Weg met morele lafheid

De manier waarop de discussie over Duitse aanwezigheid bij de 4 mei dodenherdenking in Nederland verloopt is een schande

Bij het bericht dat de Duitse ambassadeur Thomas Läufer niet welkom is bij de herdenking op 4 en 5 mei vraag je je af of de klok van het nationaal Comité in 1945 is blijven staan. Duitsland is in die 65 jaar één van de meest solide democratieën in Europa. Regeringsleiders van de voormalige vijanden bezochten al ruim twintig jaar geleden gemeenschappelijk militaire begraafplaatsen en herdenken gezamenlijk.

Relaties
Sedert decennia doceren Duitsers aan onze universiteiten, bestaan er nauwe wetenschappelijke relaties en vriendschappen over en weer, zitten Duitsers naast Nederlanders op internationale congressen. Ik ken geen voorbeelden in de geschiedenis waarbij een volk binnen twee generatie een dergelijke ingrijpende mentale metamorfose heeft ondergaan als het Duitse.

Daar waren niet enkel dwingende redenen voor maar ook verklaringen die niet alleen op Duitslands krediet komen maar het resultaat – en daar hebben we mee te maken - is er niet minder om. Geen land – zeker wij niet - kent een dergelijk intensieve en open confrontatie met een belast verleden en een bereidheid het lijden waar de vadergeneraties verantwoordelijkheid voor droegen onder ogen te zien.

Horizon
De wens van de ambassadeur om een Nederlandse herdenking te mogen bijwonen past volkomen in dit streven. Alom is internationaal het inzicht doorgebroken ( voor iedereen die geen plank voor zijn kop had niets nieuws) dat aan alle kanten miljoenen onschuldige slachtoffers zijn gevallen en wreedheden zijn begaan en dat daarbij over de nationale optiek en verstarde standaardbeelden moet worden heengekeken omdat het perspectief van de ander onze horizon verbreedt. Wie daarbij bang is voor moreel relativisme en zich aan een verkrampt zwart-wit-denken vastklampt staat zwak in zijn schoenen en sluit zijn ogen voor de historische realiteit.

Nederland pleegt vooraan te staan bij het vragen om excuses en schadeloosstelling maar geeft niet thuis als het gaat om de vrouwen van Sebrenica of de nabestaanden van de massamoord in Rawagedeh bij wat als politionele actie werd verkocht. Tegelijkertijd wordt een diplomaat van een bevriend democratisch land die van medeleven blijk wil geven de toegang ontzegd met het argument dat het ‘gevoelig’ ligt omdat hij een Duitser is. Gevoelig voor wie?

Gênant
Gênant voor nabestaanden van slachtoffers dat ze van een Duitser erkenning krijgen? Lag het gevoelig dat prins Claus ( die lid van de Hitlerjugend was en moest zijn), altijd prominent daarbij aanwezig was? Is de anti-Duitse commotie bij zijn komst niet al lang een gênante bladzijde in onze geschiedenis nadat hij zich verreweg de verstandigste en meest onberispelijke man binnen de dynastie sedert 150 jaar had betoond?

De etnische stigmatisering als Duitser is een variant van racisme, hetzelfde bekrompen-collectivistische denkpatroon. Wie dat niet ziet heeft de ware monstruositeit van de shoah nog niet begrepen. Als rabbijn Evers zich beroept op het joodse geloof dat het rouwproces niet door buitenstaanders mag worden verstoord dan verwart hij dat met een herdenking die vandaag per definitie erkenning, en niet enkel van joodse slachtoffers door ‘buitenstaanders’ en het nageslacht betekent.

Met oprecht rouwen heeft dat niets te maken. Dat zo’n discussie nog in het geheel moet worden gevoerd is een schande voor Nederland. Het woord ’gevoelig’ is een schaamlap geworden voor morele lafheid die kool en geit wil sparen.

Meer over