columnbert wagendorp

Wie het partijprogramma niet wil laten doorrekenen, heeft iets te verbergen

null Beeld

Aan het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft het niet gelegen. Het instituut bood alle deelnemende partijen aan de Tweede Kamerverkiezingen aan hun programma’s door te rekenen op effecten voor de leefomgeving. Het bureau zette zestig mannen en vrouwen aan het werk en kwam met een gedetailleerde Analyse Leefomgevingseffecten Verkiezingsprogramma’s 2021-2025 van ruim driehonderd pagina’s.

Taaie kost, maar je weet als kiezer na een paar uur ploeteren tenminste wat er achter de verkiezingsretoriek schuil gaat en hoe de partijen denken hun beloften waar te maken. Alleen maakten maar zes partijen gebruik van het aanbod van het PBL: CDA, D66, GroenLinks, SP, PvdA en ChristenUnie. Dat zijn er vier minder dan de tien partijen die hun programma voor een economische toetsing voorlegden aan het CPB.

Ook de modelleurs van het PBL zijn niet onfeilbaar in hun toekomstprognoses; ongetwijfeld zullen zich de komende jaren weer onverwachte ontwikkelingen voordoen die de rekensommen dateren en aanpassing van het beleid noodzakelijk maken. En dat is dan nog ná de formatie-onderhandelingen. Maar wie weigert zich om die reden aan een oordeel te onderwerpen kan zijn verkiezingsprogramma beter ‘We zien wel’ noemen.

Het PBL richtte zich op vier thema’s: mobiliteit en leefomgeving; landbouw, natuur & voedsel; klimaat en energie; wonen. Onderwerpen die de komende vier jaar vaak voorbij zullen komen en waarvan je graag wilt weten wat de partijen op je shortlist eraan willen doen en hoeveel geld ze eraan willen uitgeven.

Dus nu weten we dat alleen PvdA, D66 en GroenLinks het doel van 55 procent minder uitstoot in 2030 halen (D66 en GL gaan daar nog 5 procent overheen) en dat het CDA daar 9 procent op achter blijft. Ook weten we welke partijen Schiphol in de tang willen nemen (1. GroenLinks, 2. D66, 3. ChristenUnie) en dat de PvdA daar minder toe bereid is. We weten welke plannen er bestaan om de falende woningmarkt aan te pakken en hoe de verschillende partijen denken over de toekomst van de boeren – die kunnen het best CDA stemmen. Nuttige informatie, waar je meer aan hebt dan aan het antwoord op de vraag wie het het beste deed in het RTL-verkiezingsdebat of wie met de beste oneliner kwam – sowieso onbenullige argumenten.

Maar die info is dus alleen beschikbaar voor de zes genoemde partijen. De VVD had geen zin in doorrekening van het verkiezingsprogramma. Volgens lijsttrekker Rutte staat de partij achter het klimaatakkoord en de klimaatwet en daar moet de kiezer het mee doen. De duivel zit in de details, weet Rutte, dus die kun je beter zo lang mogelijk bedekt houden.

Klimaatmaatregelen zijn niet populair in liberale kring, harde taal tegen de boerenstand jaagt kiezers naar CDA en FvD en de luchtvaart is een heilige koe. Vermoedelijk zou de VVD in het PBL-rekenmodel door de mand zijn gevallen, en daar zitten Rutte cs. natuurlijk niet op te wachten.

Overigens lieten PVV en FvD hun programma noch door het CPB, noch door het PBL doorrekenen. Vermoedelijk omdat er helemaal niets víél door te rekenen. De Partij voor de Dieren acht zichzelf te radicaal voor de CPB- en PBL-modellen. De partij is bezig met een flinke electorale opmars. Mooi voor Esther Ouwehand, maar ik had de plannen toch graag doorgerekend willen zien op hun realiteitsgehalte.

Democratische partijen moeten transparant zijn over hun verkiezingsbeloften en er verantwoording over afleggen. Kletsmajoors, droomverkopers en illusionisten moeten worden ontmaskerd. Het laten doorrekenen van je plannen zou verplicht moeten zijn.

Meer over