columnBert wagendorp in Beusichem

Wat is een theatertje in Buren waard?

null Beeld
Bert Wagendorp

Ik ga naar Beusichem, naar Theater Het Heerenlogement, door zanger Alex Roeka onlangs nog omschreven als ‘het Carré van de Betuwe’. Het is gevestigd in de voormalige paardenstal van een eeuwenoud pand, waarvan het oudste deel stamt uit de twaalfde eeuw. Het theater wordt gerund door ongeveer 25 vrijwilligers, onder leiding van de onvermoeibare directeur Tineke Holst (73), die de programmering en promotie voor haar rekening neemt en als het moet ook op het podium gaat staan om de avond in te leiden.

null Beeld x
Beeld x

Theater Het Heerenlogement is geliefd in artiestenkringen: dit seizoen staan onder meer Peter Pannekoek, Eric Vloeimans, Freek de Jonge, Carel Kraayenhof, Micha Wertheim, Patrick Laureij en Tim Knol op het podium.

Dat gaat zo: ze reizen naar Beusichem en gaan eerst een gezellig hapje eten bij Tineke Holst en haar man Gerard. Die daardoor soms met een heel tango-orkest aan tafel zitten. Daarna verkassen ze naar het theater verderop, dat met 125 man publiek meestal stijf is uitverkocht.

Tineke Holst maakte kennis met het theater toen ze werd gebeld door de toenmalige programmeur: ‘Er komt vanavond een leuke jonge cabaretier, maar er zijn maar tien kaartjes verkocht. Kom alsjeblieft.’

Die cabaretier heette Youp van ’t Hek. Dit jaar deed Van ’t Hek een try-out van zijn afscheidstoernee De Laatste Ronde in Het Heerenlogement: hij weet wie zijn vrienden zijn.

Waardenberg & De Jong waren ook jarenlang vaste gasten. Ze moesten goed op de tijd letten – ‘om kwart over tien stond de hele tweede rij op en vertrok, om op tijd te zijn voor het laatste pontje over de Lek.’

De Stichting Theater Heerenlogement programmeert veertig voorstellingen per seizoen. Vroeger kregen ze subsidie van de gemeente, maar die is allang afgebouwd naar nul. De gemeente, eigenaar van het pand, stelt de ruimte gratis ter beschikking, maar de Stichting moet verder haar broek ophouden met recettes en ‘vrienden’.

Maar nu is er een probleem.

De gemeente Buren zit in financieel zwaar weer, net als een derde van alle Nederlandse gemeenten. In 2015 werd de Wet maatschappelijke ondersteuning ingevoerd, waarbij gemeenten zorgtaken overnamen van het Rijk. Dat klapte er stevig in: de gemeenten ontvingen van het Rijk voor bijvoorbeeld de jeugdzorg minder dan ze eraan kwijt waren. Dus moesten ze bezuinigen op andere posten.

‘Bezinning op kerntaken’ heet dat in politieke taal, of ‘een ombuigingstraject’.

In Buren gaan ze om kosten te besparen het vastgoed van de gemeente verkopen. Zo is het megalomane gemeentehuis in Maurik te koop. En het Heerenlogement in Beusichem staat dus ook op de nominatie. Het theater kost de gemeente per jaar ongeveer dertigduizend euro aan onderhoud, een fractie van de totale gemeentebegroting van 65 miljoen, maar alle beetjes helpen.

De verantwoordelijke wethouder Karl Maier van Gemeentebelangen wil de theaterfunctie in principe graag behouden, ‘er zijn toch al weinig culturele voorzieningen in onze gemeente’. Er komt dus een commissie. Misschien kunnen ze het Heerenlogement verkopen onder een ‘kettingbeding’, waarbij een nieuwe eigenaar het pand mag kopen onder de voorwaarde dat de theaterfunctie blijft bestaan.

Maar dan moet een koper dat wel willen, er zijn functies denkbaar die commercieel interessanter zijn.

Raadslid Arthur Warmer van de PvdA (één zetel) zit anders in de wedstrijd. ‘Je kunt je ook afvragen: wat is zo’n theater me waard? We bouwen nu ook een nieuwe sporthal, die kost de gemeente 150 duizend euro per jaar. Dat mag. Je moet niet alleen naar geld kijken. Het moet ook leuk en leefbaar blijven.’

Wat is het ze waard, een theatertje in Buren? Warmer noemt geen namen, maar er is ook een ideologisch aspect. In de raad van Buren zitten mensen die cultuur een ‘linkse hobby’ vinden, die er het liefst geen cent aan uitgeven en die het worst zal wezen of het theater blijft bestaan. Dat is zorgelijk, zegt Warmer.

Tineke Holst vindt cultuur geen linkse hobby. Ze geeft in het theater opkomend talent de ruimte. Ze reist stad en land af om te gaan kijken naar talentvolle theatermakers die vervolgens worden uitgenodigd hun kunsten te komen vertonen in het Heerenlogement, ‘klein podium, grote artiesten’.

Voor bij de borrel na afloop zet ze bitterballen op tafel in het aanpalende eetcafé.