LAAT HET STOPPENFrank Heinen

Wat er ook aan de hand is, bellen is niet de oplossing

Deze week verzoekt Frank Heinen iedereen vriendelijk hem vooral niet te bellen. Want we hoeven toch niet mee te gaan met álle ­moderne verschijnselen? Er zijn zaken waar we ons tegen kunnen, nee móéten verzetten.

‘Goedendag, u bent verbonden met mijn voicemail. U kunt een bericht achterlaten na de toon. Maar alvorens u dat doet, zou ik u willen vragen wat de reden is van uw telefoontje. Betreft dit een noodgeval? Belde u met een concrete vraag of zomaar? Of bent u misschien de eindredactie van dit magazine, en belt u met de vraag of het opschiet met dit stukje? Nou, redelijk – tot u belde.

De kans is groot dat u mij iets wilt voorleggen. Een idee, een datum of een nieuw energiecontract. Misschien zegt u: het is iets zó groots, het lijkt me goed om daar telefonisch even over van gedachten te wisselen. Of u denkt: het is maar iets kleins, ik dacht: ik bel meteen even. In beide gevallen geldt: als u me een bericht stuurt, denk ik er even over na en krijgt u iets later een afgewogen antwoord. Wilt u in plaats van een afgewogen antwoord mij verbaal afbluffen en uw zin krijgen, dan begrijp ik dat u liever terugbelt. Maar hou er toch maar mee op.

Goedbeschouwd zijn er twee mogelijkheden: u belt zomaar, impulsief, ins Blaue hinein. Of u belt met een plan. In het eerste geval: maak een plan, voor we samen een kwartier in troebel water zitten vissen naar de diepere aanleiding voor uw telefoontje. Mijn tijd is verre van kostbaar, maar helemáál gratis is-ie ook niet. Heeft u een plan? Mail mij dat dan. Ik beloof het te lezen zodra het me uitkomt en dan leest u mijn respons wanneer het u uitkomt. Win-win(-win-win-win-win).

Of krijgt u misschien energie van telefoneren? Bent u zo’n zelfverklaarde ‘beller’ (ook wel: ‘dader’)? Vergeet u dan niet dat die energie ook ergens vandaan komt. Het komt misschien hard aan, maar tijdens zo’n telefoongesprek vormen u en ik geen vrolijk jammend duo, maar zijn we één muzikant met één instrument. U de muzikant, ik de djembé. U de Red Bull-drinker, ik het verfrommelde blikje.

En tuurlijk: het ligt aan mij. Telefoneren is een kunst die ik simpelweg niet beheers. Ik houd liever onvoorbereid een lezing over de e-bike voor een zaal katterige Hells Angels dan dat ik langdurig bel met een vreemde. Of met een bekende. Meestal begin ik uit ongemak met praten en houd dat vervolgens net zo lang vol tot de ander uitgeput een einde aan het gesprek maakt. Daarna moet ik even gaan liggen. Wat heb ik gezegd? Wat is er afgesproken? Geen flauw idee. De kans bestaat dat ik nu in het bestuur van de zaalvoetbalclub zit of genoegen heb genomen met ‘helaas geen honorarium’. Er zit dan niets anders op dan te vragen of de ander een en ander nog even schriftelijk kan bevestigen. Vaak komt zo’n bevestiging neer op één enkele vaststelling, of zelfs dat niet eens. Hoe dan ook: altijd op minder resultaat dan waar je op rekende toen je lag uit te puffen op je werkkamervloer. (Meestal ben ik trouwens niet op mijn werkkamer als er wordt gebeld. Opvallend vaak regent het en haal ik net mijn fiets van het slot, een ellendige balanceeract voor slot en sleutel boven de gracht, terwijl aan de andere kant van de lijn iemand voor de vorm informeert ‘of het even schikt.’)

Soms ontkom zelfs ik niet aan een belafspraak om ‘alles snel door te nemen’, wat erop neerkomt dat ik eerst drie kwartier solo het Grote Niets doorneem, waarna de ander altijd plots dringend weg moet. Vervolgens wordt afgesproken om de rest (alles dus) per mail te bekokstoven. Die mail volgt pas dagen later, en wordt al-tijd afgesloten met het dreigement: ‘Ik bel nog wel.’

Nee. Stop ermee. En mail eens terug.

Gezocht: duizend trouwe lezers

Op 7 november verschijnt het duizendste nummer van Volkskrant Magazine. In dat nummer willen we u centraal zetten, onze lezer, zonder wie die duizend nummers er nooit waren geweest. Wie bent u? Hoe woont u, en met wie? Wat víndt u, van ons en van de wereld? Voor een artikel zoeken we duizend lezers die hun antwoorden willen delen. Geprikkeld? Geef u op voor de Open Redactie, het panel voor Volkskrant-abonnees. Op 22 september ontvangt u dan de enquête in uw mail. We zijn benieuwd naar uw antwoorden!

Meer over