Columnpeter middendorp

Wat is dat dan, papa, dood? En wat doe jij als ik doodga?

null Beeld
Peter Middendorp

Als ik heb voorgelezen en het boek gaat dicht, op de stapel naast het bed, de Kinderbijbel bijvoorbeeld – we zijn net bij dat stukje waarin Onze Lieve Heer behalve Noach de wereldbevolking vermoord – komen de vragen: Wat is dood, papa? Wat gebeurt er dan? Ga je dan naar de hemel? Is er een hemel? Wat is daar dan? Hoe is het daar?

Oe, zeg ik, dat weet ik niet precies. Ik ben nog nooit dood geweest. Ik heb nog nooit iemand gesproken die het heeft meegemaakt. Er komen geen berichten van gene zijde. Ik zou er wel van alles over kunnen zeggen, maar het zou hovaardig zijn, in Bijbelse termen, arrogant en ijdel dus, te oordelen over zaken waar je niks van weet.

Maar wat is het dan, papa, dood? Het is zo gek, zo vreemd. Doet het zeer? Nou, doodgaan kun je soms wel even voelen, maar van dood zijn, wat toch het langste duurt, merk je niks. Kun jij je herinneren dat je nog niet geboren was? Nee? Nou, zo is het met de dood ook – je gaat gewoon terug naar het land van de ongeborenen.

Ik hoop niet dat ik doodga, zegt ze; alleen het voorhoofd, de neus en de vingers steken boven de dekens uit. Doe je niet, lieverd. Echt niet, zeg ik, en ik aai haar over het hoofd – ze heeft mijn haar, daar is het gebleven. Je bent hartstikke fit en gezond. Kinderen van jouw generatie worden wel 100, of ouder nog, 110. Makkie.

Wat doe jij als ik doodga? zegt ze. Tja, zeg ik. Bewondering voor mensen die doorgaan als hun kind is gestorven, maar ook verbazing. Wat doe je hier eigenlijk nog? Zorgen voor andere kinderen, er zijn voor je partner, misschien heb je nog eigen redenen, maar ik heb geen andere kinderen en waarschijnlijk hoeft het voor mij dan niet meer zo. Lullig voor de vriendin misschien, maar ze mag mee. De uitnodiging staat open.

Dat hoeft niet, papa. Dat hoeft echt niet, zegt ze. Maar ja, dat hebben we lang geleden al zo afgesproken – als jij gaat, ga ik mee. En afspraak is afspraak. Wat denk je wel, ik laat je er toch niet in je eentje achter komen of er een hemel is of niet? We gaan samen, hand in hand, tot het einde, en verder. Hopelijk naar de hemel, dat zou het mooiste zijn, maar in het land van de ongeborenen zullen we ons ook wel redden.

Het kind kalmeert, de angst is geluwd, de rust keert terug. Ik ga naast haar zitten en trek haar tegen me aan, voordat ik haar instop en zie je wel, zeg ik, het kan dus alleen maar meevallen, opsta en zachtjes de slaapkamer uitloop.

Kinderen zijn schitterend, denk ik op de gang, de hand nog een tijdje op de klink, maar als ik had geweten hoeveel je van ze gaat houden, was ik er nooit aan begonnen.

Meer over