zoals Pim Fortuyn. Door de half geloken luiken van een grachtenpandje, die net genoeg open waren gezet om onze voyeuristische gevoelens te bevredigen, konden wij zien hoe Baudet en zijn jonge protegé Freek Jansen in innige omhelzing afscheid van elkaar namen. Met de homoseksuele component van deze gebeurtenis zou Freud geen moeite hebben en ikzelf moest even denken aan de rol van Helmut Berger in Visconti’s film The Damned.

Baudet was columnist bij NRC Handelsblad en als hij daar niet was ontslagen, zaten wij nu misschien niet met de gebakken peren. Je zag het trouwens aankomen: al die kleine partijconflictjes, voortgedreven door een litanie van grote woorden over de ondergang van de westerse cultuur. En als het erop aankwam, zat Baudet er meestal net naast. Dat hij lang achter de Russen aanliep in de MH17-affaire en niet in de gaten had dat Russische overheden altijd – maar dan ook altijd – liegen, kon hem nog worden vergeven omdat hij net op tijd een tournure maakte. Zijn flirt met Trump was ook niet erg gelukkig, zijn trein-tweets domweg grof en zijn omgang met het alt-rightjongerengespuis ronduit stuitend. De onzin die hij nu anderen verwijt, dat is hij zo langzamerhand zelf geworden.

Ik vermoed dat ik de precieze datum weet van de ineenstorting. Dat was toen Thierry’s leermeester Paul Cliteur liet weten dat hij terugging naar de universiteit. Cliteur woont toevallig bij mij om de hoek. Op een avond zag ik hem in de neervallende duisternis aan het eind van de straat een vuilniszak buiten zetten en toen wist ik: dat komt nooit meer goed.

Baudet nam afscheid met een filmpje tussen de huiselijke gordijnen. Het leek mij typisch zo’n grootse daad, waarvan iemand na vijf minuten alweer spijt heeft. Maar misschien zie ik dat verkeerd en is het allemaal een kwestie van timing. Volgende week komt Baudets nieuwe boek uit, dat hij overigens heeft geschreven samen met Paul Fentrop. Boeken schrijven, dat is natuurlijk wat de columnist het liefst wil, politiek bedrijven is alleen maar leuk zolang de kiezers achter je aan lopen. De rest is modder.

Wordt Baudet een politicus zonder partij of een schrijver zonder lezers? Ik voorzie een uit noodzaak geboren comeback, maar met Freek Jansen – heil! – in de Kamerbankjes gaat ook dat niet beklijven. Zodat weer een rechtse partij in hoongelach ten ondergaat.

Meer over