ColumnThomas van Luyn

Weg met Netflix en TikTok: 2022 wordt het jaar van het sjoelbakken

Thomas van Luyn Beeld
Thomas van Luyn
Thomas van Luyn

Ik heb een sjoelblessure: mijn rechter wijsvinger is tijdens het sjoelen zo hard tegen het viaductje gebotst, dat terzijde van mijn nagel een wond is ontstaan die iedere keer dat we weer sjoelen gaat bloeden. Dat verraadt al het onkarakteristieke fanatisme dat in mij is gevaren. Deze lockdown gaat namelijk de geschiedenis in als de Winter van het Grote Sjoelen. Zelfs de kinderen laten hun Netflix en TikTok links liggen om de Koning der Houten Spelen te beoefenen, en dat stemt de burger trots. Indiërs scheppen graag op dat zij het schaak hebben uitgevonden en Japanners kunnen heel chic doen met hun Go – maar dat zijn tafelspelen met weinig actie, laat staan luidruchtige, ongeremde, oud-Hollandse gezelligheid.

Ons huis is bezeten door de Sjoelgeest. We eten en drinken aan de randjes van de eettafel, het midden waarvan in beslag wordt genomen door de sjoelbak. Die was voor een avondje geleend van de buurvrouw, die ’m nooit meer gaat terugkrijgen. Het is namelijk niet zomaar een sjoelbak: de SJ 4000 (ook sjoelbakmakers hebben blijkbaar gevoel voor humor).

Ik had zelf niet meer gesjoeld sinds mijn 12de of zo. Nu ik weer in de groove ben, weet ik niet waarom ik ooit ben gestopt. Het is een topspel. Gewoon top. Een combinatie van heldere regels en absolute anarchie. Het doel is eenvoudig: de schijfjes met hoge snelheid in een van de vier gleufjes zien te schuiven, waarbij het scoretechnisch loont ze zo gelijk mogelijk over de vakjes te verdelen. Daarbij valt het iedere speler op dat het vakje met de 3 zich het moeilijkst laat vullen, en dat veel schijfjes door onbekende natuurkrachten graviteren naar de 1. Het zal te maken hebben met rechtshandigheid en de draairichting van de aarde.

Verder is het een simpel spel, dat juist door zijn eenvoud eindeloos weet te boeien, en tevens leidt tot eindeloze twisten. Mag je met de hand onder het dwarsplankje door een teruggekaatste schijf pakken? Uiteraard. Maar dan hebben mensen met dunne armen een duidelijk voordeel, dus daar wringt iets. Mag men zijn mouw opstropen om met zijn hele arm zo ver mogelijk te reiken waarbij het plankje uit de bak wordt gewrikt? Duidelijk niet, want dan is het spel kapot. Telt een schijf die zo hard gesjoeld wordt dat hij over de spleet heen het eindvak in springt? Wat gebeurt er met schijven die de bak uit knallen? Er zullen officiële regels zijn, maar het is beter die niet te raadplegen want het kibbelen is een belangrijk onderdeel van de levendigheid. Het Nederlandse poldermodel is rond de sjoelbak ontstaan: mensen met zeer uiteenlopende opvattingen moeten ergens in een onbevredigend midden uitkomen. Die consensus reikt overigens niet verder dan tot het volgende potje, waarbij de spelregels opnieuw verzonnen moeten worden.

Het woord sjoelen komt uit het Fries. In sommige buitenlanden staat in een enkel fortuinlijk huishouden ook wel een sjoelbak, maar die hebben het spel van hier geïmporteerd, getuige de Duitse term voor sjoelen: mit dem Sjoelbak spielen, en het buitengewoon bevredigende Tsjechische woord šulbak. Het WK wordt dan ook telkenmale gewonnen door Nederlanders, hetgeen maar aantoont dat we niet alleen het beste spel ter wereld hebben uitgevonden, maar er ook nog eens het beste in zijn.

Meer over