tv-recensieJulien Althuisius

Wat niet-levensbedreigende teleurstellingen betreft, is de zaterdagavond een gulle televisieavond

null Beeld
Julien Althuisius

Ik wil hier graag eerst even een moment van stilte in acht nemen voor Kenneth Pérez. Doorgaans een van de betere voetbalanalisten, maar zaterdagmiddag had Pérez in de rust van NEC-Ajax blijkbaar van dezelfde thee gedronken als de bezoekende club. Hij analyseerde het spel van de flitsende NEC-aanvaller Jonathan Okita, die de Ajax-defensie een paar keer in de problemen had gebracht, maar volgens Pérez nog veel meer schade had kunnen aanrichten als hij wat meer overzicht had gehouden. ‘Snelle voeten, trage hersenen’, zei Pérez veelbetekenend, om vervolgens zelf precies één zin verderop met geen mogelijkheid op de naam van de linksbuiten van NEC te kunnen komen. Geen betere televisie dan ongemakkelijke televisie.

Dat ongemak kan tal van vormen aannemen. Bijvoorbeeld dat van niet-levensbedreigende teleurstellingen. Wat dat betreft is de zaterdagavond een gulle televisieavond. Of tenminste, dat zou het met Heel Holland bakt en Ik vertrek moeten zijn. Bij het eerstgenoemde programma was het thema ‘toetje’ en duurde het ongeveer een kwartier voordat er eindelijk iets misging. Bakker Juliaan was ontevreden met zijn polvito urugayo la pea, een taart met koffie, karamel en dulce de leche. ‘Hij is op zich wel leuk geworden’, zei Juliaan, ‘maar het is niet wat ik wilde.’ Een ontbrekende chocoladerand stond in de weg naar zijn tevredenheid. ‘Het is gewoon net…’, hij hield zijn handen even op, ‘... wéér net niet.’

Verder was het qua catastrofes vrij karig. Even later reageerden twee kandidaten afzonderlijk van elkaar precíés hetzelfde op het mislukken van een merengue. Het tere schuimpje was bij beiden gescheurd of gebarsten omdat het op te hoge temperatuur was gebakken. Woede zou gepast zijn, maar zowel Enzo als Tom reageerde met een onacceptabel gelaten ‘het is wat het is’. (Misschien worden kandidaten van Heel Holland bakt van tevoren psychologisch gescreend, om te voorkomen dat iemand na een mislukte chocolade-fudgecake de hele partytent platbrandt.)

Gelukkig maakte de aansluitende aflevering van Ik vertrek een hoop goed. Erik en Brigitte ruilden hun leven in Nederland in voor een chambre d’hôte in de Franse Dordogne. Daarvoor moesten ze nog wel eerst even een enorm pand verbouwen. Het was een charmant en statig gebouw, maar er was ook al vijftig jaar niets meer aan gedaan. Het stel wilde de boel helemaal zelf opknappen, maar had geen enkele ervaring met klussen.

In de aflevering van ‘Ik vertrek’ van zaterdag ging het Erik niet altijd even goed af.  Beeld NPO
In de aflevering van ‘Ik vertrek’ van zaterdag ging het Erik niet altijd even goed af.Beeld NPO

Er waren te veel heerlijke scènes om hier op te noemen, maar de uitputtingsslag in het Franse kasteeltje liet zich fraai illustreren op het moment dat Erik na een week klussen in de badkamer de kraan liet vallen in de douchebak, die natuurlijk kapot ging en weer uitgebroken moest worden. ‘Echt jongens, helemaal kut’, zei Erik, die op dat dat moment elke klussende man ooit vertegenwoordigde, ‘he-le-maal kut gewoon.’ Uiteindelijk kregen ze het toch voor elkaar en ontvingen Erik en Brigitte hun eerste gasten, die zeer enthousiast reageerden. ‘Ik zie de toekomst wel rooskleurig tegemoet’, besloot Erik de aflevering. Hij keek Brigitte aan. ‘Misschien zijn we wel gescheiden dan.’ Kijk, zo horen we het graag.