ColumnAleid Truijens

Woningen zijn zo gewild dat wij in acht jaar acht modale bruto inkomens cadeau hebben gekregen

. Beeld .
.Beeld .

Een idyllisch huis in een land waar het altijd mooi weer is, in een ontvolkte streek. Met een glaasje wijn, uitkijkend over de lieflijke heuvels, mijmeren over een nieuw boek, of even helemaal geen nieuw boek. Lezen waar ik écht zin in heb. Ik ben niet rijk, nooit geweest, maar het is binnen handbereik. Niet door jaren kromliggen, maar simpelweg door niets doen.

Acht jaar geleden kochten wij, verstokte huurders en financiële onbenullen, toch maar een woning, een klein appartement met tuin in een leuke, niet superchique Amsterdamse buurt. We konden het nét betalen. Nu, ruim acht jaar later, is de verkoopprijs verdubbeld. De woningen zijn zo gewild dat de prijzen absurd zijn geworden. In acht jaar hebben wij zomaar acht modale bruto inkomens cadeau gekregen. Virtueel, en alleen te verzilveren door Amsterdam te verlaten, maar het blijft krankzinnig.

Als er een woning vrijkomt, gaan daar niet de jonge stellen wonen die er perfect in passen. Ook met twee banen, twee goede banen, zijn deze woningen onbereikbaar. De nieuwe bewoners hebben allemaal een ander huis gunstig verkocht, of een erfenis, of een jubelton van hun ouders. Beleggers kopen panden en hakken die op in peperdure huurkamers, of verhuren appartementen aan expats. Intussen wonen wij voor een schijntje, want de rente is sterk gedaald en wij hoeven onze hypotheek, anders dan huizenkopers van na 2013, niet af te lossen. Begrijpelijk dat jongeren knarsetandend toekijken – zoveel oneerlijkheid.

Nederland is, na twee decennia grotendeels liberaal beleid, steeds ongelijker geworden. Hoe ongelijk, dat rekenen de statistici en economen ons trouw voor. Het maakt hier steeds meer uit waar je wieg staat, wat je ouders verdienen en welke opleiding zij volgden. Hoogopgeleiden leven 6 jaar langer en zijn 15 jaar langer gezond dan laagopgeleiden; één op de 13 kinderen groeit op in armoede. Die ongelijkheid begint in de wieg: zie de schitterende en leerzame Volkskrant-productie hierover van Rik Kuiper, Serena Frijters en Geart van der Pol. Onderwijs is niet langer de Grote Gelijkmaker, maar de Grote Uiteendrijver: hét instrument om je kind, desnoods met bijles en privéonderwijs, te verzekeren van een gerieflijke toekomst. Die onwrikbare ongelijkheid wil niemand, maar ze zet door.

Gelijke kansen, in vrijheid je leven inrichten, je talenten benutten – vrijwel niemand, links of rechts, is daartegen. Maar ook bij gelijke kansen zijn er verliezers. De verschillen zitten hem in de beoordeling van pech: of het je eigen schuld is dat je geen werk hebt, schulden, een slechte gezondheid en achterblijvende kinderen. Of je dan hulp verdient of wantrouwen.

Dat ook bij rechts doordringt dat kansengelijkheid niet alles oplost, blijkt uit een boeiende beschouwing in NRC Handelsblad (24-7-2021) van Klaas Dijkhoff, voormalig VVD-fractievoorzitter. Na de lof te hebben gezongen van de ongelijkheid, de eigen verdienste en de vrijheid, komt hij uit bij ongelijkwaardigheid, de ongelijkheid die van generatie op generatie wordt doorgegeven. Daar ‘schuurt het’, vindt Dijkhoff. Hij noemt de ‘steeds groter wordende erfenissen’ en het ‘halve wijken opkopen en verhuren aan mensen die die huizen liever zelf hadden gekocht’. ‘Demp en corrigeer tot op zekere hoogte’, zegt Dijkhoff. Dat is toch een hoopgevend, fris geluid uit liberale hoek, na jarenlang gejuich over ‘dit gave land’. Hopelijk krijgen we in het nieuwe kabinet eindelijk een minister van Wonen. En ik blijf lekker in Amsterdam.

Meer over