ColumnSylvia Witteman

Wat is er toch nog veel om dankbaar voor te zijn! Tenzij we het feestmaal niet overleven, natuurlijk

‘Laten we paddestoelen gaan zoeken’, zei mijn Russische schoonzus Joelia. Hè, ja! Ook mijn broer, met wie zij om ondoorgrondelijke redenen al een kwarteeuw getrouwd is, wilde wel mee. Daar repten wij ons al – uiteraard ieder in ons eigen regeringsvliegtuig – naar het bos. Het was er vol mensen die nutteloze dingen deden op crossfietsjes en paarden enzo. Maar Joelia had algauw een rustig plekje gevonden waar het krioelde van de zwammen.

Er is een aardig gezegde: ‘Je kunt álle paddestoelen eten, alleen sommige maar één keer.’ De enige die ik met zekerheid weet te herkennen is de vliegenzwam, dus onderwierp ik elke paddestoel die ik tegenkwam eerst aan de vorsende blikken van mijn schoonzus, in de hoop dat ik zo’n verrukkelijke bjelii grib te pakken had, of anders een podberjozowik, of een ryzjik.

Nee, zei ze dan, dat is een swinoesjka. Die kun je op zich wel eten, maar deze is oud en er zitten wormen in. En dit? Ben je gek, dat is een blednaja poganka. Niet vergeten je handen te wassen! Deze? Nee, kijk, die groeit op een dode boom, en wat op een dode boom groeit kun je niet eten. En deze? Kijk, die heeft een kraagje. Paddestoelen met een kraagje kun je ook niet eten. En deze? Nee, want...

Ook mijn broer had weinig geluk. Hij vond alleen maar exemplaren die eruitzagen als versteende pingpongballen en ging op een boomstronk zitten mokken. Ook ik gaf allengs de moed op. Maar van Joelia hoorden we de ene na de andere blije kreet tussen het vochtig gebladerte opstijgen.

‘O, deze weet ik niet zeker’, zei ze, wijzend. ‘Ik ga mijn oompje even bellen.’ ‘Die groeien op hout!’, zei ik. ‘Én ze hebben een kraagje! Dus wat lul je nou?’ Maar daar plaatste zij haar telefoon al tegenover de zompige groeisels, en daar hoorden we de opgewonden piepstem al van oompje, helemaal in Moskou.

‘Kijk, dat is nu aardig’, riep oompje. Dat zijn przwitsttenetgsvsgebejjetlitski! Nee, paddestoelen met een kraagje kun je niet eten. En paddestoelen op dood hout ook niet. Maar als ze op dood hout groeien én een kraagje hebben, dan juist weer wel. Maar ook alléén dan. Je moet ze eerst koken, met een ui. En als die ui niet blauw wordt, is er niks aan de hand. En...’

Een uurtje later keerden wij rozig huiswaarts, een tas vol geurige geschenken van Moeder Natuur in de kofferbak. Morgen zal Joelia een maaltijd voor ons bereiden van die verrukkelijke overdaad. Wat is er toch, ondanks alles, nog veel om dankbaar voor te zijn! Tenzij we het feestmaal niet overleven, natuurlijk.

Dan neem ik alles – postuum – terug.

Meer over