ColumnManon Spierenburg

We hoeven niet altijd te horen wat personages zeggen om hun drijfveren te begrijpen

Auteur en scenarist Manon Spierenburg over hoe het steeds stiller wordt om haar heen.

null Beeld Douwe Dijkstra
Beeld Douwe Dijkstra

‘Stand up, Meryl. If you do it everyone else will’, jutte actrice Frances McDormand in haar Oscar-dankwoord Meryl Streep op. In het kader van de inclusiviteit probeerde McDormand in 2018 alle andere actrices en vrouwelijke scenaristen, regisseurs, belichters, musici en producenten in de zaal te laten opstaan, om op die manier letterlijk zichtbaar te worden voor de ogen van de nog altijd door (blanke) mannen gedomineerde filmindustrie.

Ook doven en slechthorenden komen er bekaaid af in series en films. Net zomin als er veel dove schrijvers zijn, zie je ook niet veel dove acteurs of regisseurs, en al helemaal geen dove personages, behalve als een soort plotgimmick, of als gare metafoor om de samenleving te bekritiseren. En net als je denkt dat het niet nóg smakelozer kan, zijn er nog de verhaallijnen waarin de dove door een nieuwtestamentisch mirakel ‘genezen’ wordt (‘Ja! Ik kan weer horen!!’).

Wij zijn nooit de hoofdpersoon en vervullen ook anderszins geen heldenrol, tenzij het een film is waarin gebarentaal of dovenscholen voorgesteld worden als rariteitenkabinet. Dove en slechthorende personages worden daarbij ook nog eens een keer gespeeld door horende acteurs, Hellen Keller er Marlee Matlin daargelaten. Zoals in de tijd van Shakespeare de vrouwenrollen nog door jongensacteurs werden gespeeld, omdat vrouwen niks mochten en Frances McDormand nog niet bestond.

Als je films en series beschouwt als een spiegel van de samenleving is deze strijd tegen de stilte licht verontrustend. Doofheid wordt gezien als een probleem dat moet worden opgelost, desnoods met gehoorapparaten, implantaten en wat er ook maar voor nodig is om de horende norm te halen. Alles wat daarvan afwijkt wordt ervaren als storend en dus onverkoopbaar. Gelul natuurlijk, want als alle schrijvers zich zouden houden aan het ‘show, don’t tell’-principe, waarbij het sterk wordt afgeraden alles maar de hele tijd hardop te zeggen wat je ook kunt laten zien, zouden niet zo tenenkrommend veel plotwendingen in de dialoog terechtkomen.

Een goed voorbeeld van de mogelijkheden die er zijn om een goed verhaal te vertellen zonder je te verliezen in een muur van geluid is ‘Hush’, een aflevering uit de cult-horrorserie Buffy the Vampire Slayer. Scenarist Joss Whedon had commentaar gekregen van recensenten die snibden dat zijn serie alleen maar zo’n succes was omdat hij toevallig goeie dialogen kon schrijven, maar dat het verder weinig voorstelde. In reactie daarop schreef Whedon een geniale aflevering zonder dialoog, waarmee hij de afhankelijkheid van het publiek van geluid verbrak en liet zien dat juist het gebrek aan verbale mogelijkheden soms zorgt voor creatieve oplossingen en effectieve communicatie. ‘Hush’ herinnert ons eraan dat we niet altijd per se hoeven te horen wat personages zeggen om hun drijfveren te kunnen begrijpen, en werd dan ook prompt genomineerd voor een Emmy.

Als Whedon die gewonnen had, was zijn speech waarschijnlijk net zo indrukwekkend geweest als die van McDormand. Woorden schieten tekort.

Meer over