ColumnAleid Truijens

Waarom zouden we al die zelfkazende kunstenaars en journalisten niet gaan betalen voor hun online werk?

null Beeld

Ik werkte me in het zweet in mijn tuintje. Snoeien, hakken, maaien, normaal niet mijn favoriete bezigheden. Je krijgt er vieze nagels van. Ik ken wel andere manieren om ‘lekker mijn hoofd leeg te maken’, op een stoel bijvoorbeeld, glaasje wijn erbij. Maar nu is het een uitkomst: thuisblijven én naar buiten gaan én iets nuttigs doen. Goddank heb ik een tuintje.

Terwijl een moordend virus door de wereld raast en overal mensen wegmaait, van schoonmaker tot staatshoofd, blijft de zon, die onbenul, maar blijmoedig stralen in een onverstoorbaar blauwe hemel. De stemming in onze stadse binnentuin is genoeglijk. Er ontstaan gesprekken tussen alle buren, hangend over hun balkonrand of schutting. We gaan nog net niet samen zingen.

‘Il faut cultiver notre jardin’, zegt Candide in het gelijknamige boek van Voltaire, nadat hij over de wereld is gereisd en overal gruwelen heeft gezien. Dat is wat we nu ook instinctief doen, en dat is het beste. Houd het klein. Op en rond het erf. Doe wat wél lukt. Zorg voor je naasten, voed hen, waak over hen. Blijf thuis een beetje aardig, slik je gal en venijn even in.

Ook in ruimere kring zouden we nu voor onze naasten moeten zorgen. Veel collega’s zonder vast contract hebben ineens weinig of geen werk, sportjournalisten en theaterrecensenten bijvoorbeeld. Schrijvers geven geen lezingen meer. Van alle zzp’ende zangers, acteurs, dansers en komieken zijn de optredens afgelast. Nu zijn creatieven doorgaans behoorlijk creatief, dus ze bloggen en vloggen erop los, en dansen en zingen thuis voor de camera. Maar dat voorkomt niet dat ze tijdelijk in de bijstand raken.

Dat we achteraf zullen zeggen dat ‘kunstenaars ons door de coronacrisis hebben heen gesleept’, zoals Hadewych Minis onlangs zei in M, vind ik aanmatigend – die eer laat ik liever aan artsen, verpleegkundigen en wetenschappers. Maar opbeurend is hun werk wel. Waarom zouden we al die zelfkazende kunstenaars en journalisten niet gaan betalen voor hun online werk? Wie bedenkt een tijdelijk verdienmodel?

‘Koopt Nederlandsche waar, dan helpen wij elkaar!’, nog zo’n toepasselijke oneliner. Het was een slogan in de miezerige jaren dertig, toen onze economie in het slop zat, en er weinig export was. Sierlijke blauwe letters op een metalen plaat, met middenin een fiere oranje leeuw. Ook nu worden we aangespoord om de lokale middenstand te steunen en maaltijden te bestellen bij gesloten restaurants. Rechtenorganisatie Buma roept op om Nederlandse muziek te draaien op de radio. Ik ben geen econoom, en het is allemaal enorm kneuterig en benepen, maar als het nu helpt?

In een crisis doet de ene handel zich altijd een beetje zieliger en armer voor dan de andere. Zoals de boekhandel, die uitgevers nu oproept om ‘commercieel kansrijke boeken’ uit te geven, opdat zij niet omvallen (met dank aan schrijver Gerbrand Bakker die dit in Trouw aankaartte). Alsof de uitgeverijen slechts toeleverancier zijn voor boekhandels. Alsof het niet de schrijvers zijn – goed of minder goed verkopend – die hun nering mogelijk maken. Alsof je de lezer in barre tijden mag foppen met louter bestsellers.

Kóóp boeken, juist nu. Alle tijd om te lezen. Fictie en non-fictie, kookboeken, biografieën. Mooie boeken, niet per se die van de schrijvers die al binnenlopen. Koop ze in een breed gesorteerde buurtboekhandel, als die nog open is, of bestel ze anders bij die boekhandel. Blijf in je aangeharkte tuintje, met dat boek, glaasje wijn erbij, of een bord geurige Limburgse asperges. Het paradijs op aarde. Alleen die verdomde corona.

Meer over