ColumnDanka Stuijver

We weten veel over de laatste levensfase, maar de terminale thuiszorg zelf is op sterven na dood

null Beeld

‘Ik was postbode toen postbodes nog échte mannen waren.’ De ogen van de frêle oude man lichten op als hij naar zijn foto op de salontafel kijkt. Ik volg zijn blik. Een trotse PTT-postbezorger kijkt strak de lens in. Een pet op zijn hoofd, een das om zijn nek en de schoudertas, als bevatte deze goudstaven, stevig tegen zich aangedrukt.

‘Vroeger was het postkantoor het kloppend hart van iedere gemeente en als postbodes hadden wij een hele verantwoordelijke functie.’ De man vertelt honderduit. Over de moeilijke dingen van het vak zoals bijtgrage waakhonden en sneeuwstormen. Hij raakt steeds meer achter adem. Ik leg mijn hand op zijn arm. ‘U heeft een fantastisch leven gehad, midden in de maatschappij.’ Hij knikt tevreden en leunt glimlachend achterover in zijn stoel. Ik beloof hem snel opnieuw te bezoeken.

Boodschappen

Net als ik afscheid wil nemen hoor ik de achterdeur opengaan. De dochter van de man komt het huis binnen. Ze sleept tassen met boodschappen de keuken in. Ze woont één uur rijden hiervandaan maar komt trouw om de dag langs. Dan eet ze met haar vader en laat ze een extra portie achter voor de dag erna die de thuiszorg opwarmt. De thuiszorg komt drie keer per dag en daarmee gaat het redelijk.

Maar het is een wankel evenwicht. Eens vond een verzorger hem op de grond, waar hij vermoedelijk al drie uur had gelegen. Sindsdien heeft hij een noodbel aan een ketting, maar de halve tijd laat hij die op het nachtkastje liggen. Van een ver-pleeghuis wil hij niks weten en naar het ziekenhuis wil hij al helemaal nooit meer. ‘Hierrrr heb ik altijd geleefd, en hierrrr zal ik sterven!’, zei hij gedecideerd terwijl hij met zijn kromme wijsvinger op de leuning van zijn stoel timmerde.

Nog geen maand later gaat hij achteruit. ‘Hij mag thuis sterven’, zegt zijn dochter beslist. Ik knik. De thuiszorgmedewerkster schraapt ongemakkelijk haar keel. Zachtjes zegt ze: ‘Ik vrees dat wij geen medewerkers beschikbaar hebben om terminale thuiszorg te bieden.’ Ook andere thuiszorgorganisaties in de regio zitten vol.

Wanhopig

De dochter blijft zolang bij haar vader. Wanneer ik haar de volgende dag bel, klinkt ze wanhopig. ‘Het is teveel! Hij is incontinent voor urine en ontlasting, hij eet niet meer, hij kreunt en vraag steeds of de post wel bezorgd is. Ik heb geen oog dichtgedaan. Wat moet ik doen?’ ‘Ik kom eraan!’, zeg ik.

Weer bel ik het rijtje thuiszorgorganisaties af. De een kan geen nachtzorg bieden, de ander alleen laagcomplexe zorg, weer een ander kan pas vanaf volgende week, als het waarschijnlijk al niet meer nodig is. Ik bel de zorgverzekeraar voor hulp.

Net als de man met medicatie rustig ligt te slapen belt een medewerker van de zorgverzekeraar terug. Er is een bed beschikbaar in een hospice in een andere stad. Ik vertel het aan de dochter. ‘Maar dat wilde hij helemaal niet..?!’ Ik zie de twijfel in haar betraande ogen, maar we hebben weinig keus. Haar vader heeft 24-uurszorg nodig en dat is op korte termijn niet beschikbaar thuis.

Na drie dagen in het hospice overlijdt de trotse postbode. Ik bel de dochter een paar dagen later. Ze is blij met de uitstekende zorg en betrokkenheid van de verpleegkundigen en vrijwilligers daar. Maar toch. Dat ze de laatste wens van haar vader niet kon inwilligen, zit haar dwars. En mij ook.

Falen

Het voelt als falen. Falen van mijzelf, maar vooral van het zorgsysteem. Want Nederland loopt voorop als het gaat over kennis en kunde op het gebied van palliatieve zorg. We weten hoe we pijn, jeuk, de hik, verwardheid of benauwdheid in de laatste fase van ­iemands leven moeten behandelen. Hoe we comfort kunnen bieden, ook buiten de ­muren van een ziekenhuis.

Maar hoewel 80 procent van de ernstig zieke mensen aangeeft thuis te willen sterven, lukt dat maar bij één op de drie. Onder andere omdat er geen verpleegkundigen zijn om deze gespecialiseerde, maar ook arbeidsintensieve zorg thuis te bieden.

Over een paar jaar wonen in Nederland 2 miljoen 80-plussers. Als de personeelstekorten in de thuiszorg niet worden teruggedrongen zullen stervenden steeds vaker tegen hun zin (en die van hun naasten) worden verplaatst en zal palliatieve terminale thuiszorg net zo zeldzaam worden als de postbode van weleer.

Danka Stuijver is huisarts.

Meer over