Weerbericht

Hoe het voorjaar in kaart te brengen.

Zelden waren de weermannen (-vrouwen incluis) zo eensgezind als dit weekend: de lente staat op punt van beginnen. Donderdag of vrijdag loopt de temperatuur al op richting 20 graden. Rokken en korte broeken kunnen uit de kast.

Goed nieuws dus.

Maar ik word altijd achterdochtig als op alle zenders en kanalen de zomer ons tegemoet knalt. Dan zul je net zien dat het gaat als met de weerwaarschuwingen die ’s winters af en toe plechtig worden afgegeven. Heel het land gaat morgen plat, zoveel sneeuw gaat er vallen.

Nou, geen vlok.

Je ziet het ook aan onze weermannen: het drukt op hen. Het is een zware verantwoordelijkheid die ze moeten dragen. Slecht weer krijgen zij op hun brood. Het is ook geen pretje om als Gerrit Hiemstra naar Albert Heijn te moeten als je er drie dagen naast hebt gezeten met je voorspellingen. Piet Paulusma daarentegen zie ik het zonder problemen doen.

Bij Piet gaat het om Piet en niet om het weer van Piet. Dat hangt gewoon helemaal van Piet af. Staat zijn pet goed, dan is het weer goed.

Het weer is persoonlijk.

Een stukje amusement.

Heel erg, in dit verband, zijn de foto’s die kijkers mogen insturen. Zonsondergangen, ijsvlakten, overstromingen, besneeuwde bomen, beukende brandingen. Wat moeten we daar mee? En nog iets in hefzelfde verband: waarom gaat de meeste tijd in het gemiddelde weerpraatje op televisie heen met evalueren van de dag die achter ons ligt, het weer dat geweest is, het weer dat we allemaal hebben ondergaan? Dat noemen we hier thuis oud weer.

Wij willen nieuw weer, en mooi weer.

Dan is er nog iets.

De kwinkslag of het mopje dat bon ton is tussen nieuwslezer en weerman. Wanneer is dat begonnen? Kan de nieuwslezer van dienst niet gewoon ‘en dan nu het weer’ zeggen en het daarbij laten? Waarom moet er een grapje of een stukje dialoog bij dat zogenaamd spontaan opborrelt? Het zal ermee te maken hebben dat de weerman verder uit de schaduw van het nieuws moet treden. Het nieuws is persoonlijk geworden.

Weer van Erwin Krol is ander weer dan het weer van Peter Timofeeff en diens weer is niet hetzelfde als dat van Margot Ribberink en het hare verschilt van dat van Diana Woei, die alleen bij stormachtig weer de kooi uit mag.

Willen we persoonlijk weer?

Dat is een lastige kwestie. Ik had het liefst helemaal geen weerbericht en alleen maar mooi weer. Dat antwoord telt niet mee. Dan deze maar: zakelijk en kort en alleen over het weer dat komen gaat en niet over alles dat achter ons ligt. Het lijkt me ook dat dat beter is voor het imago van de meteorologie; doen ze daar nou aan wetenschap of aan bakerpraatjes?

Intussen nadert de lente, daar hoef je geen deskundige voor te zijn. De dagen worden langer, de winterjassen gaan de kast in, de merel in de binnentuin moet ’s ochtends alle zeilen bijzetten om de concurrentie te kunnen overstemmen. Tussen de tramrails bloeien krokussen, langs de snelweg is het eerste fluitekruid te zien.

En het houdt niet op, want ook de boerenzwaluw is weer gesignaleerd, het viooltje bloeit, de bruine kikker heeft zijn eerste eieren gelegd, de koeien staan buiten, speenkruid en dotterbloem zijn weer aanwezig, net als de tjiftjaf met zijn ingewikkelde zangpartijen.

Kortom, met andere woorden: het is nog een hele toer om dat voorjaar dat in de lucht hangt goed in kaart te brengen. En laat zij zich niet vastpinnen, die lente, daar is zij veel te dartel voor.

Meer over