ColumnBert Wagendorp

Wopke staat al klaar om de opening van de terrassen in een microfoon te toeteren

null Beeld

Vanaf volgende week is de kappersstoel de plek waar we onze herwonnen vrijheid kunnen vieren, althans het begin daarvan. Nu de kapsalon als eerste dominosteen is omgevallen in de lockdown-opstelling, zullen er snel meer volgen. Premier Rutte waarschuwde dat alle versoepelingen die deze week werden aangekondigd omkeerbaar zijn, maar dat is onzin. De kappersstoel is het begin, de terrassen zijn de volgende oases van vrijheid.

Burgemeesters, onder wie Femke Halsema van Amsterdam, Emile Roemer van Alkmaar en Pieter Broertjes van Hilversum dringen aan op het heropenen van de vrijplaatsen met consumptie. Van Broertjes weten wij van de Volkskrant dat hij graag op een terras mag vertoeven. Het persoonlijke en bestuurlijke lopen nu eenmaal altijd door elkaar. Halsema zat vroeger in de bediening op een Utrechts terras en Paul Depla van Breda was ooit een graag geziene gast op de pleinen van Nijmegen. Emile Roemer lijkt me trouwens ook een geoefend terrashanger.

Het terras staat opeens symbool voor de hervatting van het normale leven. Neerploffen, gebaar naar de jongen van de bediening, beetje om je heen kijken naar je terrasgenoten, de zon in je glas pils en lekker lullepotten – als het maar niet over corona gaat. Als de Schepper destijds van het bestaan ervan op de hoogte was geweest, zou hij zijn avonturen met de mens niet zijn begonnen in een saai oord als het paradijs maar op een terras met uitzicht op het water of een fijn pleintje.

In Drenthe had afgelopen weekend een ondernemer tegen alle voorschriften in zijn terras geopend – een boete kon hem niks schelen, hij had ‘voor tienduizend euro pret gehad’. De handhavers toonden begrip, hij kwam er met een waarschuwing vanaf. 65 afdelingen van de Koninklijke Horeca Nederland willen vanaf dinsdag de terrassen weer openen.

Er waait een anarchistische wind door horecaland en ook elders hangt burgerlijke ongehoorzaamheid in de lucht. Begrijpelijk: het buitenterras is veiliger dan een supermarkt of overvol park, en toch moeten de ondernemers toezien hoe hun zaak wordt gesloopt door de inconsequente voorschriften van het kabinet. Het geduld met de modellen van de hysterische besmettingentellers, Britse variant-douaniers, derdegolf-koffiedikkijkers en andere gekokerde wijsneuzen raakt op.

‘Kom uit je ivoren toren’, zei Depla in de Volkskrant tegen het kabinet en de OMT-clan, ‘kom uit dat Catshuisberaad waar RIVM-modellen de toon bepalen. Kijk wat er in de samenleving gebeurt. De tijd van verbieden is voorbij.’ Burgemeesters hebben meestal een scherpere kijk op de realiteit dan hun Haagse vrienden. Ze komen weleens gewone mensen tegen.

Van Hugo de Jonge mogen we nog niet zeggen dat de pandemie is overgegaan in een endemie, een blijvende infectieziekte, en dat we zullen moeten wennen aan een leven met het coronavirus. Zoals we dat ook hebben gedaan met ander virussen. Hugo koerst nog als een verblinde veldheer op controleren en uitroeien, hoewel hij ook wel beter weet.

Intussen gaat de samenleving een andere kant op, in endemische richting. Corona is een blijvertje. Dat zal tot aanpassingen leiden – de tafeltjes op de terrassen wat verder uit elkaar, niet de ouderwetse intieme begroeting. Voor de winter even naar de huisarts voor een coronaprik. Zaken waarmee valt te leven – als het maar is afgelopen met de uitzichtloosheid en de eindeloos herhaalde persconferentieriedels van Mark Rutte.

Gelukkig zijn binnenkort de verkiezingen. De symboliek van de vrije terrassen gaat daarin een belangrijke rol spelen – die gaan, schat ik, een week voor D-day weer open. Wopke staat al klaar om het in de dichtstbijzijnde microfoon te toeteren.

Meer over