ColumnBert Wagendorp

Wedden dat het kabinet voor 11 januari gaat vallen?

null Beeld

Nog is het kabinet niet gesneefd. Gisteren kwamen de bij de toeslagenaffaire betrokken ministers bij elkaar op het Catshuis, waar ze het gingen hebben over de compensatie voor de benadeelde ouders. Dat was althans het eerste agendapunt. Op 3 januari horen we of er consequenties worden getrokken uit de constatering in Ongekend Onrecht dat het kabinet zich schuldig heeft gemaakt aan schending van de rechtsstaat en dat er bij herhaling is verzuimd de Kamer van ‘tijdige, volledige en juiste’ informatie te voorzien. Het gezond verstand zegt dat het hier een hamerstuk betreft: zie het kabinet vallen.

Premier Rutte sloot vorige week na verschijning van het rapport niet uit dat hij de koning het ontslag van zijn kabinet zou aanbieden, maar dat was nog even iets ‘voor later’. Aanvankelijk was alleen sprake van het opofferen van Eric Wiebes, maar die heeft al laten weten weinig trek te hebben in de rol van zondebok. Het was een collectief probleem, zei Wiebes, en daar had hij gelijk in. Als we gaan, zei hij feitelijk, gaan we met z’n allen.

Zondagavond bood Lodewijk Asscher op Facebook zijn ontslag aan. Alleen is hij geen minister meer. Hij excuseerde zich voor zijn rol in de toeslagenchaos en verklaarde: ‘De constateringen over mijn eigen rol hierin zijn pijnlijk en vervullen me met schaamte.’ Dat was eerlijk – en ik denk ook oprecht – maar Asschers boetedoening had ook van doen met de kritiek uit zijn eigen PvdA op zijn functioneren. Zijn positie als partijleider wankelt.

Een kabinet dat voortijdig aftreedt is niets uitzonderlijks. Sinds WO II hebben we in Nederland 29 kabinetten gehad en daarvan zijn er 15 voor het einde van de zittingsperiode gevallen. Ik heb niet elke casus diepgaand bestudeerd, maar ik denk dat er niet eerder zulke wezenlijke en heldere argumenten voor het aftreden van een kabinet zijn geweest als nu het geval is. Rutte heeft ongrondwettig gehandeld met het achterhouden van informatie voor de Kamer. Dat zeg ik niet, maar dat zei de Leidse hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans dinsdag in NRC.

Een premier die de grondwet overtreedt is een doodzonde, dat weet Rutte zelf ook. De belofte dat hij er veel van heeft geleerd en het nooit meer zal doen komt later.

De val van zijn kabinet komt Rutte niet zo ongelegen. Hij is meteen van een hoop ellende verlost – zoals een bij voorbaat uitermate vervelend debat over de kwestie met de Kamer – en hij kan zich mooi op de verkiezingen van maart gaan concentreren. Nog één keer diep door het stof en aftreden als duidelijkste vorm van boetedoening: blazoen gereinigd, klaar. Als demissionair leider van het coronaverzet blijft Rutte gewoon in beeld met een paar veelbekeken persconferenties, zodat de opgaande lijn in de peilingen kan worden voortgezet. CDA-minister van Financiën Wopke Hoekstra zit er ook niet op te wachten nog verder in het toeslagenmoeras te worden getrokken – hij kreeg er deze week fijn drie zetels bij.

Dat staatssecretaris Van Huffelen dinsdagavond het gevraagde ‘grote gebaar’ maakte, en alle getroffen ouders voor 1 mei dertig mille toezegde, was een voorwaarde voor een ordentelijke aftocht. Wat er zo groot is aan het gebaar begrijp ik trouwens niet, ik heb het nooit een groots gebaar gevonden als ik aan het eind van het jaar teveel geïnde belasting terugkreeg: redelijk, niks groots aan.

Ga ik nu weddenschappen afsluiten op de val van het kabinet, nog voor het einde van het kerstreces, 11 januari.

Ik wens u fijne Kerstdagen.

Meer over