ColumnJoost de Vries in Puebla

Wie stierenvechten verwerpelijk vindt, zou ook de hamburger moeten afzweren

Joost de Vries Beeld
Joost de Vries
Joost de Vries

Jesús (9) kijkt vanaf de tribune de arena in. Hij heeft een matadorenhoedje op en een houten zwaardje in zijn hand. Dit zijn zijn eerste corridas de toros en hij heeft er zin in. Het zijn ook mijn eerste stierengevechten en ik bevind me, zo aan het begin van de avond, ergens tussen fascinatie en afschuw.

De sfeer is uitstekend in het Relicario, de kleine arena in de Mexicaanse stad Puebla, zo’n twee uur rijden vanaf Mexico-Stad. De tribune, vijftien rijen hoog, is voor tweederde gevuld. Het publiek heeft zich op zijn mooist gekleed, de band speelt traditionele muziek en verkopers lopen af en aan met snacks en drankjes. Steek gerust een sigaar op, maak het jezelf gemakkelijk op je kleine kussentje en geniet van het spektakel.

De cast van de avond betreedt de piste. De drie matadoren in hun glinsterende gouden kostuums, de zes zilveren toreros, helpers in de strijd. Het is Spaans theater uit vroeger tijden en het zindert. Ik geniet, want dit volkse Mexico heb ik door de pandemie te vaak moeten missen. En dan raast de eerste stier het slagveld op, groot, zwart, briesend en opgefokt.

Matador versus stier in de kleine arena in de Mexicaanse stad Puebla. Beeld Joost de Vries
Matador versus stier in de kleine arena in de Mexicaanse stad Puebla.Beeld Joost de Vries

Niet ver van mijn appartement in Mexico-Stad staat de grootste stierenvechtarena ter wereld. Op sokkels rond het stadion prijken bronzen matadoren in actie. De afgelopen twee jaar lag de Plaza México, of simpelweg La México, er verlaten bij. Totdat eind oktober plots stalletjes rond het gebouw verschenen met stierenknuffels en leren wijnzakken.

Vijf zondagen vulde La México zich weer met gejuich en dode stieren. Begin december voltrok zich de laatste corrida van het jaar. Het stadion was tot de nok gevuld want dit waren mogelijk de laatste stierengevechten ooit op deze heilige grond. Daags daarvoor stemde een commissie voor dierenwelzijn voor een verbod, het wachten is op de plenaire stemming in het congres van Mexico-Stad.

Een verbanning uit de hoofdstad zou een klap zijn voor de vijf eeuwen oude traditie, al is zij in 27 van de 32 deelstaten nog springlevend. Net toen ik in de gaten had dat La México weer in bedrijf was, stopten de stierengevechten alweer – misschien voorgoed. Daarom reisde ik af naar Puebla, waar slechts een paar demonstranten voor het Relicario zich druk maken over het dierenleed.

Op een vrijdagavond kijk ik met Jesús en zijn moeder Alejandra naar de stier Maanlicht, die woest door de piste raast en de houten schotten ramt waarachter de stierenvechters wegduiken. We zien hoe een van hen te paard het beest uitdaagt en een lans in de brede nek steekt. Wanneer hij het wapen niet snel genoeg terugtrekt, wordt hij uitgefloten. Hij moet nog wel wat werk overlaten voor zijn collega’s. Dik bloed druipt over de zwarte vacht.

Dan volgen de toreros die met souplesse het dier ontwijken en een set stokken met weerhaken in zijn rug planten. ‘Cortas, cortas!’, roept het publiek en Jesús roept het met hen mee: heb lef en gebruik kortere stokken. Alejandra koopt een pluche stiertje voor hem. Haar vader nam haar als klein meisje ook mee naar de corridas.

Jesús (9) kijkt vanaf de tribune de arena in. Beeld
Jesús (9) kijkt vanaf de tribune de arena in.

De laatste akte is het gevecht van man tot stier. El Zapata, met ruim dertig jaar ervaring een held van de sport, laat het dier rakelings langszij komen, de briesende kop verdwijnt in zijn rode doek. ‘Olé!’ Een trompettist luidt het slot in, het publiek valt stil. El Zapata zoekt zijn positie tegenover de stier en drijft zijn sabel diep in de grote rug. Na een minuut zakt Maanlicht door de knieën en stijgt gejuich op.

‘Weet je wat pas wreed is?’, zegt Alejandra. ‘De duizenden mensen die hun werk zouden verliezen als deze traditie wordt verboden.’ Ze rekent voor: de toreros, de boeren, de schoonmakers, de venters, de kaartjesverkopers. Bovendien, zegt ze, heeft de stier vier jaar lang een prinsheerlijk leven gehad voordat hij een eervolle dood sterft in de arena. ‘Mama, ik wil stierenvlees proberen’, zegt Jesús.

Ik moet haar gelijk geven, de stieren die ik vanavond zie sterven hadden meer geluk dan een gemiddelde koe, kip of varken in de Nederlandse bio-industrie. Wie stierenvechten verwerpelijk vindt, zou ook de hamburger moeten afzweren. Toch wint mijn afschuw het van mijn fascinatie, dit martelfeest kan ik niet verdedigen.

Wie dat wel kan en daar ook in slaagt: de machtige stierenvechterslobby. Daags nadat de dierenwelzijnscommissie een verbod voorstelde, beloofde de voorzitter dat hij met alle groepen gaat spreken die mogelijk economisch worden geraakt. Tot die tijd vindt er geen plenaire stemming plaats. Dus misschien krijg ik toch nog een kans om een corrida in Mexico-Stad bij te wonen. Ik denk niet dat ik ga.

Meer over