ColumnAleid Truijens

Waarom zou je een schooladvies bij een hogere Citoscore niet willen herzien? De huidige situatie leidt tot frustratie

null Beeld
Aleid Truijens

Afgelopen vrijdag werden de uitslagen van de Cito-eindtoets in groep 8 bekend. De meeste basisscholen gebruiken die toets, ook al mogen ze voor een andere eindtoets kiezen. Er werd dit weekend veel door kinderen en ouders over gepraat: ‘Heb jij 538? Ik 540!’ ‘Die van ons heeft 535. Misschien wordt het vmbo-advies bijgesteld?’ Het gescherm met scores leidt tot veel emotie. Sippe gezichtjes en schaamte bij een ‘lage’ score, gepoch, slingers en grote cadeaus bij superscores, boosheid en strijdlust bij ouders als de score hoger uitvalt dan het schooladvies: zie je wel, mijn kind is onderschat.

Bij het schooladvies, dat eerder werd gegeven, liepen de emoties ook al hoog op. Hoewel het advies ‘passend’ heet te zijn, voelen kinderen dat hun ouders liefst een ‘hoog’ advies zien en dat een lager advies hen teleurstelt. Niet zo vreemd in een samenleving waar opleidingsniveau bepalend is voor inkomen, welzijn en gezondheid.

Het advies wordt een identiteit: ik ‘ben’ een vwo’er, havist of vmbo’er. Die identiteiten zijn in onze samenleving helaas niet gelijkwaardig. Het is pijnlijk: een kind dat verdrietig is omdat het een advies vmbo-kaderberoepsgericht heeft. Het beseft dat het talent voor timmeren of koken minder waard is dan dat voor rekenen.

Was de eindtoets tot 2015 leidend, daarna werd ze een second opinion; het basisschooladvies werd bindend. Het argument daarvoor van PvdA-minister Jet Bussemaker was dat de leerkracht het kind het beste kent. Maar het advies van de leerkracht kan ernaast zitten. Vooroordelen over milieu en thuissituatie spelen – onbewust – een rol. Kinderen van lager opgeleide ouders krijgen gemiddeld een lager advies dan kinderen van hoger opgeleide ouders, bij gelijke prestaties. Als de toetsuitslag wijst op een hoger niveau, moet de school het advies ‘heroverwegen’. Maar slechts in een kwart van die gevallen wordt het naar boven bijgesteld, het minst vaak bij kinderen van laagopgeleiden. Uit een onderzoek van de Onderwijsinspectie bleek dat een op de drie scholen nooit adviezen bijstelt.

Waarom zou je een advies bij een hogere toetsscore niet willen herzien? Waarom een kind die kans niet gunnen? Waarom het eigen gelijk boven de kansen van een leerling stellen? Ik vind dat onbegrijpelijk.

Veel leerkrachten adviseren ‘voorzichtig’ om te voorkomen dat een kind ‘op zijn teentjes moet lopen’ of afzakt naar een lager niveau. Ze beseffen vaak niet dat ‘stapelen’ in de praktijk zelden lukt. Ze wegen mee dat het kind thuis weinig hulp krijgt. Die redenering is onrechtvaardig en berust op een denkfout: het kind heeft ín, of ondanks, die thuissituaties die Citoscore behaald. In dat kind kun je extra vertrouwen hebben, meer dan in de klasgenoot die met bijles het niveau heeft opgekrikt. Onderschat en miskend worden hakt er bij pubers psychisch flink in.

De huidige situatie is onrechtvaardig en leidt tot frustratie. Ook de relatie tussen ouders en leerkrachten wordt erdoor verziekt. Vanaf 2024 wordt de eindtoets een ‘doorstroomtoets’ – vooral een semantische verandering. De toets zal in februari worden afgenomen, zodat ze kan worden betrokken bij het schooladvies. Scholen wordt gevraagd het advies bij een hogere score ‘in beginsel’ bij te stellen, maar verplicht wordt dat niet.

Wat mij betreft houden we helemaal op met kinderen op hun 12de te selecteren en in laatjes te stoppen en houden we kansen langer open, zoals ook de Onderwijsraad wil. Voorlopig zal die wijziging er niet komen. Tot die tijd hebben we een eerlijker en transparanter verwijssysteem nodig: landelijk gestandaardiseerde toetsen, waarvan de uitslag leerlingen rechten geeft. Toetsen zijn niet ideaal, maar vooroordelen hebben ze niet.

Meer over