COLUMNSHEILA SITALSING

Wanneer de premier verkleinwoorden (woordjes) gaat gebruiken, is er iets groots aan de hand

.Beeld .

Rond half negen woensdagavond viel in de grote vergaderzaal van het parlement een woord dat de oren deed spitsen. De premier had net de beurt gekregen tijdens een debat in de Tweede Kamer dat op papier ‘debat over institutioneel racisme’ heette en in de praktijk een luidruchtige handel in jij-bakken en onvermogen bleek.

De premier was nog maar een paar minuten aan het woord toen Zwarte Piet alweer langs kwam – want we hebben hier weliswaar een machtig overheidsorgaan dat verdacht wordt van etnisch profileren met grote gevolgen voor de slachtoffers, en er zijn verontrustende signalen dat er politieagenten zijn die soms nogal generaliserend over streepjes-Nederlanders spreken, en er zijn pandjesbazen en stageplaatsverschaffers en bovenbazen bij uitzendbureaus die een discriminerend selectiebeleid voeren, en er hebben pleinen en straten en bruggen vol gestaan met tienduizenden mensen die zich graag veilig en geaccepteerd en gelijkberechtigd willen weten in wat verdomme ook óns land is – maar in de politiek moeten ze altijd eerst nog even langs Zwarte Piet. Want in de politiek hebben ze niet al járen geleden ‘en nu roetveegpieten in het hele land, en klaar’ gezegd, welnee, daar had de meerderheid van onze volksvertegenwoordiging de ballen en het fatsoen nooit voor, dus zullen ze in de politiek nog steeds palaveren over ‘de vraag’ of Zwarte Piet racisme is wanneer ook de allerlaatste Piet in het land allang uit eigen beweging is afgeschminkt, behoudens eentje die verward ronddoolt in een enclave in Friesland misschien.

En toen viel dus het woord waar we thuis rechtop van gingen zitten: ‘Symbooltje’. De premier noemde Zwarte Piet ‘een symbooltje’. Even later vielen in dit verband nog de woorden ‘figuurtje’ en ‘pietje’.

Wanneer de premier verkleinwoorden (woordjes) gaat gebruiken, is er iets groots aan de hand. Dan vreest hij dat de situatie onbeheersbaar wordt, dan meent hij dat er bommen (bommetjes) moeten worden ontmanteld. Dan gaat hij de dingen terugbrengen tot ‘dingetjes’. Waardoor de gesprekspartner zich beschaamd gaat afvragen of hij nu ieders tijd aan het verspillen is.

En gevaarlijk is het, dat had de premier goed geroken. Want terwijl het buiten al weken over discriminatie gaat, specifiek de op afkomst en huidskleur geïnspireerde soort, en terwijl buiten al wekenlang mensen voor de zesentwintigste keer, of was het de tweehonderddrieënzestigste, vertellen wat ze zoal overkomt in het dagelijks leven, dingen als ‘Is die auto van u?’ en ‘Sorry, die baan is nét weg’, en terwijl buiten tal van ideeën liggen om dit land nog beter te maken, heeft de regering amper antwoorden.

De premier is voor ‘normeren’ –  tenzij er ‘pleur op’ gezegd moet worden, zo bleek woensdag tijdens het debat. Voorstellen van de oppositie om een staatscommissie het systemische racisme heel precies in kaart te laten brengen, om zo de handelingsverlegenheid te doorbreken, wil de regering graag ‘even laten bezinken’. De grootste regeringspartij, de VVD, lijkt de divibokaal van de NOS (een compliment voor medewerkers die werk maken van diversiteit in de media) het échte probleem te vinden. En op een vraag hoeveel boetes er zijn uitgedeeld aan uitzendbureaus die ‘niet-uitnodigen’-vinkjes achter de namen van streepjes-Nederlanders zetten, gaf de minister van discriminatiezaken een lang antwoord over wetgeving die ‘in aantocht’ is en dat eindigde met het aantal boetes: nul.

Nog even doorbijten, en er zijn verkiezingen.

Meer over