commentaar

Weg van de olie

Het juridisch instrument dat klimaatactivisten hebben ingezet, is een functioneel paardenmiddel.

Het ecologisch geweten heeft een rechterlijke stem gekregen. Om te beginnen in 2015, toen de rechter in een door Stichting Urgenda aangespannen zaak bepaalde dat Nederland zich meer moest inspannen voor de verwezenlijking van zijn klimaatdoelen. Sindsdien hebben rechters, in Nederland en elders, overheden vaker aangesproken op hun inspanningsverplichtingen ten behoeve van het klimaat. En deze week bepaalde de Haagse rechtbank dat olieconcern Royal Dutch Shell (RDS) zijn uitstoot van CO2 met 45 procent moet verminderen ten opzichte van het emissieniveau van 2019.

Zelfs als de hoop voorbarig blijkt te zijn dat hiermee het einde van het fossiele tijdperk is ingeluid, is het een opmerkelijke uitspraak. De rechter dwingt een van de 25 ondernemingen die samen verantwoordelijk zouden zijn voor de helft van de mondiale klimaatschade tot een ingrijpende koerswijziging. Onder verwijzing naar een leefbaar klimaat als mensenrecht en de verantwoordelijkheid die RDS daarvoor heeft.

Die verantwoordelijkheid was vaak nogal gratuit vanaf het moment waarop klimaat een thema is. Vervuilende bedrijven waren op papier van goede wil, maar bleven in de praktijk vaak in gebreke om niet te veel uit de pas te lopen met hun concurrenten of met de overheden waarmee zij te maken hadden. Op een gelijk speelveld konden ambitieuze klimaatdoelen slecht worden verwezenlijkt. Iedereen keek naar elkaar, en niemand deed voldoende om de naderende ramp af te wenden. Hopelijk wordt deze patstelling door de uitspraak van de Haagse rechter doorbroken.

In betrekkelijk korte tijd is het klimaatactivisme doorgedrongen tot in de vezels van maatschappij en bedrijfsleven. Werknemers van ondernemingen ‘met een luchtje’ spreken hun werkgever aan op hun verantwoordelijkheden. Aandeelhouders laten klimaatdoelen toenemend prevaleren boven kortetermijnbelangen. En actiegroepen die tot voor kort moesten volstaan met een beroep op het ecologisch geweten van bestuurders, hebben met hun gang naar de rechter duidelijk kunnen maken dat klimaatdoelen niet vrijblijvend zijn.

Maar het juridisch instrument waarvan het actiewezen zich met zoveel succes heeft bediend, is ook een paardenmiddel. Met de toetsing van beleid aan de mensenrechten gaat de rechter zijn ‘rechtsvormende taak’ weliswaar niet te buiten, zoals de Haagse rechtbank deze week in de toelichting van zijn uitspraak stelde, maar kan hij evengoed het verwijt krijgen politiek te bedrijven. Hopelijk hoeven overheden en bedrijven straks niet meer zo indringend door rechters aan hun eigen voornemens en verplichtingen te worden herinnerd.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.