ColumnSheila Sitalsing

We aten zittend patat, wat beslist beter was dan hurkend

null Beeld

Op de ochtend van versoepelingsdag vroeg de Volkskrant zich op de voorpagina gespannen af of ‘de bevolking’ zich nog wel zou laten ‘beteugelen’ na opening van terras en opheffing avondklok. Dat krijg je ervan als er almaar beelden uit rampgebieden worden gerecycled en de verslaggeving zich concentreert op achtergestelde oorden; dan ga je vanzelf denken dat het land reddeloos verloren is. Naast de ongeruste berichtgeving stond een foto van een gracht in een grote stad waar best veel mensen op stonden.

Terwijl: bij ons in het dorp was het een en al overzichtelijkheid. De bevolking liep zelfbeteugelend langs terrasboten waar nog best veel lege stoelen stonden aan lege tafeltjes, want zo warm was het nou ook weer niet. De bevolking hoste niet, ze danste niet, ze zong niet hard, ze deed geen van de dingen waar de hele tijd zo afkeurend over werd getututut op radio en tv, omdat afkeurend tutututten over anderen op tv de nieuwe nationale sport is. De bevolking stond kalm in bescheiden rijtjes voor de Flying Tiger om een puntenslijper in de vorm van een boerderijdier te kopen, of voor de Hunkemöller om bh’s te passen, of voor de Hema om nou ja, de Hema. Alleen voor de C&A stond niemand van de bevolking te wachten, dat vond ik zielig.

Op radio hoorde ik iemand ‘het hart vasthouden’ voor wat er komen zou nu de barbaren stonden te rammelen aan de poorten van de vrijheid. Uit de onrustigere binnenlanden bereikten ons berichten over bestorming van terrassen en over ‘uitzinnigheid’, waarbij het onduidelijk bleef of die uitzinnigheid goed was of slecht. Een vasthoudende radioverslaggever had een vrouw weten op te duikelen die zich aan haar terrasstoel had laten vastketenen en niet van plan was zich er voor zonsondergang uit te laten rukken.

Maar bij ons op straat kon je prima op een kruk zitten met een zee van ruimte om je heen terwijl je rustig patat at. Dat was beslist aangenamer, stabieler en hygiënischer dan hurkend op dezelfde plek, zoals gisteren nog moest. Gisteren werd er nog gehandhaafd op zitten op een kruk, maar niet op zitten op je hurken, want er is veel waar niet logisch over wordt nagedacht en ook de mensen die belast zijn met handhaving en veiligheid zijn ook maar mensen die het niet altijd even goed weten. Dat kun je ze niet verwijten; ook Diederik Gommers vindt om de ene dag iets anders dan hij eerst vond – het is niet bij te houden.

We hadden tevoren verhitte fantasieën gehad over wat we allemaal uit de winkels zouden slepen, maar toen we eenmaal oog in oog stonden met spullen die je kon aanraken en oppakken, bleken de overdaad en de verwarring net zo beteugelend te werken als het net-niet-terrassenweer. We scoorden een boek. Twee ansichtkaarten uit de kunstwinkel met poezen erop. Drie pakjes wierook. Een schetsblok. Het kind sloeg haar zakgeld stuk aan haar eerste album (iets onweerstaanbaars van Conan Gray), dat zo schitterend is dat ze het aan de muur gaat hangen om er de hele dag naar te kunnen kijken. Patat. Bubbelthee.

De weerapp zei dat het regende, maar op straat was het droog.

Het was een schitterende dag.

Meer over