Commentaar

Westerse verdeeldheid speelt Moskou in de kaart

Bijna acht jaar na de Russische inval in Oekraïne is wegkijken geen optie meer voor Europa. Maar ‘hoop’ is geen basis voor beleid.

Arnout Brouwers
Een Russisch militair konvooi van gepantserde wagens op een snelweg in de Oekraïense Krim, die in 2014 werd geannexeerd door Rusland. Beeld AP
Een Russisch militair konvooi van gepantserde wagens op een snelweg in de Oekraïense Krim, die in 2014 werd geannexeerd door Rusland.Beeld AP

Vrijdag ontmoeten de Amerikaanse en Russische ministers van Buitenlandse Zaken Blinken en Lavrov elkaar in Genève. Een Russische analist noemde het ‘de laatste halte voor het treinongeluk’. Niemand weet of die bewering klopt, ook wat betreft de tijdspanne. Maar de signalen zijn niet goed.

Om te beginnen in Moskou, de plek waar deze Europese veiligheidscrisis is gefabriceerd. Daar laat men ondubbelzinnig weten dat het Moskou alleen gaat om antwoorden van de Verenigde Staten en de Navo op de eisen omtrent Oekraïne en de Navo: geen verdere uitbreiding en terugtrekking van de Navo uit oostelijk Europa. De Navo heeft Rusland uitgenodigd voor een serie besprekingen in de Navo-Rusland-Raad, maar Moskou eist een concreet antwoord op zijn eisen die zo geformuleerd zijn dat ze eigenlijk alleen kunnen worden afgewezen.

Ook op militair niveau is de analyse zorgwekkend: Rusland voert materieel en manschappen aan uit de verste regio’s, die een snellere verdere versterking van de troepenmacht langs de grens mogelijk maakt. Met de verplaatsing van Russische troepen naar Belarus nadert de militaire omsingeling van Oekraïne zijn voltooiing.

De Russische troepenopbouw begon afgelopen voorjaar en volgde op een aantal maatregelen van de Oekraïense president Zelenski, vooral zijn optreden jegens de aan president Poetin gelieerde oligarch Medvedtsjoek en diens tv-zenders. De vrees is dat Poetin nu wil optreden omdat de prijs voor actie – vanuit Russisch perspectief – later nog hoger zal zijn. In Belarus en Kazachstan heeft Poetin duidelijk gemaakt dat hij geen volksprotesten tolereert die autoritaire leiders in het nauw brengen. Het perspectief van een stabiel, succesvol en democratisch Oekraïne schendt al zijn rode lijnen.

Deze week zal president Poetin met plezier hebben aanschouwd hoe het beeld van westerse ‘eenheid’ in het openbaar verkruimelde. De Duitse regering is intern verdeeld over hoe met Rusland om te gaan en welke sancties opportuun zijn. Zelfs bancaire sancties liggen gevoelig, want Duitsland moet wel zijn gasrekening kunnen blijven betalen. In Straatsburg ondermijnde president Macron de westerse eenheid ook door zijn stokpaardje te berijden over een exclusieve, Europese dialoog met Rusland – desastreuze timing, en een pijnlijk teken dat hij op een cruciaal moment geen onderscheid kan maken tussen vorm en inhoud, hoofd- en bijzaken.

President Biden, ten slotte, sprak woensdag vage taal over wat verschillende vormen van agressie tegen Oekraïne voor gevolgen zouden hebben, en erkende dat het bondgenootschap intern verdeeld is. Maar ook Washington zelf is verdeeld over de vraag hoe een ‘buitenlands beleid voor de middenklasse’ zich verhoudt tot de Oekraïnecrisis. Ook over wat agressie is die om een antwoord vraagt, is men het oneens.

Zo staat een intern verdeeld Westen eigenlijk met lege handen, slechts gevuld met hoop op een goede afloop, tegenover een Russische leider die zijn doelen desnoods met dwang wil bereiken. De Oekraïnecrisis rekent af met veel mythes. Zo zijn de Amerikanen nog steeds een bepalende speler op dit continent, met een buitenboordmotor die krachtiger is dan het gespartel van Europese roeispanen. Maar twijfel over de aard van de Amerikaanse betrokkenheid zal blijven. Europeanen moeten zich dringend afvragen of een gereedschapskist met wat sancties en een beetje hoop toereikend zijn. Bijna acht jaar na de Russische inval in Oekraïne is wegkijken geen optie meer – en eensgezindheid een minimumvereiste.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Meer over