VERSLAGGEVERSCOLUMNIrene de Zwaan in Schiedam

Wat nou als je als afgewezen asielzoeker totaal niet mediageniek bent?

null Beeld

De blik van het bejaarde stel – hij in kamerjas, zij in comfortabele broek met hartjessokken eronder – is strak op de televisie gericht. Niet zozeer omdat het nieuwsprogramma dat aanstaat nou zo interessant is, maar meer om zichzelf een houding te geven. Nooit zouden ze uit eigen beweging een journalist hebben uitgenodigd, ze zouden niet weten hoe.

Dat ik hier nu toch zit, is te danken aan asieladvocaat Wil Eikelboom. Hij reageerde kordaat op mijn vraag of hij het minst-mediagenieke asielgezin uit zijn uitgebreide cliëntenbestand kon aandragen. ‘Ik heb wel een stel in gedachten’, had hij over de telefoon gezegd. ‘Maar zoals dat gaat met niet-mediagenieke mensen, zijn die ook vaak mediaschuw.’ Diezelfde avond appte hij: ik mocht langskomen, op voorwaarde dat ze hun verhaal anoniem konden vertellen.

Ze zijn oud, spreken nauwelijks Nederlands, hebben geen sociale media: dit asielstel in Schiedam is verre van mediageniek. Beeld Irene de Zwaan
Ze zijn oud, spreken nauwelijks Nederlands, hebben geen sociale media: dit asielstel in Schiedam is verre van mediageniek.Beeld Irene de Zwaan

Een paar dagen eerder heeft Eikelboom de media te woord gestaan over de Syrisch-Armeense Tina en Jacob, een jonge knappe moeder en haar 13-jarige brugklaszoon die van boerenkool houdt en dol is op pakjesavond. Na een slopende rechtsgang vol afwijzingen heeft het duo op het nippertje (net voor uitzetting) een verblijfsvergunning gekregen.

Hun situatie doet denken aan die van dit stel (69 en 76 jaar oud) in hun portiekflat in Schiedam. Op papier althans: ze zijn alle vier geboren in Syrië, maar hun roots liggen in zuidoost-Turkije. Daar werd de christelijk-Armeense gemeenschap na een genocide, begin vorige eeuw, bruut uiteengedreven. Sommigen kwamen in Syrië terecht.

Met Armenië heeft deze gemeenschap, op een overeenkomstige geschiedenis van deportatie en bloedvergieten na, weinig te maken. Ze spreken niet dezelfde taal en zijn in veel gevallen nooit in het land geweest. Maar door hun afkomst kunnen ze wel de Armeense nationaliteit verkrijgen. Voor immigratiedienst IND is dit een buitenkansje: er is een ‘juridisch kader’ om deze mensen naar een ‘veilig land’ te sturen.

Naar schatting zijn er in Nederland 25 gezinnen uit Syrië voor wie uitzetting naar Armenië dreigt. De reden dat Tina en Jacob vorige week te horen kregen dat ze mochten blijven, is vaag: de IND verschuilt zich standaard achter de frase dat het niet ingaat op individuele gevallen.

Maar asieladvocaat Wil Eikelboom is er eerlijk over: ze zijn waarschijnlijk gered door de aanzwellende aandacht. Pas nadat Kees van den Bosch, die Tina en Jacob een tijd in huis had genomen en toevallig ook nog journalist is, hun verhaal had opgetikt voor De Groene Amsterdammer ging het balletje rollen. Andere media gingen erover schrijven, een petitie werd meer dan 150 duizend keer getekend, er werden Kamervragen gesteld. De uitkomst is bekend.

Hij wandelt weleens met de hond, zij praat met de planten. Beeld Irene de Zwaan
Hij wandelt weleens met de hond, zij praat met de planten.Beeld Irene de Zwaan

Toen het Syrisch-Armeense stel in Schiedam het nieuws vernam, vloeiden er tranen, zegt Maria, hun 42-jarige dochter die helpt met vertalen. ‘Mijn ouders waren blij voor Tina en Jacob, maar zij willen dit ook.’

Als ik vraag of ze ooit heeft overwogen met hun verhaal naar de media te stappen, schudt ze resoluut haar hoofd. ‘Dat heeft geen enkele zin’, zegt ze, met een kort knikje naar de bank. Het antwoord ligt verscholen in het blikveld. Twee mensen met doffe ogen. Te oud om te werken, niet in staat om zich in het Nederlands uit te drukken. Ze hebben geen sociale media, geen klasgenootjes die zich over hen ontfermen. Hun lievelingseten is niet boerenkool en hun lievelingsfeest niet pakjesavond.

Wie zijn ze wel? Maria vertelt: zij houdt van naaien, koken en tuinieren, al heeft ze geen tuin. Wel wat planten in de woonkamer, die ‘al hun problemen kennen’. ‘Ze praat met ze.’ Haar vader, ‘baba’, gaat een paar keer per dag wandelen met hond Bingo, maar door zijn hernia zijn het korte ommetjes. Ze hebben goed contact met de buren en ook wat Nederlandse vrienden.

Dat ze anoniem willen blijven, heeft volgens Maria een duidelijke reden: ze schamen zich. In Syrië hebben ze een goed leven gehad, altijd hard gewerkt. Nooit zijn ze in aanraking gekomen met de politie. Tegenwoordig hebben ze een advocaat, en worden er rechtszaken gevoerd.

Haar ouders, zo vervolgt Maria, hebben alles wat ze hadden moeten achterlaten. Ze zijn letterlijk aan de stofwolken van het belegerde Aleppo ontsnapt. Nu is het oorlog in hun hoofd. ‘Het enige wat ze willen is hun laatste jaren in rust doorbrengen, ze willen weer kunnen ademen.’

Hun advocaat Wil Eikelboom (‘we houden van hem!’) heeft onlangs via de rechter aangetoond dat er bij deze groep sprake is van rechtsongelijkheid. Met andere woorden: de IND beoordeelt zaken die juridisch overeenkomen in de praktijk verschillend. Nog enkele weken, en dan weten ze of ze een verblijfsvergunning krijgen. Wat ze dan gaan doen? ‘Baba’ lacht zijn bruine tanden bloot en schudt met zijn schouders. Dansen, bedoelt hij.

Meer over