InterviewHenry Mance

We vermenselijken dieren nog lang niet genoeg

Sommige dieren worden gedood in abattoirs en opgegeten, andere worden vertroeteld en gezien als gezinslid. Beeld AP
Sommige dieren worden gedood in abattoirs en opgegeten, andere worden vertroeteld en gezien als gezinslid.Beeld AP

De Britse journalist Henry Mance wilde begrijpen waarom we sommige dieren eten en andere vertroetelen, waarbij ze in beide gevallen (kunnen) worden geschaad. Hij pleit ervoor ons nog beter in dieren in te leven en allemaal veganist te worden.

Waar zijn kat Crumble is? Henry Mance, blauw geruit overhemd boven een rode trui, glimlacht verontschuldigend: meestal komt ze inderdaad op zijn toetsenbord liggen als hij, zoals nu, in zijn huis in Londen achter zijn computer zit. Maar ze slaapt. Of doet alsof. En Mance is er de man niet naar om haar op te pakken en te showen: we leggen onze wil al te veel op aan alle dieren die deze aarde bevolken, luidt niet voor niets een van de conclusies uit zijn boek How To Love Animals In a Human-Shaped World. Daarin onderzoekt hij onze merkwaardige verhouding tot dieren.

Want hoe kunnen we zoveel van ze houden én ze tegelijkertijd massaal doden? Huisdieren zijn lid van het gezin geworden en hebben dus recht op alles wat wij ook hebben: van massages tot vakanties, van chemotherapie tot implantaten voor gecastreerde honden zodat ze zich niet in hun mannelijkheid voelen aangetast. ‘Maar we slachten in het Verenigd Koninkrijk ook jaarlijks 11 miljoen varkens en een miljard kippen. Hoe valt dat te rijmen?’

Mance onderzocht die contradictie door te praten met boeren, vissers, jagers, de kritische eigenaar van safariparken, onderzoekers en ondernemers, zoals de Nederlandse ontwikkelaar van stamcelvlees. En door op verschillende plekken te werken, te beginnen bij een abattoir.

Voordat hij de raamloze blokkendoos ten zuidoosten van Londen was binnengegaan, had hij nog een gedetailleerd verhaal verzonnen waarom iemand ‘die er precies zo uitzag en klonk als een middle-classjournalist’, wilde werken in een slachterij. Hij had zich de moeite kunnen besparen. De man die hem aanneemt, vraagt niet eens naar zijn achternaam – Mance kan meteen beginnen. Nog geen vijf minuten nadat hij aanklopte, staat hij in een witte overall met witte kaplaarzen in een lawaaiige ruimte met ‘onthoofde schapen’ en bedient een machine die de ‘trekker’ wordt genoemd. Die haalt de vacht los van de spieren, maar als hij hapert moet Mance zelf zo veel mogelijk wol grijpen en er met zijn volle gewicht aan gaan hangen. ‘Waarbij de nek soms terug stuitert en spetters bloed over je wangen lopen.’ Het slachten van varkens valt hem nog zwaarder omdat het slimme, nieuwsgierige, sociale beesten zijn (‘bij sommige intelligentietaken scoren ze het beter dan honden’) die het bloed van hun voorgangers ruiken.

Hoe was het voor een vegetariër om daar te werken?

‘Als verslaggever ben je in staat om een zekere afstand te creëren tussen jezelf en wat je aan het doen bent. En ergens was het ook een bevrijdende ervaring… al die gruwelijke dingen, de geur, het bloed, de schaal van het proces, ik bedoel, het gaat om grote aantallen beesten die zich niet zomaar aan hun lot onderwerpen – dat werkt mishandeling in de hand. Ik had dat nu allemaal met eigen ogen gezien en kon erover schrijven.’

Omdat hij niet op zoek was naar misstanden, maar de praktijk van alledag wilde zien, werkte hij ook mee op een diervriendelijke varkensfokkerij waar dieren buiten mogen wroeten en op een veehouderij. Maar een ‘zinvol’ leven trof hij daar niet aan. Vooral tussen de koeien vielen de schellen hem van de ogen. Wat er zo erg is aan het leven van een koe in de wei? Als vegetariër dacht hij dat er bij de productie van melk en eieren geen beesten doodgingen. Maar de stiertjes en haantjes die geboren worden, zijn nutteloos en worden dus meestal gedood. Ook het direct scheiden van koe en kalf gaat hem aan het hart. ‘We vinden het normaal omdat we het zo gewend zijn, maar ook omdat we dieren hebben onderverdeeld: sommige horen bij ons gezin, andere op ons bord.’ En waar de ene categorie steeds zichtbaarder wordt – via sociale media – wordt de andere steeds onzichtbaarder doordat veel vee van het land verdwijnt in afgesloten megastallen. Waardoor we de tegenstrijdigheid minder ervaren.

Zijn oplossing: we moeten allemaal veganist worden (met af en toe een stukje wild, een mossel of oester op ons bord). Dat moeten we doen om klimaatverandering tegen te gaan, maar vooral voor de dieren. Niet alleen voor de koeien en varkens hier, maar vooral voor de rest van het dierenrijk. Een kwart van de zoogdieren dreigt uit te sterven. Niet door jacht en klimaatverandering maar doordat hun leefgebied verdwijnt. Door de grote hoeveelheden soja die onze veestapel verorbert, verdwijnt elke zes seconden een lap regenwoud ter grootte van een voetbalveld.

U bent niet per definitie tegen het doden van dieren. U ging bijvoorbeeld anders denken over de jacht nadat u was mee geweest.

‘Jagen heeft ten onrechte een slechte naam. Natuurlijk, ik ken de afgrijselijke trofeeënfoto’s van rijke Amerikanen naast een gevelde leeuw en op de mentaliteit is ook wel wat aan te merken. In Groot- Brittannië laten we bijvoorbeeld elk jaar vijftig miljoen fazanten los zodat jagers zeker prijsschieten. Dat is verschrikkelijk. Maar ik heb in Polen jagers gezien en gesproken met respect voor de natuur en de beesten, jagers die weten wat het land nodig heeft. Veel dierenactivisten die in de stad wonen realiseren zich te weinig dat de jacht nodig is. Van veel dieren hebben we de natuurlijke vijanden uitgeroeid. Die populatie moet je onder controle houden. Daarnaast zijn sommige mensen bereid astronomische bedragen neer te tellen voor het bejagen van olifanten en leeuwen. Met dat geld kun je zorgen dat grote stukken wildpark in Sub-Sahara-Afrika niet ten prooi vallen aan land- of stedenbouw.’

Westerse jagers…

‘Het doet koloniaal aan, ja, en veel in de trofeeënjacht staat me niet aan – maar het is wel een manier om wildlife in arme landen in stand te houden.’

U bent opvallend mild voor huisdierbezitters, terwijl er een gebied ter grootte van tweemaal het Verenigd Koninkrijk nodig is om voor alle katten en honden voedsel te produceren.

‘De impact van huisdieren is maar klein vergeleken met die van het melk- en slachtvee. Dus het is verstandiger om je pijlen op onze voeding te richten. Daarbij denk ik echt dat je mensen hun huisdieren niet kunt ontnemen.’

Bent u ook minder kritisch op baasjes omdat u denkt dat huisdieren ons kunnen leren beter om te gaan met beesten in het algemeen?

‘Die liefde tussen mens en dier is buitengewoon bijzonder: ze vertegenwoordigt onze nauwste band met een andere soort. Als je ziet hoe diep mensen rouwen om een gestorven huisdier… Ik denk inderdaad dat die band ons kan leren om ons ook meer verbonden te voelen met andere dieren. Mensen die van katten houden zijn vaak ook gefascineerd door tijgers, poema’s, panda’s, en ook door vogels, al zijn dat de favoriete prooien van hun geliefde kat. Ik ben ervan overtuigd dat er een verband is tussen de populariteit van kattenfilmpjes op sociale media en het stijgend aantal veganisten.’

Houden we meer van dieren dan vroeger?

‘Onze verhouding tot dieren is de afgelopen decennia compleet veranderd. We hadden vroeger veel meer beesten om ons heen, maar die leefden ook meer op afstand van ons; buiten op het erf. En als ze ziek en niet meer nuttig waren, werden ze onsentimenteel gedood. Dat is nog helemaal niet zo lang geleden.’

Waarom is dat veranderd?

‘Ik denk dat we altijd van dieren hebben gehouden: er zijn evolutionaire redenen aan te wijzen waarom we ze in onze buurt hadden. Een jonge vrouw die goed voor dieren kon zorgen, liet zien dat ze in staat was om kinderen te verzorgen. Ook nu beoordelen we mensen nog op hoe ze met dieren omgaan. Daarom hebben politici als Biden, Obama, Macron en Johnson ook allemaal een hond. Trump was echt een uitzondering: hij houdt niet van dieren en dat bevestigde zijn onverschillige imago.

‘Dat de band met sommige dieren hechter is geworden heeft te maken met veranderingen in de samenleving. We zijn van het platteland met al zijn beesten naar de stad getrokken; die paar huisdieren die mee verhuisden werden belangrijker. Secularisatie en het kleiner worden van gezinnen speelden ook een rol doordat dieren de leegte opvulden. Ongelovigen hebben bijvoorbeeld vaker een huisdier blijkt uit Amerikaans onderzoek. We zagen het ook tijdens de lockdown: mensen kregen een jaar geleden te horen dat ze geen vrienden en familie mochten bezoeken en vanaf dat moment was het aantal honden niet aan te slepen. Er zijn bij ons naar schatting twee miljoen honden meer verkocht. Wat straks, als we weer allemaal naar ons werk gaan, natuurlijk voor problemen gaat zorgen.’

In het Verenigd Koninkrijk verdubbelde het bedrag dat mensen uitgeven aan hun huisdier in tien jaar tijd van zo’n 5- naar 11 miljoen euro in 2019. Vindt u dat een positieve ontwikkeling?

‘Op zichzelf is het goed dat huisdierbezitters bereid zijn om zoveel voor medische zorg te betalen voor hun huisdier. Punt is alleen dat veel van die medische zorg nodig is omdat we steeds vaker ongezonde dieren fokken. De Franse buldog krijgt, omdat we dat mooier vinden, een steeds plattere neus. Maar daardoor heeft hij wel continu ademhalingsproblemen. Daarbij hangt er rond huisdieren een soort consumentisme dat niets met dierenliefde te maken heeft. Het zal de hond een zorg zijn of hij een hip hondenjasje aan heeft.’

Humaniseren we huisdieren niet sowieso te veel? En maakt u zich daar ook niet schuldig aan als u de doodgedrukte biggetjes op de varkenshouderij qua grootte en kleur vergelijkt met baby’s?

‘We hebben niet echt een alternatief. We kunnen ons niet op een ándere manier voorstellen hoe het is om een octopus te zijn of een kat. Dus als je je probeert in te leven, moet je dat doen vanuit onze menselijke conditie. De wetenschap is nog niet zover dat we weten wat dieren voelen. Al weten we van steeds meer dieren dat ze bewustzijn, emoties en een sociaal leven hebben en pijn ervaren – dat laatste geldt ook voor veel vissen, maar niet voor schaaldieren als mosselen en oesters. Ik denk dat we dus niet te véél humaniseren, maar nog lang niet genóég! Als we dat wel zouden doen, zouden we niet accepteren dat zeugen zo vet worden gemest dat ze hun biggetjes dooddrukken. Dan zouden we stoppen met ongezonde hondenrassen fokken en dieren eten.’

U schrijft voor The Financial Times. Wat zijn de economische gevolgen als we allemaal veganist worden?

‘We zitten nu in de fase dat bedrijven als Beyond Meat en Impossible Foods met hun vleesvervangers op veel enthousiasme kunnen rekenen, maar de realiteit is dat we voor gigantische veranderingen staan in de veehouderij en dat zal bedrijven hard raken. De veestapel zal fors moeten inkrimpen. Bill Gates vindt zelfs dat alle rijke landen moeten overstappen op synthetisch rundvlees.

‘Ik denk dat het realistischer is om in Europa te streven naar 50 procent minder vleesconsumptie in 2030. Dat zal aanvankelijk vooral moeten gebeuren door nudging, door veganistisch eten goedkoper te maken, want een vleestaks ligt politiek heel gevoelig. Op de middellange termijn zullen de kosten van broeikasgasemissies en antibioticaresistentie wel in de vleesprijs moeten worden doorberekend.

‘Op dit moment is er nog veel ontkenning, vergelijkbaar met de olie-industrie. Bedrijven proberen nu nog andere wegen te vinden: wat nou als we koeien alfalfa of algen gaan voeren? Dat is een prima idee, maar het is niet genoeg. Banken moeten daarom nu al de kredietverlening aan de veehouderij beperken omdat deze bedrijven op de lange termijn minder aantrekkelijk worden. Al zal er tegen die tijd minder sprake zijn van investeringen die nooit meer zijn terug te verdienen dan in de olie-industrie omdat je het land gewoon voor iets anders kunt gebruiken; voor het verbouwen van bossen om koolstof op te slaan bijvoorbeeld. Terwijl de olie-industrie blijft zitten met oliereserves die niet meer verbrand kunnen worden.’

Zijn mensen door de pandemie meer bereid om hun eetpatroon aan te passen?

‘Een half jaar geleden zou ik zonder meer ‘ja’ hebben gezegd. Toen was er een algehele stemming dat we anders uit de crisis wilden komen. Maar de pandemie duurt nu zo lang dat iedereen alleen nog maar terug wil naar normaal. Niemand wil nog meer offers brengen. Maar de ontbossing en afname van wildernis maakt het leefgebied van wilde dieren kleiner en de kans op contact met de mens groter. En ook de intensieve veehouderij, waar veel dieren op elkaar leven. verhoogt de kans op ziekteverwekkers en dus de kans op een volgende pandemie. Voor mij is het duidelijk dat we er lessen uit moeten trekken voor wat betreft onze omgang met dieren.’

In Nederland vergelijkt de Partij voor de Dieren de strijd voor dierenrechten met die tegen slavernij en de emancipatie van vrouwen. Wat vindt u daarvan?

‘Als wit persoon vind ik dat ik die vergelijking niet zomaar kan maken. Maar wat je wel uit het slavernijverleden kunt leren is dat attitudes snel kunnen veranderen; dat iets wat altijd normaal was, het ineens niet meer is. We zijn er niet op uit om kippen stemrecht te geven. Maar de belangen van dieren zouden op de een of andere manier meegenomen moeten worden bij beslissingen. Het hooggerechtshof van New York buigt zich bijvoorbeeld over de vraag of een olifant in Bronx Zoo naar een opvangcentrum moet worden verplaatst. Dat is een langzaam, onzeker en duur proces. Waarom geen ombudsman dierenwelzijn aangesteld die zich over dit soort zaken buigt? Die het overheidsbeleid tegen het licht houdt en controleert? Ook in Nederland worden bij zo’n 95 procent van de varkens nog steeds de staarten gecoupeerd, terwijl dat in de EU verboden is.’

Welke plek die u voor uw boek heeft bezocht, heeft uw visie het meest beïnvloed?

Dat was in Borneo waar ik zag hoe de oprukkende palmolieplantages orang-oetans, een van onze meest naaste verwanten, terugdreven naar steeds kleinere territoria. Deze zo verbluffend goed aan het regenwoud aangepaste dieren zijn nu aangewezen op bananen die mensen voor hen achterlaten. Hoe zijn we hier beland? Wie wil zo’n toekomst? Nu is het moment om het tij te keren.’

Meer over