ColumnSylvia Witteman

Wie nog geen corona heeft gehad schuift aan het kerstdiner als een handgranaat zonder pinnetje

null Beeld

Kerstmis nadert onontkoombaar, als een elektrische bakfiets met ­kapotte remmen. Ik heb het niet op zo’n dennenboom in huis, die opdringerige badschuimlucht alleen al, en dan die versieringen die bij aanschaf geestig leken (een kerstbal in de vorm van een rijkelijk beglitterde hamburger/taartpunt/aubergine, een kerstman met een mondkapje, een scheel rendier met een écht lampje in zijn rode neus) maar na een uur al behoorlijk flauw worden; ik kan heel goed zonder.

Desondanks sleepten mijn huisgenoten de grootste kerstboom naar binnen die ik ooit heb gezien, en zetten die pontificaal voor het raam, waar hij nu het laatste sprankje decemberlicht staat tegen te houden. Mijn kinderen zitten er knus naast, op hun laptopjes hun onlinelessen te volgen, hoestend en snotterend. (‘Moeten jullie je niet weer eens laten testen, jongens?’ ‘Kom op zeg, we blijven aan de gang. Ga jíj maar.’ )

Tobberig begon ik in de Kerst-Allerhande te bladeren. Ze hebben de diversiteitskwestie handig opgelost, dat moet ik ze nageven. Vorig jaar waren het nog vooral gemengde gezinnen die stralend in de bietencarpaccio zaten te prikken, (blonde moeder, donkere vader, Aziatische kindertjes en een Perzische buurman op leeftijd die met een wijze glimlach op het bonte gezelschap toeziet), maar dit jaar is geen van de aanzittenden nadrukkelijk blank of bruin; ze zitten allemaal in diverse, sfeervolle karameltinten te ­genieten van de ‘coquilles met proseccoschuim’ en ‘geroosterde boerenkool met sumak’.

Prima geregeld dus. Alleen: hoe moet dat met ons eigen kerstdiner? Gewoonlijk doen we dat met zijn twintigen. Van die twintig heeft inmiddels ruim de helft corona gehad, maar de rest zit er dan toch een beetje bij als handgranaten waar de pin uit is getrokken. ‘We delen gewoon ­sneltests uit bij de amuse’, appte mijn joyeuze ­zwager, maar dan mag het vast nog steeds niet van Rutte.

Dan maar alleen met ons eigen gezin aan de ‘côte de boeuf met koffie-speculaaskruidenrub’ en ‘panna cotta met gezouten honing-notencrumble’? Maar opa dan, en de beide oma’s, stuk voor stuk in de tachtig? Ik lag er wakker van.

Ook huisgenoot P had niet lekker geslapen. ‘Ik had de hele nacht een liedje in mijn hoofd...’, ­verklaarde hij geeuwend. ‘Niet zeggen welk liedje, want dan zit ik ermee!’, riep ik. Te laat; hij zong het al. ‘Pour un flirt avec toi’, dat helse oorwurmchanson uit de jaren zeventig. Lala lala lala lalalalala lala lala lalalalala, pour un flirt avec toi/ Je ferais n’importe quoi/ Pour un flirt/ Avec toi...’

Al 24 uur weet dat rotlied niet van wijken, en keelpijn heb ik inmiddels ook. Lala lala lala lalalalala lala lala lalalalala...

Het wordt een lange, hete Kerst.

Meer over