ColumnMargriet Oostveen in Den Bosch

Wie vertrouwen zoekt moet eerst vertrouwen geven

null Beeld
Margriet Oostveen

‘In mijn eigen buurt is er niks voor iemand om andere mensen te ontmoeten’, zegt Marian Coense-Sengers (64).

Ik zeg werktuigelijk dat gemeenten ook wel veel dure taken van het rijk moesten overnemen. Er is nog weinig geld over voor buurthuizen.

‘Ja, maar ik kan toch zélf ergens als gastvrouw lopen?’, zegt Marian. ‘Ik kan toch wel kóffie schenken? Alleen word ik door geeneen instantie serieus genomen. Dat is tenminste mijn ervaring.’

Iedere vrijdag kunnen de leden van Quiet Den Bosch naar een inloopochtend komen. En koffie schenken en bijpraten. Hier kun je horen hoe een overheid vertrouwen verspeelt. Cruciaal vertrouwen, blijkt nu ook veel mensen in achterstandswijken zich niet willen laten vaccineren. Over vaccinaties heb ik het bij Quiet doelbewust niet. Wel over arm zijn en afhankelijk, en wat dat met je vertrouwen doet.

Mensen die in armoede leven kunnen zich in elf gemeenten aanmelden bij de ‘Quiet Communities’ van Quiet Nederland. In oktober gaven ze voor de derde keer de glossy Quiet 500 over stille armoede uit: een antwoord op de Quote 500 met rijkste Nederlanders. De eerste Quiet 500, in 2012 tegen de tweedeling bedacht door Armoede-expert Ralf Embrechts en schrijver Anton Dautzenberg, werd bij alle rijken uit de Quote 500 bezorgd. Slechts twee miljonairs reageerden: Harry Hilders en Dirk Lips. Zij hebben in Tilburg de eerste Nederlandse Quiet Community opgericht.

Quiet-members Erwin (links), Ira en Erik.  Beeld
Quiet-members Erwin (links), Ira en Erik.

Een Quiet Community is een gelijkwaardig verband van ‘members’ die in armoede leven en ‘sponsoren’, meestal lokale ondernemers. Het doel was al jaren saamhorigheid. Corona maakt de bittere noodzaak daarvan nog eens duidelijk.

Quiet zit al in elf plaatsen. Wie zich in Den Bosch aanmeldt als ‘member’ krijgt elke twee maanden een aanbieding, zoals een gratis kappersbezoek of een etentje in een restaurant. Alles gesponsord en geregeld door een paar vaste medewerkers. Quiet Den Bosch krijgt gemeentesubsidie en een filantroop die anoniem wil blijven maakt jaarlijks 50.000 euro over, de helft van het budget.

Ze hebben hier 800 member-huishoudens, in totaal gaat het om zo’n 2.000 personen. Zij hoeven niet te bewijzen hoe arm ze zijn, want dat moeten ze overal al. ‘Wij noemen dat geleend vertrouwen’, zegt projectleider Tessa van Berkel. ‘Wij vragen instanties waar mensen in armoede afhankelijk van zijn om hen door te verwijzen, en dat is genoeg.’ Anders dan bijvoorbeeld de voedselbank, waar je steeds weer moet aantonen dat je nog onder een bestaansminimum leeft.

Wie vertrouwen zoekt moet eerst vertrouwen geven, dat weten ze bij Quiet allang. Ook de members doen wat ze kunnen. Deze inloopochtend zijn ze zelf gastheer- of vrouw. De locatie is doelbewust heel mooi: Huis 73, aan een dure winkelstraat bij de Sint-Janskathedraal. Quiet wil arme mensen niet wegstoppen.

Veel members vinden het moeilijk anderen te vertrouwen, zegt Tessa, omdat ze in hun leven zo zelden vertrouwen kregen.

Zes member-huishoudens in Den Bosch zijn slachtoffer van de toeslagenaffaire. En veel meer kampen er met een notoir wantrouwende overheid. Waarom zou je die overheid als die daarom vraagt dan wèl vertrouwen?

‘Om de huishoudelijke hulp te krijgen waar ik recht op heb’, zegt Marian Coense-Sengers, ‘moet ik elk jaar alles op tafel leggen. Al mijn medicijnen. Alles wat ik mankeer.’

‘Constant word je lastig gevallen’, zegt Erik van den Eng (53).

‘Het Participatiehuis!’, roepen anderen. Wie langdurig bijstand ontvangt moet daar in Den Bosch wekelijks verplicht naartoe. ‘In het Participatiehuis worden deelnemers uitgedaagd om met kleine stapjes actief te worden’, meldt de website.

‘Ze stoppen je daar keihard in een mal’, zegt Ira, die liever geen achternaam noemt.

‘Het is een kleuterklas’, zegt Erik, ‘ze pakken je eigenwaarde’.

‘Maar het moet’, zegt Erwin Vedder, alleenstaand vader.

Het is dat ik er zelf naar vroeg, maar verder werd er deze inloopochtend juist opvallend veel en ontspannen gelachen. Hier dachten mensen met een ander mee en was het gezellig. Member Sayahi ging zwaaiend rond met een ansichtkaart voor member Mirjam, die haar been had gebroken. Iedereen zette er wat aardigs op, en of ik ook wou.

‘Alleen: ik ken haar niet’, zei ik.

En Sayahi zei: ‘Maar nu wel’.

Meer over