VerslaggeverscolumnMargriet Oostveen in Oude Pekela

Wat je kunt leren van een familiebedrijf (en waarom een overheid ook zo moet denken)

null Beeld

Directeur Geert Jan Strating van Steenfabriek Strating, sinds 1855 in Oude Pekela, is niet bang voor een energietransitie: zijn fabriek maakte er in 160 jaar drie mee. Eerst stookten ze op turf, toen op steenkool en daarna kwam het gas.

Dat het snel anders kan en moet lijdt hier ook geen twijfel: op de hal waar Strating 80 duizend bakstenen per dag bakt, liggen alvast zevenduizend zonnepanelen. Maar wat te doen als de overheid geen richting kiest? Met zonne-energie kun je geen bakstenen bakken, dat moet op vuur, in ovens bij 1.000 graden. Dus Strating verbruikt voorlopig nog gewoon 8.000 kuub peperduur gas per dag: meer dan het gasverbruik van zes gemiddelde gezinnen per jaar.

Waar alles anders moet, kun je leren van familiebedrijven. Omdat ze daar van nature aan de volgende generatie denken. Zolang die continuïteit de doorslag geeft (en ze de zaak niet verkopen voor het snelle geld) denkt bij familiebedrijven niemand over de toekomst na zonder naar het verleden te kijken. En vergeten ze ook nooit dat weloverwogen maar tijdig veranderen essentieel is om te overleven.

Bij het verleden van Oude Pekela moeten we trouwens niet meteen weer aan armoedige veenkoloniën denken. De landbouw van het Oldambt, ietsje noordelijker, draaide halverwege de 19de eeuw uitstekend. Deze fabriek leverde de bakstenen voor de herenboerderijen van de graanrepubliek.

Geert Jan Strating in zijn steenfabriek. Beeld rv
Geert Jan Strating in zijn steenfabriek.Beeld rv

De betovergrootouders van Geert Jan Strating kochten een steenfabriek op een uitgekiende locatie, perfect gelegen tussen de voornaamste grondstoffen voor een baksteen: turf voor het vuur uit Alteveer en klei om tot steen te bakken uit de Dollardpolders, beide met pramen aangevoerd over het riviertje de ­Pekel. Zo dicht op de Groningse klei had je hier in die tijd 65 steenfabrieken. Dat Strating het zo lang volhield, kwam doordat ze altijd op tijd moderniseerden: grotere ovens, kunstmatige drogers (‘want in de winter kun je anders niet drogen, dan vriest alles stuk’).

Nu maken hier 23 mensen in de bijna volledig geautomatiseerde steenfabriek ruim 20 miljoen bakstenen per jaar: 21 centimeter lang, 10 centimeter breed en 5 centimeter hoog, het Waalformaat. Elke regio had vroeger zijn eigen formaat baksteen en ieder land heeft dat nog steeds, ‘hoe verder je richting Rusland trekt hoe meer de steen gaat afwijken’.

Landen die over nog geen baksteen overeenstemming kunnen vinden, moeten nu tot een gezamenlijke energiestrategie zien te komen, tja. Wat dat betreft is het wel interessant te onthouden hoe we op gas overschakelden, zegt Geert Jan Strating. In de 19de eeuw zetten eerst gasfabrieken kolen om in gas, daarna kwam Slochteren.

Gas gold in het begin als schoon, schoner dan de zware kilo’s turf en gruizige kolen. En het gas uit Slochteren werd grotendeels aangesloten op het netwerk van de oude gasfabrieken, de overheid bouwde thuis geisertjes om, ‘bij die transitie was de overheid áánwezig, niet afwezig’.

Met het opbouwen van ons gasnetwerk, zegt Geert Jan Strating, is Nederland alles bij elkaar zo’n honderd jaar bezig geweest. ‘Maar Eric Wiebes stuurde alle bedrijven namens het kabinet een brief met het verzoek even duidelijk te maken hoe we binnen twee jaar van het gas af zouden zijn.’ Strating noemt dit ‘kogels vuren op de eindgebruiker’.

Hij wíl bewegen, met deze gasprijzen liever vandaag dan morgen, maar niemand vertelt hem welke kant hij op moet. ‘Als fabriek kunnen we ons redden met waterstof, met biogas, met Russisch gas, maar wat wórdt het? Het zijn wel de buizen van de overheid waar het doorheen moet’.

Waterstof noemt Strating ‘de heilige graal op klimaatgebied en waar je naartoe wil’. Ze staan te trappelen, tussen ­Pekela en Veendam zou een waterstof­buffer moeten komen, dus Strating is met een paar andere energie slurpende fabrieken uit de buurt al aan het lobbyen voor een aansluiting. Maar wat kan hij nog meer doen zolang de overheid zelf niet beweegt?

Ik vraag naar zijn opvolging. Hij heeft twee volwassen dochters, zegt Strating, maar bij deze onzekerheid wil hij ze met ‘de vraag’ nog maar even niet belasten.

Meer over