Lezersbrieven

Wat een treurige promotie van Nederland bij het Eurovisie Songfestival

De ingezonden lezersbrieven van zaterdag 22 mei.

Rotterdam
Bezoekers van het Eurovisie Songfestival in Rotterdam. Beeld Arie Kievit / de Volkskrant
RotterdamBezoekers van het Eurovisie Songfestival in Rotterdam.Beeld Arie Kievit / de Volkskrant

Brief van de dag

Vijf uur in de ochtend begonnen hier in Australië de halve finales van het Euro­visie Songfestival. Als trouwe Eurovisie-fan kom ik daar elk jaar graag vroeg mijn bed voor uit. Dit jaar meer dan ooit, omdat het Eurovisie Songfestival in ‘mijn’ Nederland wordt gehouden.

Nu zouden mijn Australische vrienden hier eens zien in welk prachtig land ik het grootste deel van mijn leven heb ­gewoond.

Ik kwam bedrogen uit.

Licht onthutst zat ik te kijken naar de kleurloze triestheid waarmee Nederland zich aan de rest van de wereld presenteerde. Dan denk ik niet aan de presentatie van Chantal, Edsilia, Nikki en Jan. Welnee, daar was niets mis mee. Het waren de promofilmpjes die tussendoor te zien waren en die in voorgaande edities vaak niet te onderscheiden waren van een uitnodigende reisvakantiefolder.

De eerste gedachte van het Eurovisie-marketingteam was goed geweest, ‘OK-cliché’, zeg maar. Gekozen was onder meer voor ‘een polderlandschap’, ‘Giethoorn’, ‘het Hollandse strand’ en dan voor de nodige ‘edge’ ook nog ‘iets industrieels met graffiti’.

Het had prachtig kunnen uitpakken. Maar niet als je die filmpjes maakt op de meest miezerige, druilerige dag van het jaar, een dag waarop alle bomen kaal zijn en alle luchten grijs. Hoe kon dit?

Nederland had toch als eerste land in de geschiedenis van het Eurovisie Songfestival een jaar extra de tijd gehad om hierover na te denken? Was het zoveel moeite die filmpjes te maken op een dag dat de bomen in bloei stonden en de lucht blauw was, liefst met wat mollige witte wolkjes erin?

Als dit geen gebrek aan inzicht van de marketing is geweest, dan kan dit nog maar twee dingen beteken: of de Nederlandse regering is een toeristen-ontmoedigingsbeleid begonnen en deze filmpjes zijn het begin van de campagne ‘Naar Nederland​? Waarom zou je?!’ Of het marketingteam van het Eurovisie Songfestival heeft nog een leuke verrassing voor ons in petto. Want met die treurige grijsheid van de promotiefilmpjes uit de halve finales in het achterhoofd, kan alles bij de finale alleen nog maar meevallen.

Mijn Hollandse emigrantenhart gaat sneller kloppen. Ja, dat moet het zijn.

Lieke Janssen, Melbourne (Australië)

Poppenstront

Van mijn moeder leerde ik jong de uitdrukking ‘zo fijn als gemalen poppenstront’. Ze doelde dan op kennissen die hun christelijke waarden fervent uitventten en zich daarbij achter hun masker van medemenselijkheid verheven opstelden. ‘Juist die moet je in de gaten houden’, vertrouwde ze me toe.

Aan deze uitdrukking van haar moest ik denken bij de commotie rond Sywert van Lienden. Was het zo erg dat hij wilde verdienen aan de crisis rond covid-19? Het is niet bij wet verboden en dat mensen in gaten duiken om snel geld te verdienen, is een gegeven.

Het gaat wringen bij het masker van filantropie dat Sywert erbij opzette én bij het netwerk binnen het CDA dat hij gebruikte. Sywert schreef mee aan het verkiezingsprogramma van deze club, die belangrijke waarden uitvent als ­‘publieke gerechtigheid’ en ‘solidariteit’. De vraag hoe de mondkapjesaffaire van Sywert zich hiertoe verhoudt, laat hij zelf liefst onbeantwoord.

Bij de VVD had Sywert dit probleem niet gehad: ondernemerschap en marktwerking zijn daar deugd en doel, ten koste van alles. Die duidelijkheid verkoopt bovendien beter dan schijnheiligheid, zo toonde de verkiezings­uitslag. Overigens relativeerde mijn moeder steevast bovengenoemde uitdrukking met de toevoeging: ‘Maar de meeste gelovigen zijn goeien, hoor.’

B. Groot, Bergen

Grafiet

Er liggen 40 miljoen mondkapjes, waarvan de helft met grafeen, in het LCH te verstoffen. Schade voor de belastingbetaler: 100 miljoen euro. Tata Steel in Velsen-Noord stoot grote grafietwolken uit en loost alles wat giftig is in de lucht en in het riool. Dat mogen ze gewoon blijven doen, want aanpakken is te duur.

Misschien de afgekeurde mondkapjes maar laten gebruiken door de omwonenden? Ze zijn schadelijk door het aanwezige grafeen, maar dat is te verwaarlozen bij het effect van het rechtstreeks inademen van grafiet.

Zoals Rutte altijd zegt: we leven in een fantastisch land! Ik krijg eerder de neiging om de psychiater te bellen voor de behandeling van paniekaanvallen bij de overheid.

Martin van den Berg, Utrecht

Yoga

Hoewel Aldo Kempen, Nilab Ahmadi en Janniek Sinnige terecht aandacht vragen voor de humanitaire ramp in India, doet hun appèl aan yogascholen wat misplaatst aan. Omdat westerse yogabeoefenaars zich schuldig zouden maken aan ‘culturele ­appropriatie’ zouden zij zich moreel verplicht moeten voelen om nu iets terug te geven aan India.

De auteurs gaan hier voorbij aan het gegeven dat hedendaagse yoga meer te danken heeft aan de westerse lichaamscultuur dan aan Indiase asceten. Zoals yoga-onderzoeker Mark Singleton aantoonde in zijn boek Yoga Body – The Origins of Modern Posture Practice werden yogahoudingen aan het begin van de 20ste eeuw in India ‘herondekt’ onder invloed van de Europese bodybuilding- en gymnastiekoefeningen.

Zo is de bekende ‘zonnegroet’ (suryanamaskar) geen oeroude techniek, maar bedacht als een soort push-up­oefening door de bodybuilder Pratinidhi Pant. En veel staande houdingen werden door de befaamde yogaleraar Krishnamacharya ontleend aan de gymnastiekoefeningen van de Deen Niels Buck.

De niet zuiver indiase oorsprong van de hedendaagse yoga laat echter onverlet dat de mensen in India nu dringend hulp nodig hebben bij het bestrijden van de coronacrisis.

Jolanda Hennekam, Groningen

Referendum

Daar gaan we weer: Ronald van Raak pleit in de Volkskrant voor het bindend referendum. Dus voor logistieke rompslomp, discussie over de juiste vraagstelling, een kiesdrempel.

Terwijl je moet voorkómen dat er ­besluiten genomen worden die om correctie vragen. Je kunt dus beter kijken hoe omstreden beslissingen tot stand komen. Frank Kalshoven schreef in de krant van 15 mei een interessant stuk over beleidsvorming, maar dat was ­incompleet. Wat bijvoorbeeld ontbrak was het zorgen voor maximale participatie van betrokkenen.

Je moet met de betrokkenen en onafhankelijke deskundigen openlijk inventariseren hoe je een probleem in het publieke belang het beste kunt aanpakken. Kernwoorden zijn openlijk en ­publiek belang. Iedereen moet kunnen snappen welke keuze is gemaakt. Als voorbeeld de Luchtvaartnota: onderzoek van Motivaction in 2020 laat zien dat slechts 10 procent van de burgers voor groei van Schiphol is. Toch ging het kabinet voor een ‘groeiverdienmodel’ waarbij meer vliegtuigen minder overlast gaan geven.

Met fatsoenlijke beleidsvorming zou je geen referendum of parlementaire enquête nodig hebben om het tij te keren. De betrokkenheid van de burger moet worden ingebakken in de besluitvorming.

Wouter Looman, bestuurskundige, Amsterdam

Hoogbegaafd

Hoogbegaafd. Het is met intelligentie net als met liefde en andere talenten: Je hebt er niets aan als je het niet in praktijk kan brengen.

Elly van den Boom, Den Haag

Belasting

Door de eeuwen heen heeft ‘belasting betalen’ een negatieve klank en dat doe je liefst zo weinig mogelijk. Zou de bereidheid te betalen niet groter worden wanneer we zouden spreken over bijvoorbeeld ‘maatschappelijke bijdrage’?

Rolf Baas, Arnhem

Uniek

Donderdag rapporteerde de Volkskrant over Yalla!, een Joods-Islamitische groep in Den Haag wier leden wél het gesprek aangaan. Deze situatie wordt uniek genoemd. Joden en moslims die samen leven, wonen en werken zijn echter niet uniek, ook niet in Israël. Haifa, Akko en Jaffa zijn voorbeelden van steden waar beide groepen al decennia lang samen leven en niet voortdurend met elkaar op de vuist gaan.

Misschien moeten we de kleine groepen extremisten die conflicten veroorzaken uniek noemen en geloven dat de meeste mensen hopen op vrede. Het pad van toenadering omschrijven als uniek doet, hoe goedbedoeld ook, geen recht aan goedwillende Joden en ­moslims, .

Arend Oosterlee, Rotterdam

Sloeproeien

De Nederlander sport graag alleen (Ten eerste, 15 mei). Ik, en vele sloeproeiers met mij, niet. Sloeproeien, een sport die met zes, acht of meer mensen tegelijk beoefend wordt in opgeknapte reddingsboten, is ongekend populair. Er staan meer dan 250 sloepen geregistreerd bij de Federatie Sloeproeien ­Nederland en duizenden mensen popelen om de riemen weer op te pakken en de magische woorden ‘Haal op … gelijk’ van de stuurman te horen.

Sloeproeien wordt ook wel een way of life genoemd vanwege de wedstrijd­cultuur, die bestaat uit flink afzien en daarna feesten met elkaar. Die levensstijl heeft zich nu meer dan een jaar niet mogen manifesteren, om redenen die iedereen begrijpt.

Ik hoop bij elke versoepeling, dat wij ook weer mogen. Tot nu toe was het nog niet zover. Overheid, vergeet alstublieft niet de mensen die juist graag samen buiten sporten, maar dat niet op 1,5 meter afstand kunnen doen.

Esther Donkers, Almere