CommentaarMichael Persson

Westerse democratie onder druk door bedrijven uit Silicon Valley, maar EU is klaar met Big Tech

De Google-campus in Californië.  Beeld AFP
De Google-campus in Californië.Beeld AFP
Michael Persson

Er is een vijand tegen wie Europa het wel redelijk eensgezind lijkt te kunnen opnemen, maar die komt uit het westen: Big Tech uit Silicon Valley. Donderdag stemde het Europees Parlement in grote meerderheid voor de Digital Services Act, een wet die internetgebruikers moet beschermen tegen de methoden van internetbedrijven als Meta (Facebook) en Google. Sterker nog: de bescherming heeft in theorie de potentie om het hele verdienmodel van die bedrijven te ondergraven.

Dat is om meerdere redenen een goede ontwikkeling. Afgelopen najaar bevestigde klokkenluider Frances Haugen de zorgen die in Europa al langer leefden: dat Facebook drijft op opruiing en ophef, en dat de waarheid daaraan ondergeschikt is. Hoe meer gedoe, hoe meer aandacht, en des te meer advertenties het dus kan slijten. Datzelfde geldt voor de YouTube-filmpjes van Google.

Facebook en Google verdienen niet alleen aan de advertenties op hun eigen platforms. Ook advertentieruimte op veel andere websites (zoals die van deze krant) wordt verkocht via het zogeheten programmatic systeem, waarbij advertenties via razendsnelle veilingen op specifieke momenten aan specifieke gebruikers worden voorgeschoteld. De website zelf krijgt slechts een klein deel over van het geld dat de adverteerder besteedt; het gros verdwijnt in de zakken van Silicon Valley.

Beide advertentiesystemen draaien op het profileren van gebruikers, aan de hand van hun persoonsgegevens en zoekgedrag. Dat gegevensgebruik is de kern van het verdienmodel van deze twee bedrijven. Het is tragisch dat het internet, ooit zo veelbelovend als onuitputtelijke bron van informatie en sociale contacten, dankzij dit model nu vooral als bron van desinformatie en polarisatie een stempel op de maatschappij drukt.

Het woord ‘vijand’ is dus niet overdreven: de westerse democratie staat onder zware druk, dankzij de amorele bedrijven uit Silicon Valley.

Vandaar de ingreep van het Europees Parlement. Een verbod op het volgen van gebruikers (en dus op het hele verdienmodel) zoals de Democraten in de VS dat vorige week voorstelden zat er niet in, maar wel worden de techbedrijven verplicht openheid van zaken te geven over de algoritmes waarmee ze werken. Ook krijgen gebruikers de mogelijkheid voor een duidelijke ‘opt-out’: als ze niet gevolgd willen worden, dan kunnen ze dat aangeven.

Dat zijn belangrijke stappen. Het feit dat Google en Meta waarschijnlijk de grootste lobbycampagne in de geschiedenis van de EU lanceerden om dit wetsvoorstel tegen te houden zegt genoeg. Het feit dat niet alleen linkse partijen, maar ook rechtse partijen voor het voorstel stemden is ook een teken aan de wand: Europa is klaar met Big Tech.

Het wetsvoorstel moet nog worden beklonken, in overleg met de lidstaten. Maar als het standhoudt, is het straks aan de Europese burgers om hun kans te grijpen en Facebook en Google van zich af te schudden, en zo te vechten tegen de vijanden van de democratie.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.